D66, VVD en CDA leggen meteen nadruk op migratiekoers: 'Tienduizenden extra asielopvangplekken nodig'

Nederland moet in korte tijd tienduizenden nieuwe opvangplekken voor asielzoekers realiseren. Dat blijkt uit een nieuwe raming van Van den Brink, de pas aangetreden minister van Asiel. Voor halverwege 2027 zijn volgens zijn ministerie circa 88.000 plekken nodig. Begin deze maand telde Nederland ongeveer 77.500 opvangplekken. Daarvan verdwijnen er de komende tijd ruim 27.000. Per saldo moeten er in anderhalf jaar bijna 38.000 nieuwe plekken bijkomen. De minister spreekt van een “grote opgave”.
De raming is opgesteld in het kader van de spreidingswet. Die wet regelt hoe asielzoekers over het land worden verdeeld. Provincies krijgen de eerste verantwoordelijkheid om de opgave te verdelen over gemeenten. Gemeenten moeten, op basis van inwonertal en welvaart, een vastgesteld aantal plekken leveren.
Provincies hebben tot begin december om hun opgave toe te delen. Daarna krijgen gemeenten nog ruim een half jaar om de opvang daadwerkelijk in te richten. Lukt dat niet, dan kan de minister dwangsommen opleggen. Van den Brink wil daar voorlopig niet mee dreigen. “Een gesprek met gemeenten is allereerst een gesprek”, zegt hij tegen de NOS. “Dat soort maatregelen zijn niet het begin van een gesprek.”
De cijfers zorgen direct voor politieke spanning. Het gaat om dezelfde ramingen die zijn voorganger, Mona Keijzer, eerder niet openbaar wilde maken. Zij had dat volgens de wet vóór 1 februari moeten doen, maar weigerde. Keijzer stelde begin deze maand dat de cijfers te onzeker waren. Ze wees op de verwachte doorstroom van statushouders naar woningen, waardoor plekken zouden vrijkomen. Ook verwees zij naar strengere asielwetten die nog door de Eerste Kamer moeten worden behandeld en volgens haar het aantal benodigde opvangplekken zouden kunnen verminderen.
Van den Brink maakt korte metten met die benadering. “Ik vind daarvan dat ik de wet moet nakomen”, reageert hij. “En dat heb ik vandaag gedaan door dat besluit gelijk te nemen zodra ik kon.” Met het publiceren van de cijfers legt de minister de bal nadrukkelijk bij provincies en gemeenten. De komende maanden moet blijken waar en hoe de duizenden extra plekken worden gerealiseerd. Duidelijk is dat de druk op lokale bestuurders verder toeneemt.





















































