Raad van State: Nederlanderschap veroordeelde Syriëganger mag worden ingetrokken

De minister van Justitie en Veiligheid mag het Nederlanderschap intrekken van een man met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit. De man vertrok in 2013 naar Syrië en sloot zich daar aan bij jihadistische terroristische organisaties. Hij werd later in Nederland veroordeeld voor terroristische misdrijven. De Raad van State oordeelde op 30 september 2026 dat de intrekking van zijn Nederlandse nationaliteit in stand mag blijven.
Lees ook

Syrische tiener heeft al 114 politieregistraties: zijn familie mag naar Nederland komen
De man werd in Nederland geboren en kreeg in 1996 samen met zijn ouders de Nederlandse nationaliteit. Via zijn ouders had hij ook de Marokkaanse nationaliteit, die hij behield. Tussen 2013 en eind 2015 sloot hij zich in Syrië als strijder aan bij Ahrar al-Sham en later Jund al-Aqsa. Voor terroristische misdrijven kreeg hij uiteindelijk ruim vijf jaar gevangenisstraf.
Rechtbank zag eerder discriminatie
De rechtbank Amsterdam kwam in maart 2025 nog tot een ander oordeel. Volgens die rechtbank maakte de overheid bij het intrekken van het Nederlanderschap verboden direct onderscheid op basis van afkomst of afstamming. De Raad van State is het daar niet mee eens. Volgens de hoogste bestuursrechter is de wettelijke bevoegdheid neutraal en niet rechtstreeks gekoppeld aan iemands afkomst.
Wel erkent de Raad van State dat er in de praktijk indirect onderscheid ontstaat. Een Nederlandse nationaliteit mag namelijk niet worden ingetrokken als iemand daardoor staatloos wordt. Daardoor kan deze maatregel feitelijk alleen worden toegepast op mensen die nog een andere nationaliteit hebben. In dit geval houdt de man na het verlies van zijn Nederlanderschap de Marokkaanse nationaliteit.
Indirect onderscheid volgens Raad gerechtvaardigd
Volgens de Raad van State kan indirect onderscheid onder voorwaarden gerechtvaardigd zijn. Er moet een legitiem doel zijn en de maatregel moet geschikt, noodzakelijk en evenredig zijn. De bestuursrechter oordeelt dat in deze zaak aan die voorwaarden is voldaan.
De Raad van State schrijft over dit onderscheid: ‘Met indirect onderscheid wordt weliswaar niet openlijk gediscrimineerd, maar leiden neutrale en objectieve criteria in feite tot dat resultaat’. Over de reden voor de intrekking stelt de Raad: ‘Door het plegen van terroristische misdrijven heeft de man zich zodanig tegen de Nederlandse belangen gekeerd dat de band met Nederland niet langer kan bestaan.’ Omdat hij de Marokkaanse nationaliteit behoudt, wordt hij door het besluit niet staatloos.
Het besluit om zijn Nederlandse nationaliteit in te trekken blijft daarmee overeind. De man heeft zijn Nederlanderschap definitief verloren. Ook het besluit dat hij Nederland moet verlaten en het opgelegde inreisverbod zijn na een afzonderlijke uitspraak definitief geworden.




















































