Kabinet weigert opnieuw kritische Oekraïne-vragen te inhoudelijk beantwoorden

Het kabinet geeft opnieuw geen rechtstreeks antwoord op verschillende concrete vragen van FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen over de oorlog in Oekraïne. CDA-minister Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken) weigert de term 'proxyoorlog' te gebruiken, maar bespreekt de argumenten van de aangehaalde deskundigen niet afzonderlijk. Ook laat hij in het midden wanneer Nederland voor het laatst met Russische regeringsfunctionarissen over Oekraïne sprak. Opvallend is dat Buitenlandse Zaken vorige maand al in een interne beslisnota vastlegde bewust niet inhoudelijk mee te willen gaan in soortgelijke vragen. Die werden toen omschreven als 'desinformatie afkomstig uit het Kremlin'.
De nieuwste antwoorden werden op 16 oktober naar de Tweede Kamer gestuurd. Van Houwelingen had op 22 september negen vragen gesteld over het risico dat de oorlog in Oekraïne uitloopt op een directe confrontatie tussen Rusland en de NAVO.
De FVD'er wilde onder meer weten wat Nederland diplomatiek doet om verdere escalatie te voorkomen. Ook vroeg hij om een inhoudelijke reactie op analyses van deskundigen die de oorlog beschouwen als een conflict waarin Rusland en het Westen tegenover elkaar staan.
In de officiële Kamerantwoorden maakt Berendsen duidelijk dat het kabinet die uitleg afwijst. Maar de minister gaat niet afzonderlijk in op de argumenten van de genoemde auteurs.
Ambtenaren kozen vorige maand bewust voor kort antwoord
Dat is niet de eerste keer dat Van Houwelingen op deze manier wordt beantwoord. Begin september vroeg hij de minister inhoudelijk te reageren op publicaties van vier critici van het westerse Oekraïne-beleid. Het ging om John Mearsheimer, Jeffrey Sachs, Glenn Diesen en Douglas Macgregor.
Die deskundigen leggen in hun analyses nadruk op onder meer NAVO-uitbreiding, de westerse betrokkenheid bij Oekraïne en de gebeurtenissen van 2014. Van Houwelingen vroeg het kabinet hun argumenten te bespreken. Berendsen antwoordde dat Rusland een illegale oorlog voert, Oekraïne zichzelf mag verdedigen en Nederland daarom militaire en diplomatieke steun blijft geven.
Toen Van Houwelingen vervolgens expliciet vroeg alsnog inhoudelijk te reageren, verwees de minister terug naar zijn eerdere antwoord.
De achterliggende beslisnota van 3 september laat zien dat deze aanpak bewust was gekozen. Daarin staat dat de vragen en publicaties volgens de ambtenaren aansluiten bij bekende pro-Russische verhalen die op desinformatie zijn gebaseerd. Vervolgens schrijven zij: "Derhalve is gekozen voor beknopte beantwoording waarin het regeringsbeleid wordt herbevestigd en is bewust vermeden om in dergelijke frames mee te gaan."
Onder het kopje 'Toelichting' gaat het ministerie nog verder. De publicaties en Kamervragen zouden volgens de nota zijn gebaseerd op "desinformatie afkomstig uit het Kremlin". Uit het document blijkt niet welke afzonderlijke argumenten van de vier deskundigen op welke feiten zijn beoordeeld. De nota bevat geen uitgewerkte weerlegging van hun publicaties.
Opnieuw geen inhoudelijke bespreking van deskundigen
In zijn nieuwe vragen legt Van Houwelingen opnieuw de nadruk op de rol van het Westen. Hij verwijst onder meer naar de Amerikaanse hoogleraren John Mearsheimer en Jeffrey Sachs en de Noorse hoogleraar Glenn Diesen. Daarbij vraagt hij om een inhoudelijke reactie op de stelling dat de oorlog mede moet worden gezien als een door westerse landen uitgelokte proxyoorlog.
Berendsen reageert met een principiële afwijzing. Het kabinet neemt volgens hem met klem afstand van deze kwalificatie en van de beschrijving van de gebeurtenissen in Oekraïne in 2014 als een door het Westen gesteunde staatsgreep.
De minister benadrukt dat Rusland de oorlog begon door Oekraïne binnen te vallen en dat de NAVO een defensief bondgenootschap is. Op de afzonderlijke argumenten van de genoemde deskundigen gaat hij vervolgens niet in.
Het verschil met september is dat de nieuwe beslisnota van 28 september geen beschuldiging van Kremlin-desinformatie bevat. Het ministerie beschrijft daarin alleen de onderwerpen van de vragen en adviseert de minister akkoord te gaan met de antwoorden. De antwoorden zelf volgen wel opnieuw de lijn dat het kabinet de kwalificatie van proxyoorlog nadrukkelijk verwerpt.
Amerikaanse minister gebruikte zelf term 'proxyoorlog'
De discussie over het begrip proxyoorlog is opvallend omdat de term niet uitsluitend wordt gebruikt door critici van de NAVO. In maart 2025 sprak de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio tegenover Fox News eveneens over een proxyoorlog tussen nucleaire grootmachten: de Verenigde Staten, die Oekraïne helpen, en Rusland. Dat blijkt uit berichtgeving van Reuters.
