Hoogleraar fileert linkse intolerantie op universiteiten: ‘Rechts denken is bijna onmogelijk geworden’

Volgens hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging is de Nederlandse universiteit haar belangrijkste opdracht kwijtgeraakt: een plek zijn waar botsende ideeën op hoog niveau naast elkaar bestaan. In gesprek met NieuwRechts schetst hij een academische wereld waarin de sociale druk naar links zo groot is geworden dat studenten en docenten vaak niet meer vrij durven te spreken. Het gaat volgens hem niet om enkele incidenten, maar om een breed cultureel patroon. "Het probleem is heel groot. In de kern is het eenvoudig te omschrijven als sociale druk naar links die zo groot is dat het voor de meeste mensen zelfs niet meer mogelijk is om rechtse gedachten te hebben."
Nog geen betalend lid? Steun het subsidievrije geluid van NieuwRechts.nl. Sluit nu een abonnement af met korting:
Kinneging spreekt niet als buitenstaander. Hij is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden en loopt al decennia rond in de academische wereld. Hij studeerde tussen 1979 en 1984, werkte later bij de TeldersStichting, het wetenschappelijk instituut en de denktank van de VVD, en keerde daarna terug naar de universiteit. In die jaren zag hij de universiteit veranderen. Waar studenten vroeger volgens hem nog werden geconfronteerd met uiteenlopende opvattingen, is het debat nu veel smaller geworden.
Die ontwikkeling raakt volgens Kinneging niet alleen de campus. Universiteiten vormen de mensen die later in politiek, bestuur, media, rechtspraak en maatschappelijke organisaties terechtkomen. Als daar een geestelijk klimaat ontstaat waarin één linkse richting dominant is, werkt dat door in de hele samenleving. De gevolgen zijn volgens hem zichtbaar in het publieke debat, in de media en in de kwaliteit van politieke besluitvorming.
Kinneging noemt meerdere thema’s waarop afwijkende opvattingen volgens hem nauwelijks nog ruimte krijgen. Corona, migratie, klimaat, de regenboogvlag, abortus, euthanasie, de markteconomie en kritiek op de overheid. "Kritisch nadenken over corona, dat kan niet", zegt hij. "Dat gaat zover dat mensen die er anders over denken wijselijk hun mond houden. Maar het gaat nog verder: er is vrijwel niemand meer die er anders over denkt."
Een universiteit zonder werkelijk debat
Kinneging herinnert zich zijn eigen studietijd als een overgangsfase. Ook toen was de universiteit volgens hem al naar links opgeschoven. Maar er waren nog genoeg hoogleraren en medewerkers met andere opvattingen. Dat maakte verschil. Als student kon hij kiezen, vergelijken en nadenken.
"Ik werd geconfronteerd met verschillende opvattingen", zegt hij. "Daar heb ik ontzettend veel aan gehad." Voor een jong mens dat werkelijk wil begrijpen hoe de wereld in elkaar zit, is dat volgens hem onmisbaar. Niet omdat iedere mening even goed is, maar omdat goed beargumenteerde verschillen studenten leren denken.
Die verscheidenheid is volgens hem verdwenen. In zijn woorden kwam er voor iedere niet-linkse oudere hoogleraar die met pensioen ging, iemand in de plaats die wel links was. Zo schoof de universiteit steeds verder in één richting. "Je zag toen de verlinksing van de universiteit beginnen."
Volgens Kinneging is daarmee een oude academische deugd verloren gegaan. Hij verwijst als voorbeeld naar de Britse rechtsfilosoof John Finnis, een traditioneel katholiek denker die volgens hem zijn aanstelling in Oxford mede te danken had aan H. L. A. Hart, een linksliberale rechtstheoreticus. Dat voorbeeld laat volgens Kinneging zien dat er ooit een andere academische moraal bestond. Een moraal waarin een hoogleraar iemand kon benoemen met wie hij fundamenteel van mening verschilde.
"Er was een soort openheid van geest", zegt Kinneging. "Het idee dat je geen faculteit of universiteit kon hebben waarin eigenlijk iedereen hetzelfde dacht. Meningsverscheidenheid is eigenlijk een hoofdtaak van de universiteit. Daar moet iedereen die daar werkt echt voor zorgen. Nou, dat is helemaal weg."
Studenten kiezen voor veiligheid
De academische druk naar links merkt Kinneging ook onder zijn huidige studenten. Hij vraagt studenten geregeld of zij zich vrij voelen om te zeggen wat zij denken, binnen of buiten college. Het antwoord is volgens hem bijna altijd nee. Vooral studenten die afwijken van wat gangbaar is, houden zich stil.
