Zaanstad blijft statushouders voorrang geven ondanks aangenomen PVV-motie

Het college van Zaanstad voert een PVV-motie niet uit die de gemeenteraad in mei aannam om de voorrang voor statushouders op een sociale huurwoning te schrappen. Dat blijkt uit een raadsinformatiebrief van het college, onder verantwoordelijkheid van wethouder Wonen Harrie van der Laan (POV). Het college noemt de motie „niet uitvoerbaar”.
De motie van PVV-raadslid Boy Boomsma werd op 12 mei aangenomen met 23 stemmen voor en 14 tegen, staat in de besluitenlijst van de gemeenteraad van Zaanstad. Een debat ging er niet aan vooraf. Hoe de fracties stemden, vermeldt de besluitenlijst niet.
De motie droeg het college op om in de Huisvestingsverordening „elke vorm van voorrang of directe bemiddeling puur op basis van statushouder-zijn uit te sluiten via een spoedwijziging”. Inwoners met een binding aan Zaanstad moesten uiterlijk 1 juli zoveel mogelijk voorrang krijgen. Uiterlijk 1 september moest er een concreet voorstel naar de raad. De PVV wees in de motie op een gemiddelde wachttijd van 10,6 jaar voor een sociale huurwoning in Zaanstad.
Toezegging niet nagekomen
In een debat op 18 juni zegde wethouder Van der Laan toe: „We komen voor 1 september terug, met de financiële consequenties. Wij zoeken dit nauwkeurig uit.” De fracties van PVV en POV liepen tijdens dat debat de zaal uit, meldde De Orkaan.
Een voorstel waarover de raad kan stemmen, kwam er niet. Medio oktober verscheen in plaats daarvan de raadsinformatiebrief (zaaknummer 10703315). De brief draagt geen datum en is ondertekend door burgemeester Jan Hamming en gemeentesecretaris L. Graaff.
Juridisch uitvoerbaar, toch niet
De conclusie van het college luidt dat „de aangenomen motie niet uitvoerbaar is en dat er geen opvolging aan kan worden gegeven”.
Onder het kopje over de financiële en juridische gevolgen staat iets anders: „De motie is juridisch uitvoerbaar want past binnen de kaders van de wet, mits de gemeente aan de opgelegde taakstelling voor de huisvesting van statushouders blijft voldoen.”
Daar zit volgens het college het probleem. De taakstelling van het Rijk lag de afgelopen vier jaar op gemiddeld 287 statushouders per jaar. Zonder voorrang moeten zij via alternatieven zoals flexwoningen een huis krijgen. „Een conservatieve inschatting is dat de realisatie-kosten dus 95 x €150.000 = €14.250.000 /jaar bedragen”, schrijft het college. En: „Hier is momenteel geen dekking voor.”
Provincie als stok achter de deur
Het college wijst ook op de provincie Noord-Holland. Haalt Zaanstad de taakstelling niet, dan volgt toezicht „met als laatste trede van de interventieladder: indeplaatsstelling”. De provincie regelt de huisvesting dan zelf. Een plek in de opvang kost volgens de brief „ruim €67.000 per persoon per jaar bij kortdurende opvang”.
Een spoedwijziging van de verordening, zoals de motie vroeg, is volgens het college alleen mogelijk „als onvoorziene, acute situaties op de woningmarkt dat noodzakelijk maken”.
Raad stemt er niet over
Onder aan de eerste pagina van de brief staat: „Op deze raadsinformatiebrief volgt geen actie van de Agendacommissie.” Wil de raad erover praten, dan moeten raadsleden het onderwerp zelf agenderen, bijvoorbeeld met een rondvraag of een agenda-initiatief.
Opvallend is de positie van de VVD. Die partij levert met Stephanie Onclin een wethouder in het college van Lokaal Zaans, POV, VVD, D66, DENK en CDA, dat op 2 juli aantrad. Tegelijk zet VVD Zaanstad de motie op haar lijst van wat zij heeft bereikt: „Schrappen voorrang statushouders/vergunninghouders en prioriteit voor Zaanse inwoners bij woningaanwijzing.”
Niet de eerste poging
De PVV probeert al jaren de voorrang in Zaanstad te schrappen. Eerdere moties haalden het niet. Bij een eerdere poging, die met 20 tegen 16 stemmen werd verworpen, stemden onder meer de VVD en POV, de partij van wethouder Van der Laan, met de PVV mee, meldde Zaanstad Nieuws in 2022.
De Zaanse woningcorporaties zijn tegen de motie. In een zienswijze van 12 oktober schrijven zij: „Wij beschouwen dit als een besluit dat verdeeldheid in Zaanstad zaait.” De suggestie dat gewone woningzoekenden in hoge mate door statushouders worden weggedrukt, noemen zij „feitelijk onjuist”. In 2025 gingen volgens de corporaties 66 van de 1.395 verhuurde sociale huurwoningen (4,7 procent) naar statushouders.
Een motie bindt het college juridisch niet. Gemeenten mogen zelf bepalen of zij statushouders voorrang geven; wat wel en niet mag, zette NieuwRechts eerder op een rij.
Het college heeft de brief ter kennisname naar de raad gestuurd. Wil de meerderheid van 12 mei dat de voorrang voor statushouders in Zaanstad alsnog verdwijnt, dan moet zij het onderwerp zelf opnieuw agenderen of met een eigen voorstel komen.

















































