Rechters werken samen met asiellobby: de stille netwerken blootgelegd

In de Nederlandse asielrechtspraak zijn rechters, asieladvocaten en VluchtelingenWerk nauw met elkaar verweven. Onderzoek van NieuwRechts laat zien hoe overal dezelfde namen terugkeren: in de rechtszaal, in de besturen en vakbladen, en aan de tafels waar de wetgever wordt geadviseerd. Sterker nog: dit najaar richten de hoogste asielrechter van de Raad van State en haar collega een nieuwe vereniging voor migratierecht op, samen met onder meer de procedeerchef van VluchtelingenWerk.
Op papier is asielrechtspraak een tweestrijd. Aan de ene kant de staat: de IND die aanvragen afwijst, de rechter die het laatste woord spreekt. Aan de andere kant de asielzoeker, met zijn advocaat en de organisaties die voor hem in de bres springen. Zo ziet het eruit in de zittingszaal, maar daarbuiten lopen die twee kampen in elkaar over. Rechters, asieladvocaten en belangenbehartigers bewegen zich in dezelfde kleine wereld: ze zitten bij elkaar in het bestuur, maken samen de vakbladen, staan op dezelfde congrespodia en adviseren gezamenlijk de wetgever. Dat verkeer blijft voor buitenstaanders onzichtbaar, maar het bepaalt wel mede hoe het asielrecht wordt uitgelegd — en dus wie in Nederland mag blijven.
Hoe klein die wereld is, bleek eind 2023 in Amsterdam. VluchtelingenWerk, de grootste belangenorganisatie voor asielzoekers van het land, vierde daar het tienjarig bestaan van zijn eigen juridische team: een clubje advocaten en wetenschappers dat namens de organisatie rechtszaken tegen de Nederlandse staat ondersteunt. Onder de sprekers was Hanna Sevenster, die als voorzitter van de Vreemdelingenkamer (Raad van State) geldt als de hoogste asielrechter van Nederland. Zij 'feliciteerde' het team met zijn successen, aldus een verslag in het Advocatenblad.
Het bleef niet bij dat ene optreden. Het kennisinstituut dat het hele asielrecht bedient, van de vakbladen tot de opleiding van asieladvocaten, wordt voorgezeten door Sevensters collega-rechter bij de Raad van State, Aldo Kuijer, en brengt een vakblad uit met VluchtelingenWerk. Dit NieuwRechts-onderzoek brengt die netwerken in kaart, en laat zien hoe de argumenten die er rondgaan uiteindelijk uitgroeien tot uitspraken die het asielbeleid bepalen.
De rechter middenin de kring
Dat kennisinstituut heet Stichting Migratierecht Nederland, kortweg SMN, en het is in dit vakgebied overal. Het leidt de asieladvocaten op, beheert de databank waarin alle asieluitspraken staan, en geeft samen met partner de twee vakbladen uit waarin die uitspraken van commentaar worden voorzien. Aan het hoofd staat Aldo Kuijer, staatsraad bij de Raad van State, met zitting in de Vreemdelingenkamer waar asielzaken definitief worden beslist.
De stichting werkt nauw samen met partijen uit het asielveld. Eén van de twee vakbladen maakt SMN samen met VluchtelingenWerk, de organisatie die stelselmatig rechtszaken tegen de Nederlandse staat ondersteunt. Bovendien is SMN vooral vooral op de advocatuur gericht: erkend opleider van de Orde en beheert de werkgroep voor asieladvocaten. En Kuijer komt zelf uit die hoek. Voordat hij rechter werd, was hij advocaat bij een migratiekantoor en hoofd juridische zaken bij een migrantenorganisatie. Van een rechter mag je verwachten dat hij afstand houdt tot de belangen die in zijn rechtszaal op het spel staan. Kuijer leidt juist het instituut dat nauw samenwerkt met die organisatie.
In de vakbladen is die samenwerking letterlijk terug te zien. Asiel- & Migrantenrecht maakt SMN samen met VluchtelingenWerk; het andere blad, Jurisprudentie Vreemdelingenrecht, geeft SMN uit bij een uitgeverij. Maar in de redactie daarvan zitten een zittende rechter, een IND-jurist, een Raad van State-jurist en de leider van het juridische team van VluchtelingenWerk naast elkaar aan tafel. De IND is de vaste tegenpartij in iedere asielzaak. Rechter, overheid en belangenbehartiger bepalen zo samen welke uitspraken worden uitgelicht en hoe die gelezen moeten worden.