"Studenten zijn echt bang om te zeggen wat ze denken", zegt hij. Die angst gaat niet alleen over docenten, al speelt die wel mee. Studenten vrezen negatieve reacties in college of bij schriftelijk werk dat beoordeeld moet worden. Maar ze zijn ook bang voor medestudenten. Sociale media maken dat risico groter.
"Het is één ding om een kattige opmerking te krijgen van een medestudent in de gang van de faculteit", zegt Kinneging. "Het is iets heel anders als je opeens een negatieve tweet over jezelf tegenkomt." Studenten vrezen ook dat werkgevers later online zullen zoeken. Een afwijkende uitspraak kan dan ineens opduiken bij een sollicitatie.
Het gevolg is zelfcensuur. Studenten kiezen volgens hem voor zekerheid en zeggen niet wat zij echt denken. Dat is volgens Kinneging gevaarlijk, niet alleen voor de academie, maar voor de samenleving. Een cultuur waarin jonge mensen leren zwijgen, produceert geen onafhankelijke denkers.
Waarom links geen tegenspraak verdraagt
Kinneging zoekt de verklaring voor die eenvormigheid in de linkse overtuiging dat links niet alleen absoluut gelijk heeft, maar ook moreel deugt. Rechtse opvattingen worden volgens hem daarom niet benaderd als mogelijk onjuist, maar als verdacht. Ze zouden voortkomen uit eigenbelang, hardheid, domheid of kwade trouw. Dat maakt echt debat moeilijk.
"Links leeft vanuit de diepe overtuiging dat links gelijk heeft", zegt hij. "En dat elke rechtse opinie niet waar is. Vaak erger nog: dat die niet deugt." Daardoor wordt het volgens hem vanzelfsprekend om vooral mensen aan te nemen die dezelfde overtuigingen delen. Wie weldenkend is, denkt links. Wie dat niet doet, valt buiten de morele gemeenschap.
Hij maakt daarbij onderscheid tussen oude links-liberalen en het radicalere socialistisch of communistisch links. In de liberale traditie van John Stuart Mill bestond volgens hem nog het besef dat niemand de waarheid volledig bezit. Juist daarom heb je tegenspraak nodig. De ander, die iets denkt wat jij verkeerd vindt, kan jou helpen om scherper te zien.
Dat ethos ziet hij niet bij het socialistische links. "Ik denk dat socialisten altijd gekenmerkt zijn door een geestelijk stalinisme", zegt hij. Dat klinkt hard, maar hij bedoelt vooral de neiging om andersdenkenden niet werkelijk als gesprekspartner te erkennen. Als voorbeeld noemt hij zijn tijd bij de TeldersStichting. Daar werden socialistische denkers uitgenodigd voor de liberale zomerschool. Andersom gebeurde dat volgens hem niet.
"Wij waren zo liberaal om iedere zomer ook een socialist uit te nodigen", zegt hij. "Maar de socialisten die zelf een zomerschool hadden, deden dat niet. Wij werden nooit uitgenodigd. Die asymmetrie zie je eigenlijk overal."
De teloorgang van het oude evenwicht
Volgens Kinneging had Nederland lang een ingebouwd evenwicht. De samenleving bestond uit drie grote blokken: socialistisch, liberaal en christelijk. Geen van die blokken had alleen de meerderheid. Daardoor moesten ze naar elkaar luisteren en samenwerken. Dat werkte volgens hem heilzaam.
Dat evenwicht verdween na de secularisering en de val van de Muur. Het christelijke blok implodeerde. Socialisten sloten gedeeltelijk vrede met de markteconomie. Liberalen schoven cultureel naar links. Daardoor ontstond een dominante sociaal-liberale stroming. Kinneging plaatst daarin politici van Femke Halsema tot Mark Rutte.
"Dat is een linksig liberalisme waar eigenlijk iedereen bij hoort", zegt hij. "Van Femke Halsema tot Mark Rutte. Inhoudelijk zitten ze om te verwarren dicht bij elkaar." Volgens hem is dat nu de dominante stroom in Nederland en in landen om ons heen. "En daar moeten we vanaf."
Dat betekent niet dat hij pleit voor een maakbare terugkeer naar vroeger. Het christendom terugroepen, zoals sommigen aan de rechterkant willen, noemt hij zelf een vorm van maakbaarheidsdenken. Zo werkt cultuur volgens hem niet. De wal zal het schip moeten keren. En dat gebeurt volgens hem al, door de gevolgen van beleid.
