Rapper Kosso emigreert uit Nederland: ‘Als je anders denkt dan links, ben je meteen een gevaar’

Rapper en ondernemer Kosso heeft met zijn gezin Nederland verlaten. De zoon van Kosovaarse oorlogsvluchtelingen groeide hier op, bouwde een miljoenenbedrijf op en zei jarenlang dat hij Nederland niet wilde verlaten. Toch maakte hij nu de omgekeerde reis naar Kosovo. Hiervoor noemt Kosso meerdere redenen: het ondernemersklimaat, het onderwijs en de maatschappelijke sfeer. Zijn vertrek staat dan ook niet op zichzelf: steeds meer in Nederland geboren mensen emigreren.
Nederland raakt steeds vaker juist de mensen kwijt die het hier gemaakt hebben. Vorig jaar emigreerden 47.035 in Nederland geboren mensen, bijna 9 procent meer dan een jaar eerder, en dat aantal stijgt al jaren. Onder de vertrekkers zitten ondernemers die zeggen dat hard werken hier steeds minder oplevert, en ouders die hun kinderen niet meer willen laten opgroeien in een land dat volgens hen onherkenbaar is veranderd.
Ditmaal gaat het om rapper en ondernemer Kosso, geboren als Albert Dervishaj. Vorige maand maakte de 30-jarige Limburger bekend dat hij met zijn gezin officieel naar Pristina is geëmigreerd, samen met het gezin van zijn broer. In een vragenvlog vanuit Kosovo en in de podcast Grensloos Gebabbel legt hij uit waarom. Zijn redenen lezen als een opsomming van alles wat in Nederland schuurt: cancelcultuur, een schoolsysteem dat ‘bizar veranderd’ is, een overheid die ondernemers steeds meer afpakt, en een samenleving waarin volgens hem ‘iedereen wacht op je downfall’.
‘Meteen een gevaar voor de maatschappij’
De diepste frustratie van Kosso zit in de vraag wat je in Nederland nog mag zeggen. ‘Als ik mij uitspreek in Nederland, word ik al bijna gecanceld door wat ik zeg, terwijl ik weet dat een hele grote doelgroep in Nederland precies denkt zoals ik’, zegt hij in zijn vlog vanuit Pristina. ‘De linkse media en wat ze eigenlijk door je strot willen duwen, dat gaat niet meer samen met mijn eigen normen en waarden.’ In Grensloos Gebabbel scherpt hij dat aan: ‘Ik probeer ergens in het midden te wandelen. Alleen merk ik in Nederland dat als je anders denkt dan links, je al een gevaar voor de maatschappij bent. Meteen.’
Zijn video eindigde met de zin: ‘Nederland, tot ziens. Het is niet meer het land waar we vroeger zo trots op konden zijn.’ In Kosovo ervaart hij dat anders. ‘Cancelcultuur bestaat hier ook niet’, zegt hij, en zijn normen en waarden ‘klikken beter’ met die van het land van zijn ouders.
‘Die nonsens is er nog niet’
Minstens zo zwaar weegt voor Kosso de vraag hoe zijn twee zoons opgroeien. ‘Hoe ik ben opgegroeid als kind in Nederland, is niet meer hoe kinderen nu opgroeien in Nederland’, zegt hij in de podcast. ‘Het schoolsysteem is veranderd. Bizar veranderd. Wat kinderen überhaupt op school aanleren is veranderd. En in Kosovo is die nonsens er nog niet.’ Hij noemt zichzelf iemand ‘van de oude normen en waardes’ en ziet in Pristina hoe kinderen weer de hele dag buiten spelen, met minder tv en minder iPad.
Die onvrede over wat scholen kinderen bijbrengen, leeft breder. Het aandeel basisscholen dat meedoet aan de Week van de Lentekriebels, de seksuele voorlichting van Rutgers voor kinderen vanaf 4 jaar, daalde van 43 procent in 2022 naar 35 procent in 2025. In diezelfde periode steeg het aandeel scholen dat ‘weerstand bij ouders’ als reden noemt van 6 naar 38 procent. In Kosovo bestaat geen apart vak seksuele vorming; toen daar in 2024 ophef ontstond over lesmateriaal, liet het onderwijsministerie weten dat er geen apart leerplan is.