Die kring komt ook in de rechtszaal zelf samen. NieuwRechts nam de 1.167 gepubliceerde uitspraken door die de Raad van State sinds Kuijers benoeming in 2019 deed met hem in de zittingskamer. In minstens dertien zaken trad daar een advocaat van Prakken d'Oliveira op — het Amsterdamse kantoor voor mensenrechten en asielrecht waarvan advocaten richtinggevende zaken voor het juridische team van VluchtelingenWerk voerden. In één van die dertien zaken, op 24 december 2020, zat Kuijer samen met Hanna Sevenster in de kamer. En daar blijft het niet bij. Bij een reeks andere uitspraken van kamers waarin Kuijer zat, verscheen de officiële duiding in Jurisprudentie Vreemdelingenrecht, geschreven door Marq Wijngaarden van het kantoor Prakken d'Oliveira. Oftewel: dezelfde advocaat die voor de Vreemdelingenkamer pleitte, legde in het vakblad van Kuijers eigen stichting uit wat die uitspraak voortaan betekent.
Kuijer is niet de enige asielrechter met één voet in die wereld. De Vreemdelingenkamer telt twintig leden, en verscheidene van hen komen uit de asieladvocatuur of uit de rechtsbijstand aan asielzoekers. Eén van hen, Valérie Essenburg, was advocaat bij het kantoor dat sinds 2014 Prakken d'Oliveira heet, en stond asielzoekers bij in het aanmeldcentrum op Schiphol. Karen Geertsema, was eerder advocaat en redactiesecretaris van Asiel- & Migrantenrecht, zit nog altijd in de redactie daarvan, en hield op hetzelfde jubileum van het juridische team van VluchtelingenWerk een lezing over de verdiensten ervan. Daar hoort meteen bij dat een minstens even grote groep uit de kamer juist afkomstig is van de IND, het Openbaar Ministerie of de rijksoverheid.
Eén detail springt eruit. Ook staatsraad Ben Vermeulen zit in de redactieraad van Asiel- & Migrantenrecht. Op zijn openbare lijst van nevenfuncties bij de Raad van State, voor het laatst bijgewerkt in juni 2025, staat die functie niet; zijn redactielidmaatschap van het tijdschrift School en Wet wel. En bij VluchtelingenWerk stond de raad van toezicht tot eerder dit jaar onder leiding van Winnie Sorgdrager, oud-minister van Justitie (D66) en zelf jarenlang staatsraad.
Verplicht lid van de asiellobby
De overheid knoopt dit netwerk bovendien zelf aaneen. Veel asieladvocaten werken op kosten van de overheid, via een zogeheten toevoeging: de overheid betaalt dan de rekening van de advocaat. Wie zulke asielzaken wil doen, moet volgens de inschrijvingsregels van de Raad voor Rechtsbijstand lid zijn van de werkgroep voor asieladvocaten van VluchtelingenWerk. Die eis moet de kwaliteit van de rechtsbijstand bewaken. De commissie die de Raad voor Rechtsbijstand daarover adviseert, de LARAV, vond het in 2023 zelfs wenselijk dat advocaten ook lid worden van de werkgroep van SMN. Die commissie stond dat jaar onder voorzitterschap van een rechter van de rechtbank Midden-Nederland en telde als lid de manager expertise van VluchtelingenWerk, naast asieladvocaten.
Buiten de redacties treffen de professionals elkaar net zo goed. SMN organiseert ook congressen over het migratierecht, waarvan een sessie vorig jaar werd voorgezeten door VluchtelingenWerk. En de lijnen lopen door tot in de politiek. De Commissie Meijers, een invloedrijke groep deskundigen die de regering en de Europese Unie adviseert over migratiewetgeving, waarschuwt geregeld dat strengere asielmaatregelen botsen met het Europees recht. In die commissie zitten hoogleraren en enkele rechters, maar ook de leider van het juridische team van VluchtelingenWerk en een advocaat van Prakken d'Oliveira. De organisatie die zaken tegen de staat ondersteunt en het kantoor waarvan advocaten die zaken voeren, adviseren zo mee over de wetten waaronder later wordt geprocedeerd. De commissie wordt bovendien mede gefinancierd door SMN, het instituut van de asielrechter.
