Groene waterstofprojecten stranden door hoge kosten en onzekerheid

De groene waterstofambities in Europa krijgen een flinke klap. Grote projecten van honderden miljoenen tot miljarden euro's worden stilgelegd, verkleind of helemaal geschrapt. De beloofde snelle doorbraak blijft daarmee voorlopig uit, vooral omdat groene waterstof nog altijd drie tot vijf keer duurder is dan grijze waterstof uit aardgas. Ook onzeker overheidsbeleid, trage aanleg van infrastructuur en terughoudende klanten zetten de plannen verder onder druk.
Lees ook

Stroomnet afgesloten in grote delen van Nederland: warmtepomp en zonnepanelen onbruikbaar
Lees ook

Kabinet verlaagt gasvuldoel na klimaatpleidooi van GasUnie-commissaris Samsom eerder dit jaar
Het Amerikaanse bedrijf Plug Power heeft zijn geplande waterstoffabriek in de haven van Antwerpen inmiddels volledig afgeschreven. Daarvoor was een investering van 350 tot 400 miljoen euro voorzien. Het bedrijf twijfelt aan de economische haalbaarheid, winstgevendheid en ontwikkeling van de markt. Vrijwel tegelijkertijd werd het Duitse project Hyscale100 stilgelegd, terwijl daarvoor bijna 900 miljoen euro subsidie beschikbaar was.
Miljardenproject in Duitsland op ijs
Volgens René Peters van TNO zou Hyscale100 ondanks die subsidie nog altijd een enorme investering vragen. Hij schat tegenover De Telegraaf de totale kosten op 5 tot 8 miljard euro. 'Maar dit is een gigantisch project, de subsidie zou nog geen tiende zijn van het geheel.' Het project zou met 2,1 gigawatt bovendien ongeveer tien keer groter worden dan de grote fabriek die Shell momenteel op de Maasvlakte bouwt.
Ook Nederlandse plannen hebben moeite om van de grond te komen. Projecten als Zeevonk, H2-Fifty en H2M zijn teruggeschroefd of helemaal geschrapt. Hoogleraar energie-economie Machiel Mulder ziet dat de verwachtingen van enkele jaren geleden niet worden gehaald. 'Ontwikkeling van waterstof gaat langzamer dan een aantal jaren terug werd verwacht.'
Hoge kosten maken investeren lastig
Peters ziet bij veel projecten dezelfde problemen. Elektriciteit en groene waterstof zijn duur om te produceren, terwijl nieuwe infrastructuur langzaam beschikbaar komt. Ook industriële bedrijven willen zich nauwelijks langdurig vastleggen op de afname van kostbare waterstof. 'Daardoor wordt investeren lastig en schuiven projecten op.'
Energie-analist Jilles van den Beukel van HCSS ziet de verwachtingen eveneens dalen. 'De prognoses van het aandeel waterstof in het nieuwe energiesysteem gaan voor de lange termijn geleidelijk naar beneden.' Voor personenauto's ziet hij weinig toekomst voor waterstof, terwijl toepassing bij vrachtwagens volgens hem eveneens moeilijk wordt.
Toch blijven enkele projecten doorgaan
Niet alle investeringen zijn stilgevallen. Shell bouwt op de Maasvlakte Holland Hydrogen I met een vermogen van 200 megawatt en Air Liquide werkt aan een project van dezelfde omvang. Ook RWE levert inmiddels groene waterstof via een pijpleiding aan de industrie en het Nederlandse offshoreproject PosHYdon produceert waterstof.
De sector blijft ondertussen kampen met een klassiek kip-eiprobleem. Producenten wachten op voldoende klanten, terwijl klanten eerst betaalbare en beschikbare waterstof willen zien. Peters vat het dilemma samen: 'Zonder transportleiding heb je weinig aan een fabriek, en zonder fabriek heb je weinig aan een leiding.'




















































