D66-minister gaat verhoging AOW-leeftijd doorzetten: 'We gaan helemaal niks afzwakken'

Minister van Sociale Zaken Hans Vijlbrief houdt vast aan het coalitieplan om de AOW-leeftijd sneller te laten stijgen. Dat doet hij ondanks fel verzet van de vakbonden. Volgens Vijlbrief is er nog altijd ruimte voor overleg, maar de bonden willen daar niets van weten zolang de plannen niet worden ingetrokken. De bonden FNV, CNV en VCP hebben duidelijk gemaakt dat zij geen gesprekken voeren zolang de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd op tafel ligt. Zij spreken van een breuk met eerdere afspraken.
De Tweede Kamer nam dinsdag met steun van de coalitie een motie aan om de AOW-plannen te ‘verzachten’. Mede-indiener Gidi Markuszower stelde dat de plannen daarmee feitelijk van tafel zijn. Vijlbrief weerspreekt dat tegenover RTL. "We gaan helemaal niks afzwakken.” Volgens de minister laat de motie hooguit zien dat er bereidheid bestaat om over alternatieven te praten. Aan de kern van het plan wil hij niet tornen.
De minister zegt nog steeds te hopen op een gesprek met de vakbonden. Dat zou volgens hem al snel kunnen plaatsvinden. "Ze komen echt koffie drinken, ze komen kennismaken”, aldus Vijlbrief. "Dan kunnen we heel precies horen van hen waar precies hun probleem zit.” De bonden zelf temperen die verwachting. Zij laten weten dat het gesprek geen onderhandeling zal zijn, maar een formele mededeling. Volgens hen wordt het een "ijskoude mededeling dat alle gesprekken opgeschort en acties voorbereid worden”.
De kern van het conflict ligt bij het pensioenakkoord. Daarin is vastgelegd dat de AOW-leeftijd met acht maanden stijgt voor elk jaar dat de gemiddelde levensverwachting toeneemt. De coalitie wil daar nu van af. In het nieuwe plan wordt de AOW-leeftijd één op één gekoppeld aan de levensverwachting. Dat betekent sneller doorwerken voor toekomstige gepensioneerden.
Vijlbrief erkent dat dit schuurt met eerdere afspraken. "Het pensioenakkoord is belangrijk, en de Kamer heeft natuurlijk gelijk en de bonden hebben gelijk: dat doorbreek je in zekere zin hiermee.” Toch acht hij de ingreep noodzakelijk.






















