Soms gaat zelfs de hoogste rechter met al deze partijen om tafel. In 2019 nodigde de Raad van State advocaten, rechters, de IND en wetenschappers uit om te bespreken of hij zijn manier van uitspraak doen moest veranderen; begin 2020 paste hij die werkwijze aan. Waar je in deze wereld ook kijkt, er staat een zittende of voormalige toprechter dichtbij.
Dit najaar gaan rechters en asielsector nog een stap verder. Sevenster en Kuijer staan op LinkedIn genoemd als initiatiefnemers van een nieuwe Vereniging voor Migratierecht. Naast hen staan daar Sadhia Rafi, de leider van het juridische team van VluchtelingenWerk, en SMN-directeur Jakob Wedemeijer. Verder twee advocaten van grote migratiekantoren, vertegenwoordigers van de twee beroepsverenigingen van asieladvocaten en iemand van de rechtbank. Een van die advocaten is ook voorzitter van de redactie van Jurisprudentie Vreemdelingenrecht. Volgens SMN werd afgelopen juni in Nieuwegein de aanloop genomen naar de oprichting, dit najaar. De vereniging moet een platform worden waarop rechtspraak, advocatuur en universiteiten van gedachten wisselen over het migratierecht. De IND, de vaste tegenpartij in iedere asielzaak, staat niet in die omschrijving. Waar je in deze wereld ook kijkt, er staat een zittende of voormalige toprechter dichtbij.
Dit najaar gaan rechters en asielsector nog een stap verder. Sevenster en Kuijer zijn de initiatiefnemers van een nieuwe Vereniging voor Migratierecht, meldt een Haagse rechter op LinkedIn. Naast hen staan Sadhia Rafi, de leider van het juridische team van VluchtelingenWerk, en SMN-directeur Jakob Wedemeijer. Verder advocaten van twee migratiekantoren, vertegenwoordigers van de twee beroepsverenigingen van asieladvocaten, medewerkers van rechtbanken, wetenschappers van vier universiteiten, een ambtenaar van het ministerie van Justitie en Veiligheid en een medewerker van de IND. Een van die wetenschappers zit sinds vorige maand zelf in de Vreemdelingenkamer; een van de advocaten is voorzitter van de redactie van Jurisprudentie Vreemdelingenrecht. Volgens SMN werd op 8 juni 2026 in Nieuwegein de aanloop genomen naar de oprichting, dit najaar. De vereniging moet een platform worden waarop rechtspraak, advocatuur en universiteiten van gedachten wisselen over het migratierecht. Ook de overheid zit dus aan tafel. Waar je in deze wereld ook kijkt, er staat een zittende of voormalige toprechter dichtbij.
De betrokken instellingen zien in dit alles geen probleem. SMN laat NieuwRechts weten dat het een onpartijdig kennisinstituut is voor álle juristen in het migratierecht, van advocaten tot de IND, en dat het bestuur juist de hele keten weerspiegelt: rechtspraak, wetenschap, advocatuur en het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dat een rechter lid is, vormt daarom geen reden om zich uit zaken terug te trekken. De brede redacties zorgen volgens het instituut juist voor een evenwichtige keuze van uitspraken, en het bewaken van de onpartijdigheid van rechters is een taak van de rechter en de Raad van State zelf.
De Raad van State meldt NieuwRechts dat Sevenster op het feestje aanwezig was als voorzitter van de Vreemdelingenkamer, en dat optredens buiten de deur en contacten "binnen de hele asiel- en migratieketen" bij dat werk horen. Haar felicitatie doet er volgens de Raad niets aan af dat zij iedere zaak onafhankelijk beoordeelt. Over de bijeenkomsten van 2019 zegt de Raad dat die alleen gingen over de manier waarop uitspraken worden opgeschreven, niet over de inhoud, en dat de onafhankelijkheid daarbij nooit in het geding is geweest.
De Commissie Meijers laat NieuwRechts weten dat zij onafhankelijk opereert en dat geen enkel commentaar door één persoon wordt bepaald: elk stuk wordt binnen de commissie besproken en uiteindelijk door alle leden — rechters, wetenschappers en andere experts — goedgekeurd of verworpen. Over de vraag hoe het lidmaatschap van rechters zich verhoudt tot hun onafhankelijkheid, verwijst de commissie naar de wet. Zij bevestigt dat SMN tot haar donateurs behoort, net als het DPG-aandeelhouder Stichting Democratie en Media (SDM).
