D66-minister wil lagere inkomenssteun aan boeren

D66-minister Jaimi van Essen (Landbouw) heeft in Europa gepleit voor een lagere ondergrens van de inkomenssteun die boeren per hectare krijgen. Dat staat in het verslag van de Europese landbouwraad van 28 en 29 september, dat het ministerie op 9 oktober naar de Kamer stuurde. Van Essen beroept zich op een motie uit de vorige Tweede Kamer.
In het verslag, ondertekend door Van Essen en VVD-staatssecretaris Silvio Erkens, staat dat de minister in Brussel pleitte voor een opzet waarbij „de Dabis-bandbreedte geleidelijk wordt verlaagd, zodat de lidstaten meer vrijheid krijgen”. Die bandbreedte legt vast hoeveel inkomenssteun per hectare een land gemiddeld minimaal en maximaal aan zijn boeren uitkeert.
Ook pleitte Van Essen voor „het beter borgen van de gezamenlijke groene ambitie binnen het GLB”, het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie.
Van 130 naar 90 euro
In het voorstel van de Europese Commissie lag de bandbreedte op 130 tot 240 euro per hectare. In het compromis van het Ierse voorzitterschap voor de Europese meerjarenbegroting 2028-2034 is de ondergrens verlaagd naar 90 euro, schrijft landbouweconoom Alan Matthews op CAP Reform. Over die bedragen is volgens hem een politiek akkoord bereikt.
Van Essen wil de ondergrens verlagen om geld vrij te maken voor andere wensen, meldde Nieuwe Oogst. De minister zei daarover: „Ik hoorde bij een aantal lidstaten openingen om die grens naar beneden te krijgen.”
In dezelfde vergadering vroeg Van Essen ook om een verplichting voor jonge boeren te schrappen: „Daarom vraag ik met klem aan mijn collega’s om de verplichting voor een hogere hectarepremie eruit te halen.” Tegelijk steunt Nederland het doel om 6 procent van het GLB-budget aan jonge boeren toe te wijzen.
Motie uit de vorige Kamer
Het ministerie schrijft dat de minister pleitte „conform de motie-Podt/Bromet en de motie-Holman”. En: „Daarmee beschouwt de minister deze moties als afgedaan.”
De motie van NSC-Kamerlid Harm Holman (36749, nr. 7) dateert van september 2025, uit de vorige Kamerperiode. Zij verzoekt de regering in Europa te pleiten voor onder meer „een duidelijke afbouw in Europa van de basispremie” en voor versterking van de eco-regeling en het agrarisch natuurbeheer, blijkt uit een overzicht van het ministerie. Anne-Marijke Podt is Kamerlid voor D66, de partij van de minister.
In de stukken staat geen stemming van de huidige Tweede Kamer over deze inzet. Het ministerie informeert de Kamer over de onderhandelingen via de geannoteerde agenda's en verslagen van de landbouwraden.
Landbouwraad in Luxemburg
Op 26 en 27 oktober proberen de landbouwministers in Luxemburg onder Iers voorzitterschap een gedeeltelijke onderhandelingspositie over de GLB-verordening na 2027 vast te stellen, meldt Agence Europe. Onderwerpen met financiële gevolgen, zoals een plafond op de steun per bedrijf en een aflopende steun voor grote bedrijven, vallen daarbuiten. Die lopen mee in de onderhandelingen over de meerjarenbegroting.
In het Ierse compromis voor die begroting staat een vrijwillig plafond van 300.000 euro per bedrijf, nog tussen haken, wat betekent dat het kan veranderen.
Ook minder geld voor landbouw
Ook premier Rob Jetten (D66) zet in op minder Europees geld voor de boeren. Volgens Nieuwe Oogst vindt Nederland de Europese begroting van zo'n 2 biljoen euro „veel te hoog” en moet er „minder geld naar landbouw”. Jetten stuurde dat standpunt met vijf andere regeringsleiders naar het Ierse voorzitterschap.
Dat betekent niet dat Nederlandse boeren automatisch minder hectaresteun krijgen. De ondergrens is een minimum; hoe hoog de steun in Nederland na 2028 wordt, bepaalt Nederland zelf binnen de Europese regels. Nederland pleit bovendien al jaren voor een groener landbouwbeleid. Van Essen noemde ecoregelingen en steun aan jonge boeren in september „een rode lijn”.
Eerder stuurde de D66-minister ook het Natuurplan al naar Brussel voordat de Tweede Kamer erover debatteerde. Over de bedragen voor het landbouwbeleid na 2027 beslissen uiteindelijk de Europese regeringsleiders, als onderdeel van de meerjarenbegroting.

















































