Rechtbank Midden-Nederland in verzet tegen Raad van State en blijft Belastingdienst dwangsommen opleggen om Toeslagenaffaire

De rechtbank Midden-Nederland blijft dwangsommen opleggen aan de Dienst Toeslagen wanneer gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire te lang moeten wachten op een besluit over de vergoeding van hun werkelijke schade. Daarmee kiest de rechtbank nadrukkelijk voor een andere koers dan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die eerder juist besloot om in dergelijke zaken geen dwangsommen meer op te leggen.
Ondanks jarenlange beloften van verbetering wachten veel ouders nog altijd op duidelijkheid over hun schadevergoeding. Volgens de rechtbank mogen zij niet ook nog het enige juridische drukmiddel verliezen waarmee zij naleving van rechterlijke uitspraken kunnen afdwingen.
Begin juni concludeerde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de besluitvorming over de vergoeding van werkelijke schade volledig is vastgelopen. Volgens de hoogste bestuursrechter hebben de hoge dwangsommen die de Dienst Toeslagen in veel zaken moest betalen niet geleid tot snellere besluitvorming.
Daar komt volgens de Raad van State bij dat de Dienst Toeslagen op grote schaal rechterlijke uitspraken met opgelegde beslistermijnen niet nakomt. Hierdoor verloor het systeem van dwangsommen volgens de hoogste bestuursrechter zijn beoogde werking. In maart 2025 stelde de Raad van State voor andere onderdelen van de hersteloperatie nog een beslistermijn van zestig weken vast. Ook de rechtbanken sloten zich destijds bij die termijn aan. Inmiddels is echter gebleken dat ook die planning in de praktijk niet haalbaar is.
Omdat de Raad van State geen termijn kon aanwijzen die zowel realistisch als niet onnodig lang is, werd teruggevallen op de wettelijke standaardtermijn van twee weken na een rechterlijke uitspraak. Tegelijkertijd besloot de hoogste bestuursrechter dat het onder de huidige omstandigheden geen zin meer heeft om daarbij financiële sancties op te leggen. Volgens de Raad van State werkt een dwangsom momenteel zelfs averechts, omdat de problemen binnen de Dienst Toeslagen zo groot zijn dat een financiële prikkel geen versnelling meer oplevert.
De rechtbank Midden-Nederland erkent dat de hersteloperatie ernstige problemen kent, maar komt desondanks tot een andere conclusie. Volgens de rechters laat de wet geen ruimte om in procedures over niet tijdig beslissen af te zien van een dwangsom.
Daarmee legt de rechtbank de nadruk op de rechtsbescherming van gedupeerde ouders. Zonder dwangsom resteert volgens de rechters nauwelijks een effectief middel om af te dwingen dat een bestuursorgaan een rechterlijke uitspraak daadwerkelijk uitvoert. De rechtbank wijst erop dat juist dit beginsel een belangrijk onderdeel vormt van de Nederlandse rechtsstaat. Wanneer een rechter een overheid opdraagt een besluit te nemen, moet daar ook een instrument tegenover staan waarmee naleving kan worden afgedwongen.























