De vaste tegenspeler
Wie is dan dat juridische team, dat zich op zijn jubileum door de hoogste asielrechter liet toespreken? Daarvoor moeten we bij VluchtelingenWerk zijn, de andere helft van het netwerk. De organisatie, opgericht in 1979, speelt een dubbele rol: ze voert het asielbeleid mee uit en bestrijdt het tegelijk. Van de overheid kreeg ze een vaste plek in de procedure — asielzoekers krijgen voorlichting van VluchtelingenWerk voordat de IND hen hoort over hun asielverhaal — en daarnaast betaalt diezelfde overheid haar om asielzoekers te begeleiden en te laten inburgeren. Het gaat om serieus geld: sinds 2016 maakte alleen al het Rijk ruim 300 miljoen euro over, en ruim driekwart van alle inkomsten komt van de overheid.
Tegelijk lobbyt VluchtelingenWerk bij ministeries en Kamerleden voor een milder beleid. Levert dat niets op, dan volgt de gang naar de rechter. In februari 2025 nog met succes: toen minister Faber de subsidie wilde halveren, dwong de organisatie bij de rechtbank in Amsterdam af dat de overheid moest blijven betalen.
In 2013 richtte VluchtelingenWerk dat juridische team op, officieel de Commissie Strategisch Procederen. Strategisch procederen komt erop neer dat je bewust de zaak uitkiest waarmee bij de hoogste rechter een principiële uitspraak valt af te dwingen — eentje die daarna voor duizenden anderen geldt. Het team bestaat uit advocaten van verschillende kantoren en uit wetenschappers, al keert één kantoor opvallend vaak terug: het al genoemde Prakken d'Oliveira. Twee van zijn advocaten voerden voor het team richtinggevende zaken tot aan het Europese Hof van Justitie en de Raad van State, en één van hen zit ook in de Adviescommissie Asiel van VluchtelingenWerk. De voorzitter van de vereniging van asieladvocaten komt van hetzelfde kantoor. En het was opnieuw een advocaat van Prakken d'Oliveira die VluchtelingenWerk bijstond in de subsidiezaak tegen minister Faber.
Dan resteert de vraag wie dit procederen betaalt. Een belangrijk spoor loopt naar Stichting Democratie en Media (SDM), een ideële stichting met een minderheidsaandeel in DPG Media, het grootste krantenconcern van Nederland. Tot dit jaar was SDM daarnaast een fonds dat de organisaties financieel steunde. Het juridische team van VluchtelingenWerk kreeg 30.000 euro in 2020 en 25.000 euro in 2023, bestemd voor het procederen voor vluchtelingen. Prakken d'Oliveira ontving volgens de jaarverslagen 40.000 euro in 2023 en ruim 50.000 euro in 2021, voor een project tegen het Europese beleid om migranten aan de buitengrenzen tegen te houden. Ook de Commissie Meijers, de adviesgroep die strengere maatregelen afraadt, kreeg geld van de DPG-aandeelhouder.
VluchtelingenWerk en de stichting zien hun rol anders. VluchtelingenWerk laat NieuwRechts weten dat het een onafhankelijke maatschappelijke organisatie is, waarbij begeleiding en belangenbehartiging volgens de statuten "in elkaars verlengde" liggen; subsidie beperkt het recht om beleid door de rechter te laten toetsen niet. In het beeld dat het grotendeels met vaste advocaten van één kantoor werkt, herkent de organisatie zich niet: advocaten worden meestal toegewezen door de Raad voor Rechtsbijstand of door de asielzoeker zelf gekozen, het juridische team bestaat uit advocaten van verschillende kantoren, en het treedt niet zelf op als partij in rechtszaken. De bedragen van Stichting Democratie en Media (SDM) bevestigde VluchtelingenWerk tegenover NieuwRechts.
Stichting Democratie en Media (SDM) bevestigt tegenover NieuwRechts eveneens dat zij het juridische team en Prakken d'Oliveira steunde. Procesvoering tegen de overheid past volgens haar bij haar doel, omdat een democratische rechtsstaat goed functioneert wanneer burgers en organisaties het beleid door de rechter kunnen laten toetsen. Begin dit jaar is SDM met die fondsactiviteiten gestopt. De krantenredacties werken naar haar zeggen onafhankelijk, vastgelegd in redactiestatuten, haar rol als aandeelhouder staat los van wat zij als fonds financierde, en uit het aandeel ontvangt zij geen dividend. Prakken d'Oliveira reageerde niet op vragen van NieuwRechts.