Corona heeft volgens hem veel mensen wakker gemaakt. De klimaatpolitiek doet dat ook, omdat energie en productie duurder worden. Migratie zal volgens hem eveneens tot een reactie leiden, omdat de problemen groter worden zolang de grenzen open blijven. "Hoe langer die grenzen wagenwijd openstaan, hoe groter de problemen worden. En hoe meer mensen wakker zullen worden en om een andere politiek zullen vragen."
Waarschuwing aan rechts
Toch is Kinneging niet gerust op de reactie die kan komen. Hij vreest dat een rechtse meerderheid straks beleid gaat voeren dat net zo werkelijkheidsvreemd is als het beleid van de afgelopen decennia, maar dan in een andere richting. Alleen zien dat links faalt, is niet genoeg. Rechts moet weten wat het ervoor in de plaats wil stellen.
"Het feit dat je ziet dat wat links doet niet kan en werkelijkheidsvreemd is, garandeert nog niet dat je zelf weet wat je daarvoor in de plaats moet stellen", zegt hij. Daarom vindt hij dat rechtse partijen niet alleen moeten bezig zijn met verkiezingen winnen. Ze moeten nu al nadenken over de vraag hoe Nederland en Europa uit de problemen komen.
Dat vraagt volgens hem ook theoretische scholing. Politici zijn vaak praktische mensen. Dat is op zichzelf nuttig, maar volgens Kinneging wordt praktijk altijd geleid door ideeën. Wie niet weet welke theorie onder zijn beleid ligt, wordt gemakkelijk slachtoffer van slechte theorieën.
"Iedere praktijk is geïnformeerd door theorie", zegt hij. "Theorie ligt altijd maar één millimeter onder de oppervlakte van de praktijk." Politici die zich laten voorstaan op hun afkeer van theorie, maken volgens hem vaak wetten waarvan de gevolgen tegengesteld zijn aan hun bedoeling.
Als voorbeeld noemt hij het woonbeleid. Iedereen ziet dat er te weinig betaalbare woningen zijn. Maar volgens Kinneging denken veel politici dat dit kan worden opgelost met meer regels, meer dwang en meer overheidssturing. Hij verwijst naar het beleid van Hugo de Jonge, dat volgens hem de woningcrisis alleen heeft vergroot.
"Waarschijnlijk moeten we het precies andersom proberen", zegt hij. "Minder regels, minder ambtenaren, minder belasting. Maak het verhuren van een woning winstgevender. Maak het bouwen van een woning makkelijker en profijtelijker. Dan is de woningnood binnen de kortste keren opgelost."
Onbegrip over de markteconomie
Dat zoveel bestuurders volgens Kinneging kiezen voor de verkeerde oplossing, heeft opnieuw met de universiteit te maken. Daar worden juristen, sociale wetenschappers, beleidsmakers en bestuurders gevormd. Maar juist in die wereld ontbreekt volgens hem vaak basaal begrip van belangrijke onderwerpen zoals de markteconomie.
"Ik heb veertig jaar aan de universiteit gewerkt", zegt hij. "Ik heb mijn leven besteed onder sociale wetenschappers, geesteswetenschappers en juristen. Ik ken daar heel veel mensen. Ik heb hun stukken gelezen en met hen gesproken. Er is eigenlijk niet één die ook maar de beginselen van een markteconomie begrijpt. Niet één. Ik overdrijf niet."
Nog geen betalend lid? Steun het subsidievrije geluid van NieuwRechts.nl. Sluit nu een abonnement af met korting:
Dat gebrek aan kennis leidt volgens hem tot slecht advies en slecht beleid. Wie niet begrijpt hoe prikkels, winst, investeringen en schaarste werken, kan de samenleving niet goed lezen. En wie de samenleving niet goed leest, maakt regels die problemen verergeren.
Voor Kinneging bestaat de samenleving uit een "gemeenschap van gemeenschappen". De belangrijkste daarvan zijn gezinnen en families. Staat en markteconomie moeten die gemeenschappen ondersteunen. De staat moet rechtsstatelijk en democratisch zijn. De markteconomie moet zorgen voor welvaart en vrijheid. Zonder die twee raakt de samenleving volgens hem ontwricht.
Eenvormigheid in media en publiek debat
Wat in de universiteit begint, keert volgens Kinneging terug in het publieke debat. Hij ziet een geestdodende eenvormigheid in politiek, televisie, radio en kranten. Als voorbeeld noemt hij de discussie over Oekraïne. Daarin klinkt volgens hem vrijwel steeds hetzelfde verhaal: Rusland is de boosdoener, Oekraïne moet vechten, en Nederland moet blijven betalen en leveren.
