Oostenrijk wil shariarecht weren: 'Er zal geen kalifaat zijn'

De Oostenrijkse coalitiepartij ÖVP wil het gebruik van shariarecht in juridische geschillen expliciet verbieden. De regeringspartij reageert daarmee op groeiende zorgen over parallelle rechtspraak en de rol van religieuze normen binnen de seculiere rechtsstaat. Aanleiding is een recente uitspraak van een rechtbank in Wenen, waarin een op sharia gebaseerd vonnis uitvoerbaar werd verklaard met hulp van de Oostenrijkse staat. Volgens de ÖVP laat deze zaak zien dat religieus recht via een omweg toch juridische werking kan krijgen, meldt Junge Freiheit.
Het onderwerp staat inmiddels centraal in de politieke discussie. Tijdens een overleg van de regeringscoalitie in Neder-Oostenrijk buigen de ÖVP, de sociaaldemocratische SPÖ en de liberale partij Neos zich over de vraag of een wettelijk verbod nodig is. Doel is voorkomen dat religieuze rechtsstelsels indirect erkenning krijgen binnen Oostenrijkse rechtbanken.
Bondskanselier en ÖVP-leider Christian Stocker wil snel ingrijpen. Hij wil nog deze maand met wetgeving naar het parlement. Volgens hem raakt de kwestie de kern van de constitutionele orde. ‘Er kan en zal geen kalifaat zijn in Oostenrijk,’ verklaarde Stocker. Hij voegde daaraan toe: ‘Ik ben niet bereid te accepteren dat sharia, een rechtsstelsel voor een theocratie dat onze waarden tegenspreekt, geldig is in Oostenrijk, zelfs niet in afzonderlijke bepalingen.’
Omstreden uitspraak in Wenen
De politieke onrust werd veroorzaakt door een uitspraak van de regionale civiele rechtbank in Wenen. Die rechtbank bevestigde de afdwingbaarheid van een financiële beslissing die was gebaseerd op islamitisch recht. Twee moslimmannen hadden vooraf afgesproken dat geschillen tussen hen zouden worden beslecht door een private islamitische arbitragecommissie die shariaregels toepast.
Het oorspronkelijke arbitrale vonnis bedroeg meer dan 1 miljoen euro. De Weense rechtbank stond uiteindelijk toe dat 320.000 euro via staatsbeslag werd geïnd. De verliezende partij weigerde betaling en stelde dat sharia meerdere interpretaties kent en strijdig is met Oostenrijkse kernwaarden. De rechtbank verwierp dat bezwaar.
Volgens de rechtbank staat het Oostenrijkse recht toe dat partijen kiezen voor private arbitrage bij financiële en eigendomsgeschillen, zolang de uitkomst niet in strijd is met de ‘fundamentele rechtswaarden’ van het land. Door het vonnis uitvoerbaar te verklaren, mocht de Oostenrijkse staat zijn dwangmiddelen inzetten.
Juridische commentatoren waarschuwen dat hiermee een private religieuze uitspraak feitelijk juridische kracht krijgt. Zij vrezen dat dit een precedent schept voor bredere toepassing van religieuze normen via contractuele afspraken.
Felle politieke reacties
De uitspraak leidde tot scherpe reacties, vooral aan de rechterzijde. Vertegenwoordigers van de FPÖ spraken van een onaanvaardbare aantasting van de rechtsstaat. Plaatsvervangend gouverneur Manfred Haimbuchner waarschuwde dat sharia onverenigbaar is met de Oostenrijkse basiswaarden. Zijn partijgenoot Andreas Bors noemde de beslissing ‘absolute waanzin’.
De ÖVP stelt dat wetgeving nodig is om duidelijk te maken dat religieuze rechtsstelsels, ook indirect, geen plaats hebben in Oostenrijkse rechtbanken. Het ministerie van Justitie van de SPÖ reageerde dat Oostenrijkse rechters ‘alleen buitenlandse regels toepassen als die in lijn zijn met onze waarden’. Critici zien daarin juist een bevestiging dat sharia-uitkomsten onder het huidige recht mogelijk zijn.














