Van kennisoverleg naar uitspraak
Al dat onderlinge verkeer zou onschuldig zijn als het nergens toe leidde. Het is echter terug te lezen in de uitspraken zelf, want er is een route te herkennen waarlangs een argument uit deze kring uiteindelijk recht wordt. Die begint in eigen huis: bij het juridische team van VluchtelingenWerk, bij de commentaren in de vakbladen, en bij het jaarlijkse overzicht van het migratierecht in het Nederlands Juristenblad, dat een kleine groep hoogleraren van de VU en de UvA schrijft. Daar wordt een juridisch standpunt uitgewerkt, zoals door hoogleraar Europees asielrecht Hemme Battjes.
Vervolgens kan zo'n standpunt belanden bij een rechtbank die er een vraag over voorlegt aan het Europese Hof van Justitie in Luxemburg — hoe moeten de Europese asielregels op dit punt worden uitgelegd? Zo'n vraag heet een prejudiciële vraag, en het antwoord is bindend; beroep is uitgesloten. Kiest het Hof de kant van de asielzoeker, dan ligt de strengere lijn van de Nederlandse Raad van State in duigen en moet die zijn eigen rechtspraak aanpassen. In de twee zaken hieronder stelde de vreemdelingenkamer in Den Bosch die vragen.
Precies dat instrument kwam ter sprake op het feestje in Amsterdam. Volgens VluchtelingenWerk sprak Sevenster daar over de manier waarop de Raad van State en de rechtbanken beslissen wanneer zij zo'n vraag aan Luxemburg voorleggen — en over de manieren waarop anderen in de rechtspraktijk de rechtspraak van haar eigen Raad van State beïnvloeden. De rechter die in asielzaken het laatste woord heeft, sprak dus over het middel waarmee haar eigen uitspraken worden aangevochten. Haar publiek: de organisatie die dat middel het vaakst inzet.
Het team maakt van zijn werkwijze trouwens geen geheim. Nederland legt de regels uit Brussel te streng uit, zegt teamleider Sadhia Rafi, en daarom gaan principiële zaken naar de Europese rechters, wier oordeel volgens haar "veel gewicht en gezag" heeft, juist omdat er geen beroep tegen openstaat. De strenge Nederlandse lijn omzeilen via een rechter waartegen niets meer opweegt: dat is de strategie, in de woorden van de kring zelf.
Twee keer is dat mechanisme van begin tot eind te volgen. De eerste keer ging het over documenten. Een asielzoeker die na een afwijzing opnieuw aanklopt, moet daarvoor iets nieuws op tafel leggen. Jarenlang vond de Raad van State dat papieren waarvan de echtheid niet vaststond daarvoor niet telden, zodat zulke aanvragen zonder nader onderzoek konden worden afgewezen. De rechtbank in Den Bosch legde die lijn in december 2019 voor aan het Europese Hof, dat in juni 2021 oordeelde dat de documenten wél beoordeeld moeten worden. In januari 2022 stelde de Raad van State zijn rechtspraak bij.
De tweede keer draaide het om "verwesterde" meisjes: meisjes en vrouwen die in Nederland zijn opgegroeid en bij terugkeer naar het land van herkomst in de problemen zouden komen door hun westerse leefstijl. In 2018 oordeelde de Raad van State dat zij daarvoor geen asiel verdienen, tenzij die leefstijl voortkomt uit een politieke of religieuze overtuiging — een hoge lat. Ook dit ging in 2021 vanuit Den Bosch naar Luxemburg, waar het Hof in juni 2024 fundamenteel anders besliste: vrouwen die de gelijkheid van man en vrouw als kernwaarde hebben omarmd, kunnen wel degelijk bescherming krijgen, zonder dat daar een politieke of religieuze overtuiging bij hoeft te komen.
In die zaak had het juridische team een notitie ingebracht waarin het dit standpunt "al uitvoerig betoogd" had, schrijft VluchtelingenWerk op zijn website. Het commentaar op de overwinning kwam van Hemme Battjes, de VU-hoogleraar die de vakbladen mee-redigeert, het jaarlijkse overzicht schrijft en daarnaast rechter-plaatsvervanger is in Haarlem.