Hij ontkent niet dat Rusland de soevereiniteit van Oekraïne heeft geschonden. Zijn punt is dat er ook andere perspectieven mogelijk zijn. Er bestaan volgens hem academici en auteurs die goede boeken en podcasts maken waarin die andere perspectieven goed worden beargumenteerd. Maar zij worden zelden of nooit uitgenodigd in het publieke debat.
"Wat mij verbaast, is dat er kennelijk niemand is bij kranten, televisie of radio die op het idee komt om zo iemand eens uit te nodigen", zegt hij. "Of in ieder geval een discussie te organiseren tussen twee partijen met verschillende visies, om tot beter inzicht te komen."
De rol van media is volgens hem daardoor veranderd. Waar kranten vroeger de luis in de pels van de staat waren, ziet hij nu te vaak een neiging om macht te volgen in plaats van te controleren. Een goed voorbeeld hiervan is Pieter Klok die bij De Nieuwe Wereld openlijk toegaf dat hij zich rond de Oekraïne-oorlog niet geroepen voelt om 'academisch achterover te leunen', oftewel om kritisch te zijn op het bredere plaatje. Kinneging vindt die houding zorgwekkend.
"Dat doet mij heel sterk denken aan het oude communisme uit het Oostblok", zegt hij. "De partij had altijd gelijk." Hij vergelijkt het niet letterlijk met de dodelijkheid van totalitaire regimes, maar wel met de mentaliteit van zuivering en uitsluiting.
Cancelcultuur en zuiveringen
Kinneging zegt zelf te hebben gemerkt dat zijn toegang tot grote kranten is verdwenen doordat hij hier niet aan wil meedoen. Hij publiceerde vroeger ook in linkse kranten zoals NRC, de Volkskrant en Trouw. Soms vroegen redacties hem om zijn standpunt. Dat is volgens hem voorbij. "Sinds een jaar of tien is dat helemaal voorbij. Ik ben gecanceld."
Hij noemt ook anderen die volgens hem uit de reguliere media zijn verdwenen zodra zij afweken van het dominante discours. Theodor Holman, Ewald Engelen, Sylvain Ephimenco, Chris Rutenfrans, Jaffe Vink, Afshin Ellian en vele anderen.
Hij vergelijkt de mentaliteit achter die uitsluiting met zuiveringen in de Sovjet-tijd. Niet in de dodelijke zin, benadrukt hij, maar wel qua geesteshouding. "Het is natuurlijk minder dodelijk, maar qua mentaliteit wel te vergelijken met de zuiveringen die in de Oostbloklanden en de Sovjet-Unie plaatsvonden." De interessantste mensen worden volgens hem vaak als eerste weggezuiverd.
Niet vertrekken, maar vechten
Toch wil Kinneging niet eindigen in fatalisme. Hij hoort van veel mensen dat zij Nederland willen verlaten of hun kinderen aanraden dat te doen. Hij begrijpt de wanhoop, maar deelt die conclusie niet. "Ik ben meer geneigd om te vechten. Hoop doet leven. En we zijn ook aan ons land en onze kinderen iets verplicht."
Hij heeft zelf drie kinderen en wil dat zij later in een goed land kunnen leven. Migratie ziet hij niet als makkelijke oplossing. Via zijn vrouw, die migrant is, heeft hij gezien dat migratie vaak pijn doet. Niet alleen voor het land van aankomst en het land van herkomst, maar ook voor de migrant zelf. Die raakt vaak tussen twee werelden in.
"De migrant hoort nooit echt bij de mensen van het land van aankomst", zegt hij. "Maar na een paar jaar ook niet meer bij de mensen van het land van herkomst. Dat leidt tot een hoop hartzeer." Daarom vindt hij dat mensen niet te snel moeten zeggen dat zij vertrekken. Een eigen land hebben is waardevol. Het vraagt ook om inzet.
Zijn slotboodschap is daarom ook dat problemen ontwijken meestal niet de beste oplossing is. Hij verwijst naar Karl Popper: het leven is problemen oplossen. "Laten we dat doen", zegt Kinneging.
Voor hem begint dat bij het herstellen van het denken. Universiteiten moeten opnieuw plaatsen worden waar botsende opvattingen bestaan. Studenten moeten weer leren spreken. Politici moeten opnieuw nadenken voordat zij handelen. En burgers moeten beseffen dat een vrije samenleving niet vanzelf blijft bestaan. Wie haar wil behouden, moet haar ook durven verdedigen.




















































