Studie: euthanasie als oplossing voor sociale problemen?

Twintig jaar geleden was Nederland één van de eerste landen ter wereld die euthanasie legaliseerde. Maar waar deze vorm van levensbeëindiging vroeger vooral in verband werd gebracht met vergevorderde kanker of andere ongeneeslijke ziekten, verschuift de praktijk de laatste jaren. Een nieuw internationaal onderzoek wijst op een zorgwekkende ontwikkeling: ook mensen met autisme of een verstandelijke beperking krijgen in Nederland euthanasie, zonder dat ze een lichamelijke aandoening hebben.
In Nederland is euthanasie sinds 2002 wettelijk toegestaan. De wet biedt artsen de ruimte om het leven van patiënten te beëindigen als sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Maar nu komt er ook kritiek op deze vorm van levensbeëindiging vanwege de steeds meer uiteenlopende redenen. Een Brits onderzoeksteam onder leiding van Irene Tuffrey-Wijne, specialist in palliatieve zorg aan de Universiteit van Kingston, analyseerde 900 euthanasiegevallen die tussen 2012 en 2021 zijn geregistreerd in Nederland. De gegevens werden openbaar gemaakt door het Regionaal Toetsingscommissies Euthanasie (RTE).
In 39 gevallen bleek euthanasie te zijn toegepast op mensen met autisme en/of een verstandelijke beperking. Acht van hen waren jonger dan dertig. De jongste was nog maar net volwassen. In geen van deze gevallen ging het om een levensbedreigende lichamelijke aandoening, onthult het onderzoek dat is gepubliceerd in het tijdschrift BJPsych Open.
Veel van deze mensen gaven aan dat hun lijden voortkwam uit sociale isolatie, psychisch leed en het onvermogen om met hun beperking om te gaan. “Ik twijfel er niet aan dat deze mensen leden,” zegt Tuffrey-Wijne in gesprek met persbureau AP. “Maar is dit werkelijk de boodschap die we als samenleving willen uitdragen: dat er geen andere oplossing is dan de dood?”
Nederland als voorloper
Tussen 2012 en 2021 zijn in Nederland in totaal zo’n 60.000 mensen euthanasie verleend. Hoewel de meerderheid van deze gevallen betrekking had op ernstige lichamelijke ziekten, stijgt het aantal aanvragen vanwege psychisch lijden of complexe sociale problematiek.
De huidige wet stelt dat euthanasie alleen mag plaatsvinden als aan strenge zorgvuldigheidseisen is voldaan. Er moet sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, er moet een vrijwillig en weloverwogen verzoek liggen, en er moet altijd een tweede arts meekijken. Toch laat het recente onderzoek zien dat bij bepaalde kwetsbare groepen de grenzen van die wet steeds verder worden opgerekt.
Zorgen over grijs gebied
De casussen roepen lastige vragen op. Wanneer is psychisch lijden echt uitzichtloos? En hoe bepaal je of iemand met een verstandelijke beperking wilsbekwaam is? Volgens Tuffrey-Wijne zijn er zorgen dat de beoordeling van deze aspecten in de praktijk niet altijd zorgvuldig genoeg gebeurt.
In één van de gevallen die in het onderzoek worden genoemd, was de motivatie van de patiënt dat hij “zijn leven zinloos vond” en “nergens aansluiting kon vinden”. Een ander dossier vermeldt dat de patiënt “veel moeite had met sociale interactie” en “niet kon omgaan met veranderingen in het dagelijks leven”. Beide kregen toestemming voor euthanasie.
“Het zijn schrijnende verhalen,” zegt ethicus Kasper Raus van de Universiteit Gent. “Maar het roept wel de vraag op of euthanasie hier niet wordt ingezet als oplossing voor sociale problemen, eerder dan voor medisch ondraaglijk lijden.”
Internationale kritiek en vergelijking
Nederland is niet het enige land waar euthanasie mogelijk is bij psychisch of sociaal lijden. Ook België kent een ruime euthanasiewet, waarin psychisch lijden expliciet wordt erkend als grond. Maar de praktijk in Nederland krijgt steeds meer internationale aandacht vanwege het relatief hoge aantal gevallen.
In Canada, waar euthanasie sinds 2021 ook mogelijk is voor mensen zonder terminale ziekte, wordt een wetswijziging overwogen om euthanasie bij enkel psychische aandoeningen volledig te legaliseren. Volgens Health Canada is het aantal euthanasieverzoeken sinds de verruiming van de wet met 30 procent toegenomen. Daarbij blijkt uit de cijfers dat 3,5 procent van de patiënten geen terminale diagnose had.
Maar liefst 96,5 procent van de euthanasie-aanvragen in Canada wordt goedgekeurd. Hiermee is euthanasie uitgegroeid tot de vijfde belangrijkste doodsoorzaak in het land, blijkt uit een studie van het Cardus-instituut. De conclusie is opmerkelijk: wat ooit bedoeld was als een laatste redmiddel voor uitzonderlijke situaties, is nu een veelvoorkomende praktijk geworden.
Het geval van Belén in Spanje
De internationale discussie wordt mede aangewakkerd door spraakmakende zaken, zoals die van Belén, een 54-jarige vrouw in Spanje met multiple sclerose. Ze had maanden geleden euthanasie aangevraagd, maar haar moeder Carmen Alfonso weigerde mee te werken en liet de artsen niet binnen. De zaak ligt nu bij het Spaanse Openbaar Ministerie.
De moeder, vertegenwoordigd door een christelijke advocatenvereniging, vindt dat Belén psychologische hulp nodig heeft in plaats van levensbeëindiging. “Ze neemt geen pijnstillers, heeft geen recept voor medicatie,” zegt advocate María Riesco. “We hebben daarom onmiddellijke maatregelen gevraagd van de rechtbank.”
Ethiek en toekomst
De discussie over euthanasie bij mensen met autisme en een verstandelijke beperking raakt aan diepe ethische vragen. In hoeverre is het lijden werkelijk uitzichtloos? Is er voldoende steun en begeleiding voor deze mensen? En hoe waarborg je hun autonomie en wilsbekwaamheid?
Volgens Tuffrey-Wijne is het tijd voor een maatschappelijk debat. “Deze mensen ervaren hun leven als ondraaglijk, maar vaak omdat ze niet de juiste zorg, begeleiding of steun krijgen. Euthanasie mag nooit het eerste of enige antwoord zijn.”