Het bleef niet bij die twee. Volgens VluchtelingenWerk zelf boekte het juridische team sinds 2013 een reeks overwinningen waarin de strengere Nederlandse lijn telkens sneuvelde. De allereerste zaak ging over homoseksuele asielzoekers: Nederland mag hen niet terugsturen met het argument dat zij hun geaardheid dan maar moeten verbergen, bepaalde het Europese Hof. Later moest de IND bij asielaanvragen wegens oorlogsgeweld ook de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager meewegen, mocht Nederland voor politiek asiel niet langer eisen dat iemands overtuiging "fundamenteel" is, en moest de overheid eerst zelf het belang van het kind onderzoeken voordat een minderjarige naar een ander EU-land gaat. In 2022 dwong een rechtszaak betere opvang af in Ter Apel.
Ook in Den Bosch zit de kring aan tafel. Stijn Smulders is stafjurist asiel bij de rechtbank Oost-Brabant — een jurist die de rechters adviseert en meeschrijft aan hun uitspraken — en daarnaast rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Limburg. Hij zit in de redactie van Asiel- & Migrantenrecht, het vakblad dat SMN samen met VluchtelingenWerk uitgeeft. Op zijn eigen blog schrijft hij, naar eigen zeggen op persoonlijke titel, over een soepele uitleg van het Europese asielrecht. Zo keert de kring op elke schakel terug: bij het team dat de zaak kiest en een notitie inbrengt, bij de rechtbank die de vraag stelt, en bij de vakbladen die de overwinning daarna duiden. De Rechtspraak en Smulders reageerden niet op vragen van NieuwRechts.
Ook over de grens
Wie verder kijkt, ziet hetzelfde patroon in Brussel en Straatsburg, met VluchtelingenWerk als Nederlandse schakel. De organisatie levert beide Nederlandse coördinatoren van het advocatennetwerk van de Europese vluchtelingenkoepel ECRE en schrijft het Europese landenrapport over het Nederlandse asielrecht dat rechters raadplegen. Teamleider Sadhia Rafi is sinds 2025 voorzitter van het bestuur van die koepel. Samen met Europese partners mengt VluchtelingenWerk zich bovendien in zaken bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens — sinds maart 2025 ook in een zaak tégen Nederland, over de vreemdelingendetentie van kinderen die met hun ouders worden vastgehouden. Tegen de overheid die het grootste deel van haar inkomsten betaalt. Dat is een verhaal op zichzelf.
Waarom dit ertoe doet
Niets van dit alles is verboden, maar het opvallende is de concentratie. Rechtspraak moet onpartijdig zijn en er ook zo uitzien; de burger en de asielzoeker moeten erop kunnen vertrouwen dat de rechter geen banden onderhoudt met één van de partijen. In het asielrecht is dat vertrouwen moeilijk vol te houden, want dezelfde kleine kring zit op vrijwel elke plek tegelijk: bij de organisatie die procedeert, bij de advocaat die pleit, bij de wetenschapper die de uitspraak uitlegt, bij de jurist die de vragen voor de rechtbank schrijft, bij de commissie die de wetgever adviseert en bij de rechter die het laatste woord heeft. Wie in dit vak carrière maakt, wisselt geregeld van rol zonder van gezelschap te veranderen. De uitkomst daarvan is zichtbaar. Een reeks richtinggevende uitspraken waarin de strengere Nederlandse lijn sneuvelde, ging over zaken die deze asielkring zelf uitkoos, ondersteunde of van een notitie voorzag — zo meldt VluchtelingenWerk zelf.
Daaronder ligt een democratisch ongemak. De kiezer vraagt al jaren om minder asielinstroom, ministers beloven het, en het gebeurt steeds niet — mede doordat deze gesubsidieerde, onderling verweven wereld het in de rechtszaal weet om te buigen. De belastingbetaler financiert ondertussen de organisatie, de advocaten en de rechters tegelijk. Wie het asielbeleid weer bij de kiezer wil leggen in plaats van bij de rechter, zal eerst onder ogen moeten zien dat de rechtszaal en de asielsector nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden zijn.




















































