Hongarije krijgt EU-geld terug na vertrek Orbán, AfD-deelstaat riskeert juist korting

De Europese Commissie wil 4,2 miljard euro aan eerder bevroren geld voor Hongarije weer beschikbaar maken, nu de nieuwe regering van Péter Magyar hervormingen heeft doorgevoerd. Vrijwel tegelijk wordt in Duitsland al gesproken over het tegenovergestelde scenario: EU-geld voor Saksen-Anhalt kan onder druk komen te staan als een toekomstige AfD-regering Europese regels of grondrechten schendt. Ook in Roemenië vragen Europarlementariërs om de geldstromen naar een stad te onderzoeken na een verbod op een Pride-mars.
De drie gevallen vallen juridisch niet onder exact dezelfde regeling. Wel laten ze zien hoe EU-subsidies steeds sterker worden verbonden aan de rechtsstaat en grondrechten. In het toekomstige Europese meerjarenbudget wordt die koppeling verder ingebouwd. Daarmee groeit ook de discussie over de vraag wanneer financiële voorwaarden dienen om EU-wetgeving te handhaven en wanneer geld een politiek drukmiddel wordt.
Hongarije krijgt miljarden mogelijk terug
De Commissie stelde vorige week woensdag voor om 4,2 miljard euro aan cohesiegeld voor Hongarije vrij te geven. Ook 21 Hongaarse universiteiten zouden weer volledig toegang krijgen tot Erasmus+ en Horizon Europe. Het geld was sinds 2022 geblokkeerd vanwege problemen rond onder meer corruptiebestrijding, aanbestedingen en belangenverstrengeling.
Volgens Brussel heeft de regering-Magyar belangrijke hervormingen uitgevoerd. De Commissie noemt aanpassingen van aanbestedingsregels, sterkere anticorruptiewaarborgen, nieuwe regels voor belangenconflicten en verbeteringen bij het Openbaar Ministerie. De Raad van EU-lidstaten moet nog instemmen met de vrijgave en heeft daarvoor een maand. Het geld is dus nog niet definitief vrijgegeven.
De timing springt in het oog. Onder Viktor Orbán bleef het geld jarenlang geblokkeerd. Magyar werd in mei premier en sloot enkele weken later al een akkoord met Brussel over een hervormingspakket. „Drie weken was genoeg om te doen wat Orbán in drie jaar niet lukte”, zei Magyar destijds. Het is volgens de Commissie echter niet de regeringswissel zelf die telt, maar het voldoen aan de afgesproken voorwaarden.
Dat de beoordeling van Hongarije niet altijd onomstreden is, bleek eerder. Advocaat-generaal Tamara Ćapeta van het EU-Hof concludeerde in februari dat de Commissie in 2023 ongeveer 10,2 miljard euro had vrijgegeven terwijl de vereiste hervormingen volgens haar nog niet voldoende in werking waren. Zij adviseerde het Hof die beslissing nietig te verklaren. Dat advies is geen einduitspraak.
AfD-regering kan geldkwestie worden
In Saksen-Anhalt speelt inmiddels de omgekeerde vraag. De deelstaat ontvangt ongeveer 2,95 miljard euro uit Europese regionale fondsen. Nadat de AfD de deelstaatverkiezingen won, zei Groen-Europarlementariër Daniel Freund dat Brussel geld zou moeten kunnen tegenhouden wanneer een toekomstige AfD-regering Europese grondrechten schendt.
Freund wees daarbij expliciet naar Hongarije en Polen. „We hebben in beide landen gezien dat er na het bevriezen van EU-geld regeringswisselingen kwamen”, zei hij tegen de Duitse Tagesschau. Over Saksen-Anhalt stelde hij dat de Commissie bij schending van Europese regels „in het uiterste geval ook geld zou moeten tegenhouden”.
Later formuleerde hij het nog directer: als een AfD-regering Europese waarden schendt, zal hij er in Brussel op aandringen de EU-gelden voor de deelstaat te bevriezen. De enkele verkiezingsoverwinning van de AfD is daarvoor op zichzelf geen juridische grond. Er moet een verband bestaan met schendingen die onder de Europese financieringsregels vallen.
AfD-Europarlementariërs Arno Bausemer Boßdorf en Mary Khan hebben Brussel inmiddels gevraagd op welke rechtsgrond geld voor een Duitse deelstaat zou kunnen worden stopgezet. Hun vraag werd op 15 september ingediend.
Ook Pride-verbod gekoppeld aan EU-geld
Twee dagen eerder stelde een groep Europarlementariërs van onder meer Groenen, sociaaldemocraten en Links een spiegelbeeldige vraag over de Roemeense stad Oradea. Daar werd voor het vierde jaar op rij een Pride-mars verboden. De parlementariërs willen van de Commissie weten of de stad bij het ontvangen van Europees geld voldoende aan de voorwaarden rond grondrechten voldoet. Onder de ondertekenaars zit de Nederlandse Europarlementariër Kim van Sparrentak.
Ook daar betekent zo'n parlementaire vraag niet automatisch dat subsidies worden ingetrokken. Wel illustreert de kwestie dat discussies over lokaal of nationaal beleid steeds vaker worden verbonden aan de vraag of Europees geld kan blijven doorstromen.
EU-geld heeft aantoonbaar politiek effect
Dat Europees geld verkiezingsgedrag kan beïnvloeden, blijkt bovendien uit onderzoek van het Kiel Institute. Economen Robert Gold en Jakob Lehr onderzochten Europese regionale subsidies tussen 1999 en 2019. Regio's die steun ontvingen, stemden gemiddeld ongeveer 2,5 procentpunt minder op rechts-populistische partijen. Wanneer regio's hun voorkeursstatus verloren, steeg die steun gemiddeld met 1,6 procentpunt.
De onderzoekers verklaren dat vooral doordat EU-steun het vertrouwen in Europese en democratische instellingen vergroot. Links-populistische partijen zagen in de studie geen vergelijkbaar effect. Het gaat om een werkdocument uit 2024; het onderzoek bewijst niet dat Brussel subsidies bewust verdeelt om verkiezingsuitslagen te veranderen.
Voorwaarden worden verder uitgebreid
De discussie wordt de komende jaren alleen belangrijker. In de plannen voor de Europese begroting van 2028 tot 2034moeten nationale en regionale programma's voldoen aan horizontale voorwaarden rond grondrechten en de rechtsstaat. Geld wordt vervolgens gekoppeld aan afgesproken doelen en mijlpalen.
Daarmee krijgt Brussel een steeds grotere financiële hefboom tegenover nationale en regionale overheden. Voorstanders zien die voorwaarden als noodzakelijk om corruptie te bestrijden en Europese grondrechten af te dwingen. Tegenstanders vrezen dat dezelfde instrumenten ook politiek selectief kunnen worden toegepast.
Hongarije, Saksen-Anhalt en Oradea laten in ieder geval zien hoe concreet die discussie inmiddels is geworden: wie miljarden uit Brussel ontvangt, krijgt steeds nadrukkelijker te maken met voorwaarden over de manier waarop er wordt bestuurd.























































