Linske partij wil na verkiezingswinst 240.000 woningen onteigenen in Berlijn

Die Linke wil na haar verkiezingsoverwinning in Berlijn werk maken van een van haar meest ingrijpende verkiezingsbeloften: ongeveer 240.000 woningen van grote vastgoedbedrijven onteigenen. Bedrijven met meer dan 3.000 woningen in de Duitse hoofdstad zouden hun bezit verplicht moeten overdragen aan een publieke organisatie, meldt Tagesschau. Ze krijgen daarvoor een vergoeding, maar voorstanders willen die bewust onder de marktwaarde houden.
Lees ook

Huizenfraude bij statushouders? Ambtenaar doet boekje open over dubbele woningen
De partij heeft na de deelstaatverkiezingen een sterke uitgangspositie. Die Linke behaalde 25,7 procent van de stemmen, ruim twee keer zoveel als bij de vorige verkiezingen. Daarmee werd de partij voor het eerst de grootste van Berlijn. Lijsttrekker Elif Eralp wil nu een coalitie vormen met de Groenen en SPD.
Vastgoedreuzen moeten bezit afstaan
Het woningplan was een belangrijk onderdeel van de campagne. Die Linke wil alle particuliere woningbedrijven met meer dan 3.000 woningen aanpakken. Vooral Vonovia en dochterbedrijf Deutsche Wohnen zouden worden geraakt. Samen bezitten zij ongeveer 130.000 woningen in Berlijn.
„Voor mij is duidelijk dat er in een regering ook onteigend moet worden, omdat het een middel is om speculatie uit de huurmarkt te verdringen”, zei Eralp na haar overwinning. Juridisch gebruikt Duitsland hiervoor de term Vergesellschaftung, oftewel vermaatschappelijking. In de praktijk betekent het dat de bedrijven hun eigendom gedwongen moeten afstaan aan een publieke instelling, tegen een vergoeding. Ook voorstanders spreken zelf regelmatig over Enteignung, onteigening.
Het plan steunt op artikel 15 van de Duitse grondwet. Dat artikel maakt het mogelijk om onder meer grond en productiemiddelen tegen compensatie in gemeenschappelijk bezit te brengen. De bepaling bestaat al sinds de oprichting van de Bondsrepubliek, maar is nog nooit daadwerkelijk gebruikt. Een onteigening op deze schaal zou daardoor juridisch grotendeels onontgonnen terrein zijn.
Vergoeding lager dan marktwaarde
Een belangrijk twistpunt is hoeveel de vastgoedbedrijven moeten krijgen. Die Linke wil niet automatisch de volledige marktwaarde betalen. In de discussie worden vergoedingen van ongeveer 40 tot 60 procent van die waarde genoemd. Vastgoedbedrijven zouden daarmee aanzienlijk minder ontvangen dan wanneer zij de woningen op de markt verkochten.
Ook over de totale rekening lopen de schattingen sterk uiteen. Deskundigen noemen bedragen van 8 tot 36 miljard euro, afhankelijk van de hoogte van de vergoeding. Bij het referendum van 2021 schatte de Berlijnse overheid de compensatie voor ongeveer 243.000 woningen op 28,8 tot 36 miljard euro, plus bijkomende kosten. De initiatiefnemers kwamen destijds zelf veel lager uit.
Het idee is dat voor de aankoop leningen worden afgesloten. De huuropbrengsten moeten vervolgens worden gebruikt om die schulden over tientallen jaren af te lossen. Voorstanders verwachten dat dit mogelijk is omdat een publieke verhuurder geen dividend aan aandeelhouders hoeft uit te keren.
Daar zit tegelijk een financieel risico. Als de huren moeten dalen of langdurig worden bevroren, komen minder inkomsten binnen om de leningen af te betalen. Uiteindelijk staat de stad achter de constructie.
Geen enkele nieuwe woning
Tegenstanders wijzen daarnaast op een eenvoudiger probleem: de maatregel verandert wie de woningen bezit, maar bouwt er geen enkele woning bij. Berlijn kampt juist met een groot tekort aan betaalbare woonruimte.
