Bosma vraagt of AIVD D66 volgt na uitspraak Jetten: 'Was een oproep tot geweld'

PVV-Kamerlid Martin Bosma heeft minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken gevraagd of de AIVD D66 extra in de gaten houdt. Heerma is als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de AIVD. Aanleiding was een uitspraak van premier en D66-leider Rob Jetten tijdens een partijcongres. Jetten stelde sprak daar over homohaters en stelde: 'We gaan ze vol op de bek slaan', waarna vanuit de zaal applaus klonk. Bosma beschreef de uitspraak in de Kamer als een oproep tot geweld en wilde weten welke gevolgen dit heeft voor de aandacht van de veiligheidsdienst.
Heerma wilde niet ingaan op de vraag of de veiligheidsdienst onderzoek doet naar D66. Volgens de minister doet hij in het openbaar nooit uitspraken over de onderwerpen en organisaties waarop de AIVD zich richt. 'Volgens mij weet de heer Bosma dat ik geen uitspraken doe over waar de AIVD onderzoek naar doet en zich op richt. Dus dat ga ik hier ook niet doen', zei Heerma
Bosma wijst op applaus
Bosma nam met dat antwoord geen genoegen. Hij wees erop dat Jetten leider is van een regeringspartij en dat zijn woorden tijdens het congres applaus kregen. Volgens Bosma was daarmee sprake van een ernstig politiek moment. 'Eigenlijk is het een oproep tot geweld. En die hele zaal die applaudisseert', zei het PVV-Kamerlid.
De PVV'er vroeg Heerma vervolgens om zich in ieder geval uit te spreken over de reactie vanuit de zaal. Bosma zei dat hij daarbij niet opnieuw een oordeel vroeg over de woorden van Jetten zelf. Hij richtte zich specifiek op 'dat applaus, dat eendrachtige applaus, dat angstig makende applaus'. Volgens Bosma zou de minister dat moeten afkeuren vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de democratische rechtsstaat.
Ook daar ging Heerma niet in mee. Hij wees erop dat Jetten volgens hem zelf al op zijn uitspraak had gereageerd. De minister zei daarnaast dat hij de beoordeling van Bosma niet deelt en geen oordeel wil geven over reacties tijdens een partijbijeenkomst. 'Ik voel me niet geroepen om hier nu, even los van het feit dat ik de appreciatie van de heer Bosma niet deel, om recensies te geven over applausen tijdens het tijdens het D66-congres.'















































