De allerdonkerste kant van migratie

Midden in de nacht schrik je wakker van het geluid van de deurbel en terwijl je op de klok kijkt, het is bijna vier uur in de ochtend, zie je dat de slaapkamer verlicht is in het ritmisch geknipper van blauw licht. Je loopt enigszins slaperig van de trap af naar beneden, naar de gang richting de voordeur, waar, door het matglas van de voordeur, ook de gang wordt verlicht in hetzelfde ritmisch geknipper van blauw licht waar je net mee bent ontwaakt.
‘Wie is dat, Pieter?’ klinkt het vanaf boven aan de trap. Je vrouw, Marijke, loopt wat onhandig van de slaperigheid, ook de trap af de gang in. Terwijl je de deur open doet voel je hoe Marijke haar armen om je middel heen slaat en haar hoofd slaperig op je schouder legt.
Praatmee