Utrechtse raad wil meer gemeentelijke inzet voor zwemles statushouders

Na twee dodelijke verdrinkingen wil een meerderheid van de Utrechtse gemeenteraad weten of de gemeente genoeg doet voor nieuwkomers en statushouders die niet kunnen zwemmen. Op 25 juni verdronk een 13-jarige jongen uit Eritrea in de Strijkviertelplas. Eind mei kwam een 17-jarige jongen uit Syrië om het leven in de Maarsseveense Plassen. Tien partijen eisen daarom duidelijkheid over de zwemlessen, vergoedingen en de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de zwemlessen van statushouders. De partijen willen mogelijk meer gemeentelijke inzet voor de zwemlessen van statushouders en vragen voor meer aandacht voor zwemlessen tijdens de inburgering.
Volgens de partijen lopen kinderen op opvanglocaties vaker achter bij het halen van een zwemdiploma. Nieuwkomers zouden ook relatief vaker verdrinken dan andere inwoners. De raadsleden vinden het opvallend dat dit probleem ook voorkomt bij statushouders die al langer zelfstandig in Utrecht wonen. Zodra zij niet meer onder het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) vallen, wordt de gemeente verantwoordelijk, meldt DUIC.
Onduidelijkheid over regelingen
De partijen willen weten welke mogelijkheden er momenteel zijn om zwemles te volgen. Ook vragen zij welke organisaties de kosten betalen. Daarbij noemen ze onder meer het COA, de U-pas, schoolzwemmen en jeugdbeschermingsorganisatie NIDOS. De raad wil duidelijkheid over de vraag of bestaande regelingen alle kinderen daadwerkelijk bereiken.
Het college zou vorig jaar hebben gemeld dat het COA voor kinderen in een asielzoekerscentrum de lessen tot diploma A betaalt. Ouders zouden diploma B zelf moeten bekostigen of daarvoor de U-pas kunnen gebruiken. Daarnaast zou zwemles via schoolzwemmen worden aangeboden. De partijen vragen nu of deze werkwijze in de praktijk voldoende is.
Kinderen kunnen buiten beeld raken
De raadsleden willen weten hoeveel kinderen een A- of B-diploma hebben. Ook willen zij vaststellen wie verantwoordelijk is wanneer een kind tussen verschillende instanties verdwijnt. Dat risico bestaat bijvoorbeeld wanneer een gezin zelfstandig woont, niet meer op een opvanglocatie verblijft en een school zonder schoolzwemmen bezoekt. De raad vraagt hoe deze gezinnen informatie over zwemlessen krijgen.
Daarnaast wil de raad inzicht in praktische problemen. Wachtlijsten, een tekort aan zwemleraren en onvoldoende ruimte in zwembaden kunnen het aanbod beperken. Het college moet duidelijk maken in hoeverre deze knelpunten in Utrecht spelen.
Zwemles tijdens inburgering
De partijen vragen ook of zwemvaardigheid een grotere plaats kan krijgen binnen de inburgering. Verder willen zij dat de gemeente met betrokken organisaties praat over betere voorlichting en begeleiding. De twee recente verdrinkingen vormen volgens de indieners aanleiding om opnieuw naar het huidige beleid te kijken.
De vragen zijn ingediend door GroenLinks-PvdA, ChristenUnie, DENK, VVD, CDA, D66, BIJ1, Student & Starter, Stadsbelang Utrecht en Volt. Daarmee steunt een brede meerderheid van de raad het verzoek. Het college moet nu uitleggen waar de verantwoordelijkheid ligt en of kinderen voldoende worden geholpen bij het leren zwemmen.


















































