Omstreden Oekraïense nationalist opgegraven in Rotterdam en straks geëerd als nationale held

Het stoffelijk overschot van de Oekraïense nationalist Jevhen Konovalets is in Rotterdam opgegraven en wordt overgebracht naar Oekraïne. Daar krijgt hij uiteindelijk een plek in een nieuw pantheon voor nationale helden. De keuze is omstreden. Konovalets stond aan de basis van de Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OUN), een beweging met ultranationalistische, autoritaire en antisemitische denkbeelden.
Lees ook

NAVO-chef Rutte gaat rechtse verkiezingswinsten negeren: steun aan Oekraïne moet doorgaan
De opgraving vond dinsdag plaats op begraafplaats Crooswijk. Daarbij waren onder anderen vertegenwoordigers van de Oekraïense ambassade, het presidentieel kantoor van Volodymyr Zelensky en de Oekraïense gemeenschap aanwezig.
Konovalets wordt eerst onderzocht en daarna herbegraven op de nationale militaire begraafplaats buiten Kyiv. Uiteindelijk moet hij worden bijgezet in een pantheon voor Oekraïense nationale helden.
Vermoord op de Coolsingel
Konovalets leidde vanaf 1929 de Oekraïense nationalistische beweging. Hij leefde jarenlang in ballingschap en werd in 1938 in Rotterdam vermoord.
De dader was Pavel Soedoplatov, een agent van de geheime dienst van de Sovjet-Unie. Hij deed zich voor als medestander van Konovalets en gaf hem een doos chocolade waarin een bom was verstopt. Soedoplatov schreef later in zijn memoires dat Sovjetleider Jozef Stalin persoonlijk opdracht had gegeven voor de moord.
De Oekraïense historicus Georgiy Kasianov omschrijft Konovalets tegenover Binnenlands Bestuur als de leider van „een organisatie gebaseerd op absolute ultra-nationalistische en totalitaire principes”.
Volgens Kasianov wilde de OUN uiteindelijk een autoritaire en etnisch homogene Oekraïense staat opbouwen. „De OUN-leden vochten voor een onafhankelijk, mono-etnisch, autoritair en totalitair Oekraïne.”
Held of omstreden nationalist
In het huidige Oekraïne worden figuren als Konovalets vooral herinnerd vanwege hun strijd tegen Polen en later de Sovjet-Unie. Dat beeld krijgt door de huidige oorlog met Rusland opnieuw veel gewicht.
Historicus Karel Berkhoff van de Universiteit Leiden en het NIOD ziet daarin een duidelijke politieke ontwikkeling. „Eerder heeft Zelensky zich nooit gelieerd aan dit soort nationalisten uit het verleden”, zegt hij bij de Volkskrant. Volgens Berkhoff zoekt Oekraïne steeds nadrukkelijker naar historische figuren die symbool kunnen staan voor nationale onafhankelijkheid.
Daarbij is volgens hem minder aandacht voor hun schaduwzijde. „Dat hij dit nu wel doet, past in een wat langer proces van het zoeken naar ideale figuren, naar helden die streden voor Oekraïne, zonder al te veel aandacht te willen schenken aan de schaduwzijde.”
Die schaduwzijde is aanzienlijk. De OUN was in de jaren dertig ultranationalistisch, xenofobisch en antisemitisch. De beweging liet zich ideologisch inspireren door fascistische bewegingen in Europa en onderhield contacten met Duitsland.
Kasianov zegt daarover: „In termen van ideologie was de OUN in de jaren dertig xenofobisch en anti-semitisch. Daar is geen twijfel over.”
Geweld tegen Joden en Polen
Konovalets zelf werd vóór de Tweede Wereldoorlog vermoord en was volgens Kasianov tegen pogroms. Na zijn dood radicaliseerde de beweging verder.
Delen van de OUN werkten tijdens de Duitse inval in de Sovjet-Unie samen met nazi-Duitsland. OUN-leden waren onder meer betrokken bij hulppolitie-eenheden die hielpen bij de vervolging en moord op Joden.
Ook was de Oekraïense nationalistische beweging betrokken bij grootschalig geweld tegen Polen. Het Oekraïens Opstandelingenleger, de gewapende tak die uit de beweging voortkwam, vermoordde in 1943 en 1944 tienduizenden Poolse burgers in Wolynië en andere gebieden in het huidige West-Oekraïne. Dat verleden leidt nog altijd tot spanningen met Polen.
Meer nationalisten terug naar Oekraïne
Konovalets is niet de enige omstreden nationalist die naar Oekraïne wordt teruggebracht. In mei werden de resten van Andri Melnyk opgegraven in Luxemburg. Hij volgde Konovalets op als leider van de OUN. Zelensky woonde zijn herbegrafenis persoonlijk bij en zei dat Melnyk terugkeerde naar het vrije en onafhankelijke Oekraïne waarvan hij had gedroomd.
Ook Stepan Bandera, waarschijnlijk de bekendste leider van een afsplitsing van de OUN, komt mogelijk naar Oekraïne. Hij werkte in 1941 samen met nazi-Duitsland en werd na de oorlog in München vermoord.
Berkhoff waarschuwt dat deze heldenverering gevolgen kan hebben voor de internationale steun aan Oekraïne. Rusland gebruikt de geschiedenis van de OUN al jaren voor propaganda over vermeend nazisme in Oekraïne.
Tegelijk ligt kritiek op deze historische figuren gevoelig binnen Oekraïne. Berkhoff vat die spanning scherp samen: „Als je daar iets over zegt, krijg je het verwijt dat je de Russen napraat.”
De herbegrafenis van Konovalets is daarmee meer dan een symbolische thuiskomst. Ze raakt aan een grotere strijd over de vraag welke historische figuren Oekraïne in oorlogstijd tot nationale helden verheft — en welke delen van hun verleden daarbij worden meegewogen.






















































