Provincie onder vuur na doodschieten wolvin: werkgroep eist actie

De provincie Utrecht komt onder druk te staan na de dood van een wolvin bij Leusden. Het dier werd vorig jaar na een aanrijding door een vrijwilliger van stichting Valwild doodgeschoten. Werkgroep Wolf Leusden vindt dat nooit goed is onderzocht of daarbij volgens de regels is gehandeld. Tijdens een hoorzitting bij de provinciale bezwaarcommissie eiste de stichting daarom alsnog een grondig onderzoek.
Lees ook

Wolf jaagt schaapskudde van de heide: angst onder herders groot, zorgen om landschap
De wolvin werd op 22 september 2025 aangereden op de Doornseweg, langs landgoed Den Treek en de Leusderheide. Een vrijwilliger van Valwild loste daarna twee schoten om het zwaargewonde dier uit haar lijden te verlossen. Juist over die nooddoding zijn nu vragen ontstaan. De discussie draait vooral om de manier waarop de provincie en de Omgevingsdienst Utrecht achteraf met de zaak zijn omgegaan, meldt RTV Utrecht.
Deskundigen niet ingeschakeld
Voor het doden van gewonde wilde dieren heeft de provincie regels opgesteld. Toch werden volgens Werkgroep Wolf Leusden belangrijke deskundigen niet benaderd. Het Dutch Wildlife Health Centre werd niet ingeschakeld. Ook een dierenarts en de dierenambulance kwamen er niet aan te pas.
Omdat de Omgevingsdienst Utrecht geen nader onderzoek instelde, schakelde de stichting zelf een deskundige in. De Belgische wildlife-dierenarts Stef Michels bekeek het sectierapport. Daaruit bleek dat de eerste kogel de wolvin in een voorpoot raakte, waarna ook de borstkas werd getroffen. Michels concludeerde dat geen correcte nooddoding was toegepast.
Hij pleitte eerder voor een andere methode bij gewonde wolven. Volgens hem moeten jagers niet op het hart, maar op de schedel richten. 'Dan is de kans op pijnprikkels bij het dier veel kleiner. Het zou een humanere, ethische dood zijn.'
Provinciale toezichthouder verdedigt optreden
De Omgevingsdienst Utrecht wijst de kritiek af. Volgens een jurist blijkt nergens uit dat Valwild onzorgvuldig heeft gehandeld. De beslissing om de wolvin te doden moest volgens hem bovendien onder grote druk worden genomen.
Er zou ook geen tijd zijn geweest om het Dutch Wildlife Health Centre te bellen. Het centrum zou op dat tijdstip bovendien niet meer bereikbaar zijn geweest. Volgens de ODU was voor de aanwezigen duidelijk dat de wolvin niet meer kon worden gered.
Toch is achteraf niet vastgesteld of het protocol daadwerkelijk volledig is gevolgd. De dienst stelt dat het strikt volgen van de regels niet tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Juist dat gebrek aan controle zorgt bij Werkgroep Wolf Leusden voor kritiek.
De bezwaarcommissie brengt binnen enkele weken advies uit aan Gedeputeerde Staten. Daarna moet de provincie beslissen over het bezwaar. Daarmee blijft de druk voorlopig op de provincie staan om duidelijk te maken of de bestaande regels en het toezicht rond gewonde wolven voldoende zijn.




















