Een ondernemer die wordt weggeduwd
Kosso zei in het verleden vaak dat hij Nederland nooit zou verlaten. Wat de doorslag gaf, verwoordt hij in zijn vlog: ‘Op het moment dat Nederland jou als ondernemer de hele tijd een beetje aan het wegduwen is, de hele tijd meer van je wil afpakken, de hele tijd de wetgeving verandert in negatieve zin voor elke ondernemer, dan moet je ook aan jezelf gaan denken.’ Al in mei, toen de grenspolitie hem vijf uur vasthield vanwege zijn Tesla Cybertruck en hij een begrafenis miste, klaagde hij: ‘Hier betaal ik miljoenen aan belasting voor.’ En: ‘Dat is ook weer een reden waarom ik hier zo snel mogelijk wil opzouten.’
De druk neemt verder toe. Volgens het Belastingplan 2027 stijgt het tarief in de eerste schijf van 35,75 naar 36,23 procent en in de tweede van 37,56 naar 38,16 procent, terwijl in box 3 een heffing van 36 procent op het werkelijke rendement op tafel ligt. Kosovo heft daarentegen hooguit 10 procent, belast geen dividend en kent geen vermogensbelasting; erfenissen en schenkingen binnen het gezin zijn er vrijgesteld. In zijn afscheidsvideo zei Kosso nog: ‘Dit is ook geen belastingverhaal.’ In de podcast klinkt het anders: ‘Is ook een van de redenen, tuurlijk. Kosovo heeft maar 10 procent belasting.’ Zijn villa in een beveiligde wijk huurt hij er voor 2.000 euro per maand.
De lange arm van de fiscus
Helemaal los van de Nederlandse schatkist komt Kosso niet. Zijn bedrijf Kosso Nutrition blijft in Nederland gevestigd en betaalt hier gewoon vennootschapsbelasting. Keert het bedrijf winst aan hem uit, dan mag Nederland op grond van het belastingverdrag met Kosovo nog 15 procent dividendbelasting inhouden. Bovendien legt de Belastingdienst bij emigratie een conserverende aanslag op over de waardegroei van het bedrijf in de Nederlandse jaren. Sinds 2015 vervalt die aanslag niet meer na tien jaar, en de fiscus int hem stukje bij beetje bij elke dividenduitkering.
Ook de erfbelasting blijft voorlopig boven zijn hoofd hangen. Omdat Kosso de Nederlandse nationaliteit heeft, geldt hij tot tien jaar na zijn vertrek voor de erf- en schenkbelasting nog als inwoner van Nederland. Overlijdt hij binnen die tien jaar, dan betalen zijn kinderen gewoon Nederlandse erfbelasting. De Tweede Kamer wil die greep zelfs verlengen: in oktober 2024 nam zij een motie aan om een extra heffing na emigratie te onderzoeken. Het kabinet raamde de opbrengst in december 2025 op 16 tot 38 miljoen euro per jaar en liet het besluit over aan het volgende kabinet.
Desondanks heeft Kosso geen haat tegen Nederland, benadrukt hij. ‘Ik ben daar groot geworden, ik heb daar mijn successen behaald.’ Zijn villa in Nederland houdt hij aan, het huurcontract in Pristina loopt een jaar, en zijn ouders komen pas als het gezin definitief blijft. ‘Dit is geen vaarwel. Dit is tot ziens’, zei hij in zijn afscheidsvideo. Of het daarbij blijft, hangt misschien minder af van Kosovo dan van de vraag of Nederland weer een land wordt waar ondernemers en gezinnen als het zijne zich thuis voelen.





















