Het gebruik van die term betekent op zichzelf niet dat iemand de Russische invasie rechtvaardigt. Het begrip kan ook beschrijven dat buitenlandse mogendheden een strijdende partij steunen om een geopolitieke tegenstander te verzwakken.
Dat onderscheid komt in de antwoorden van Berendsen niet aan bod. De minister reageert op de specifieke formulering dat de oorlog door het Westen zou zijn uitgelokt.
Geen antwoord over laatste diplomatieke contact
Van Houwelingen stelde daarnaast een concrete vraag over diplomatie met Rusland. Hij wilde weten wanneer de Nederlandse ambassadeur in Moskou voor het laatst met Russische regeringsfunctionarissen had gesproken over de oorlog in Oekraïne. Ook vroeg hij welke contacten momenteel plaatsvinden om te voorkomen dat het conflict escaleert tot een oorlog tussen Rusland en de NAVO.
Berendsen schrijft dat Nederland diplomatieke contacten met Rusland blijft onderhouden. Daarbij verwijst hij naar de inzet op steun aan Oekraïne, druk op Moskou en onderhandelingen over een duurzame vrede. Maar de minister noemt geen datum, geen gesprekspartner en geen concreet overleg.
Van Houwelingen wijst daar ook zelf op. Op X vraagt hij waarom het kabinet zijn concrete vragen niet beantwoordt.
Rusland Nederland fysiek aangevallen?
Een andere vraag gaat over de directe dreiging voor Nederland. Van Houwelingen vroeg of Rusland Nederland sinds het begin van dit decennium ooit fysiek heeft aangevallen. Als dat het geval is, wilde hij weten waar en wanneer dat gebeurde en welk bewijs daarvoor bestaat.
Berendsen noemt geen specifieke fysieke aanval op Nederlands grondgebied. Hij beschrijft wel de bredere Russische dreiging voor Europa. Daarbij verwijst hij naar schendingen van NAVO-luchtruim en hybride operaties tegen Europese landen.
In een reactie vraagt Van Houwelingen of iemand nog een verband ziet tussen zijn concrete vraag en het gegeven antwoord. Hij schrijft daarbij: "Waarom wil onze regering deze vraag niet beantwoorden?"
Minister wacht Duits onderzoek Nord Stream af
Ook de sabotage van de Nord Stream-gaspijpleidingen kwam aan bod. Van Houwelingen wilde weten of het kabinet de aanslag op de pijpleidingen, waarin via Gasunie ook een Nederlands belang bestaat, ziet als een fysieke daad van agressie tegen Nederland.
Verder vroeg hij welke landen mogelijk bij de sabotage betrokken waren. Berendsen geeft geen oordeel over een aanval op Nederland en noemt geen mogelijke daders. Het kabinet wacht volgens hem het onderzoek van het Duitse Openbaar Ministerie af.
De minister benadrukt dat sabotage van energie-infrastructuur onaanvaardbaar is en dat de verantwoordelijkheid zorgvuldig moet worden vastgesteld.
'False flag' wordt erkend, vervolgvraag blijft liggen
Een opmerkelijk kort antwoord geeft Berendsen op een vraag over zogenoemde false flag-operaties. Daarbij voert een partij een actie uit terwijl zij probeert een ander daarvoor verantwoordelijk te laten lijken.
Van Houwelingen vroeg of dergelijke operaties in het verleden zijn gebruikt om oorlogen te beginnen of te rechtvaardigen. Het antwoord van de minister luidt simpelweg: "Ja."
Vervolgens vroeg de FVD'er of een dergelijke operatie ook vanuit een westers land zou kunnen plaatsvinden, waardoor Nederland mogelijk onterecht bij een oorlog met Rusland betrokken raakt.
Daarop geeft de minister geen rechtstreeks antwoord. Hij stelt dat de NAVO geen confrontatie zoekt en geen bedreiging vormt voor Rusland. Ook verwijst hij naar de inzet van Nederland en zijn bondgenoten op het beperken van escalatie.
Hoeveel Oekraïners willen doorgaan met oorlog?
Ten slotte vroeg Van Houwelingen hoe zeker het kabinet weet dat de Oekraïense bevolking de voortzetting van de oorlog steunt. Hij verwees daarbij naar de uitgestelde verkiezingen en de mobilisatie.
Berendsen verstrekt geen cijfers over het Oekraïense draagvlak. Hij benadrukt dat Oekraïne zichzelf tegen de Russische invasie moet verdedigen om zijn onafhankelijkheid te behouden.
Uit een opinieonderzoek van het Kyiv International Institute of Sociology in september blijkt dat veel Oekraïners zowel openstaan voor onderhandelingen als bereid zijn hun land langdurig te verdedigen.



















































