Ophef op Universiteit Utrecht na vondst korans onder tafelpoten: 'Selectieve verontwaardiging'

De Universiteit Utrecht is een onderzoek gestart naar een incident in een stilteruimte van het Buys Ballotgebouw op Utrecht Science Park. Een student trof daar eerder deze week twee korans aan die onder een poot van een tafel waren gelegd. In dezelfde ruimte lagen ook bierdopjes en waren plassen zichtbaar. Het is nog niet bekend wie hiervoor verantwoordelijk is.
De universiteit zegt tegenover RTV Utrecht geschrokken te zijn van de situatie en wil achterhalen wat er precies is gebeurd. 'We nemen dit serieus en gaan na wat er precies is gebeurd', laat de Universiteit Utrecht weten. De instelling benadrukt daarbij dat er vooralsnog geen duidelijkheid is over de betrokken personen.
Stilteruimte bedoeld voor verschillende gebruikers
De betreffende ruimte is bedoeld voor studenten en medewerkers die behoefte hebben aan stilte of bezinning. Volgens de universiteit gaat het om een plek 'die studenten en medewerkers met respect voor elkaar kunnen gebruiken'. In de ruimte liggen verschillende religieuze boeken. Naast korans zijn daar bijvoorbeeld ook bijbels aanwezig.
De islamitische studentenvereniging Insan heeft inmiddels gereageerd op de vondst. De vereniging zegt 'erg geschrokken' te zijn van wat er in de stilteruimte is aangetroffen. In een verklaring op Instagram stelt Insan dat 'dergelijke handelingen raken aan de veiligheid en het respect dat iedere student binnen de universiteit zou moeten kunnen ervaren'. De studentenvereniging ziet het incident daarmee als een ernstige kwestie.
Lloyd Opdam, universiteitsraadslid namens Academisch Belang Utrecht, keurt het beschadigen van religieuze boeken af, maar vindt de commotie rond de korans in de stilteruimte buitenproportioneel. Tegenover NieuwRechts spreekt hij van 'selectieve verontwaardiging' en noemt hij de reactie hypocriet. Volgens Opdam wordt bovendien ten onrechte de indruk gewekt dat de stilteruimtes speciaal voor moslims zijn ingericht. 'Deze ruimtes zijn bedoeld voor iedereen en zijn nadrukkelijk niet het exclusieve domein van islamitische studenten', stelt hij. Hij wijst erop dat de universiteit en DENK volgens hem veel sneller reageren dan bij andere incidenten, waaronder intimidatie van Joodse studenten, bezettingen en blokkades en de volgens hem bestaande uitsluiting van rechtse en conservatieve studenten.
Opdam betwist ook het beeld dat islamitische studenten binnen de Universiteit Utrecht worden achtergesteld. Hij wijst onder meer op gesprekken over toetsluwe dagen rond islamitische feestdagen, ramadanvieringen, voorlichtingsactiviteiten en de positie van islamitische studenten binnen het diversiteits- en inclusiebeleid. Ook noemt hij de komst van Palestijnse studenten naar Utrecht met een studiebeurs, terwijl volgens hem Israëlische en Joodse studenten juist met boycots te maken krijgen. 'De UU is allang niet meer de universiteit die zij ooit was', aldus Opdam. Volgens hem zijn islamitische identiteit en belangen steeds zichtbaarder en sterker institutioneel vertegenwoordigd, een ontwikkeling die hij ook bij andere Nederlandse universiteiten zegt te zien.
DENK stelt vragen in Kamer en gemeenteraad
Ook politiek krijgt de zaak inmiddels aandacht. DENK heeft zowel in de Tweede Kamer als in de gemeenteraad van Utrecht vragen gesteld over het incident. Kamerlid Dogukan Ergin spreekt daarbij van een 'haatactie gericht tegen Utrechtse moslimstudenten'. Daarmee geeft de partij al een duidelijke kwalificatie aan het voorval.
De Universiteit Utrecht heeft zelf nog geen conclusie getrokken over de aanleiding of het motief. De instelling beperkt zich voorlopig tot het onderzoeken van wat er precies in de stilteruimte is gebeurd en wie daarbij betrokken waren.

















































