In dit land word je leeggeroofd met een beleidsnota erbij

Beschavingen gaan zelden ten onder aan een vijand van buiten. Ze gaan ten onder aan een systeem waarin bestuurders de rekening naar beneden schuiven en de opbrengst naar boven laten vloeien. In Nederland gebeurt dat al jaren. Belastingen stijgen, koopkracht daalt en bezit wordt afgeroomd, terwijl elke nieuwe crisis — van oorlog tot klimaat, van corona tot energie — dient als rechtvaardiging voor miljarden aan extra uitgaven die via beleid en schulden bij dezelfde financiële top belanden. Het gebeurt openlijk, verpakt in beleidsnota’s en noodmaatregelen. En burgers laten het gebeuren. Ze wennen, schikken en normaliseren. Nederland is dat punt al voorbij. We leven in een land dat systematisch wordt leeggehaald door de mensen die het zouden moeten besturen, en we noemen het beleid.
Vorige week legde journalist Rypke Zeilmaker in een lezing bij Café Weltschmerz iets bloot wat je al die tijd al wist maar niet helemaal durfde te denken: de crises die ons land het afgelopen kwart eeuw hebben geteisterd — de bankencrisis, de klimaatnoodtoestand, de coronaperiode, de oorlog in Oekraïne, nu de Europese energiecrisis — zijn niet alleen rampspoed die we met verenigde krachten te boven zijn gekomen. Ze zijn ook, en misschien wel in de eerste plaats, de opeenvolgende rechtvaardigingen geweest voor een geldstroom die altijd dezelfde richting heeft gehad: van de gewone burger, via de staatskas, naar de toppen van het financiële systeem. Telkens een nieuwe noodtoestand. Telkens dezelfde oplossing. Telkens dezelfde begunstigden. Dat is geen toeval, maar de architectuur.





















