„Door onteigening ontstaan geen nieuwe woningen”, waarschuwt vastgoeddeskundige Thomas Beyerle. Critici vrezen bovendien dat particuliere investeerders Berlijn zullen mijden wanneer de overheid op grote schaal bestaand woningbezit kan overnemen. Zij vinden dat miljarden beter aan nieuwbouw kunnen worden besteed.
Voorstanders redeneren andersom. Volgens hen draait het plan niet alleen om het aantal woningen, maar vooral om de huren in het bestaande aanbod. Econoom Tom Krebs van de Universiteit van Mannheim stelt bijvoorbeeld dat meer woningen met prijsbeperkingen kunnen helpen om huren te stabiliseren. Hij vindt wel dat daarnaast nieuwe woningen gebouwd moeten blijven worden.
Berlijners stemden eerder vóór onteigening
Het plan heeft een lange voorgeschiedenis. Berlijn verkocht rond de eeuwwisseling grote aantallen gemeentelijke woningen. Een deel daarvan kwam uiteindelijk bij grote vastgoedbedrijven terecht. Toen de huren later sterk opliepen, ontstond de beweging Deutsche Wohnen & Co enteignen.
Die organisatie dwong in 2021 een referendum af. Daarin stemde 57,6 procent voor het in publieke handen brengen van de woningen van grote vastgoedbedrijven. De uitslag verplichtte de regering echter niet rechtstreeks om de onteigeningen uit te voeren. De toenmalige politieke leiding stelde eerst een commissie van deskundigen in.
Die commissie concludeerde in meerderheid dat het plan juridisch mogelijk kan zijn. Een definitief rechterlijk oordeel bestaat echter niet. Als Berlijn daadwerkelijk een wet invoert, worden langdurige rechtszaken verwacht.
De publieke steun lijkt inmiddels bovendien minder groot dan vijf jaar geleden. Een peiling rond de nieuwe verkiezingen liet zien dat 37 procent nog voor het plan was en 51 procent tegen. Onder kiezers van Die Linke bleef een ruime meerderheid voorstander.
Breekpunt bij coalitievorming
Voor Die Linke blijft de maatregel desondanks een harde eis. „Ik heb altijd gezegd: als Die Linke gaat regeren, dan wordt er ook onteigend”, zei Eralp na de verkiezingen. Ze verwijst daarbij steeds naar het referendum uit 2021.
Daarmee ontstaat direct een probleem bij de coalitievorming. Die Linke kan niet alleen regeren en kijkt naar de Groenen en SPD. Binnen de SPD bestaat echter stevige weerstand tegen het plan. Zonder de sociaaldemocraten is voor deze combinatie geen meerderheid beschikbaar.
Ook de landelijke regering probeert de plannen te dwarsbomen. De coalitie van bondskanselier Friedrich Merz werkt aan wetgeving die het gebruik van artikel 15 voor dergelijke grootschalige onteigeningen moet beperken of blokkeren. Ook daarover bestaat juridisch en politiek verschil van mening.
De verkiezingswinst betekent dus niet dat volgende week 240.000 woningen worden overgenomen. Eerst moet Die Linke een coalitie vormen. Vervolgens moet er wetgeving komen en zullen vrijwel zeker rechters zich over de maatregel buigen.
Maar het politieke verschil met de afgelopen jaren is groot. Een plan dat na het referendum van 2021 grotendeels bleef liggen, ligt nu op tafel bij de partij die de Berlijnse verkiezingen heeft gewonnen. Die Linke wil niet alleen de huren reguleren, maar het eigendom van een aanzienlijk deel van de Berlijnse woningmarkt daadwerkelijk van particuliere bedrijven naar de publieke sector verplaatsen.






















































