Brussel versoepelt klimaatdruk: soepelere uitstootregels voor staal, cement en raffinage

De Europese Commissie wil de zware industrie meer tijd geven om haar CO₂-uitstoot terug te dringen. Klimaatcommissaris Wopke Hoekstra bevestigt dat de geplande afbouw van emissierechten wordt versoepeld. Tegelijk wil Brussel meer geld uit het Europese emissiehandelssysteem gebruiken om fabrieken te helpen verduurzamen, meldt Financial Times.
Daarmee zoekt de EU naar een nieuwe balans. De klimaatdoelen blijven officieel overeind, maar de industrie krijgt meer ruimte. Vooral bedrijven in sectoren als staal, cement, raffinage, luchtvaart en scheepvaart klagen al langer over de hoge kosten van emissierechten.
Volgens Hoekstra is de aanpassing geen afzwakking van het klimaatbeleid. “Wat we gaan doen — zowel op het gebied van industrie als klimaat — is dat het komende decennium beter en ambitieuzer wordt dan het huidige”, zegt hij tegen de Financial Times.
Minder harde afbouw
Het Europese emissiehandelssysteem legt een prijs op CO₂-uitstoot. Bedrijven moeten rechten kopen om te mogen uitstoten. Het systeem levert de EU ongeveer 40 miljard euro per jaar op.
Volgens de huidige planning zouden vanaf 2039 geen nieuwe emissierechten meer beschikbaar komen. Bedrijven zouden daarna alleen nog bestaande rechten onderling kunnen verhandelen.
Dat verandert nu. Hoekstra bevestigt dat nieuwe rechten tot ver in de jaren veertig beschikbaar blijven. Ook wordt de jaarlijkse afbouw van beschikbare rechten vertraagd. Tussen 2028 en 2030 zou het aantal rechten jaarlijks met 4,4 procent dalen. In 2031 wordt dat 3,7 procent. Later in dat decennium wordt de afbouw opnieuw verlaagd.
Voor vervuilende industrieën en landen die sterk afhankelijk zijn van fossiele energie betekent dit meer tijd. Voor bedrijven die al fors hebben geïnvesteerd in schonere productie kan het juist nadelig uitpakken.
Meer geld naar vergroening industrie
Tegenover die versoepeling wil Brussel meer steun zetten. Lidstaten moeten volgens het nieuwe voorstel minstens de helft van hun jaarlijkse inkomsten uit emissierechten gebruiken om de industrie te helpen vergroenen.
Het gaat om ongeveer 24 miljard euro per jaar aan nationale inkomsten uit CO₂-heffingen. Nu gaat minder dan 5 procent daarvan direct naar dit doel.
Hoekstra zegt dat extra steun nodig is. “Ik ben voormalig minister van Financiën, dus ik ben de eerste om te erkennen dat je elke euro maar één keer kunt uitgeven. Maar tegelijk moeten we ervoor zorgen dat we hier een oplossing hebben voor de industrie.”
Ook gratis emissierechten blijven voorlopig bestaan. Bedrijven krijgen nu jaarlijks voor zo’n 35 tot 40 miljard euro aan gratis rechten. Die steun blijft beschikbaar, maar wordt gekoppeld aan de voorwaarde dat bedrijven in Europa investeren.
Lobby van zware industrie
De herziening komt na stevige lobby van Europese zware industrie. Bedrijven waarschuwen dat de kosten van emissierechten hun concurrentiepositie aantasten. Vooral staalfabrieken, cementproducenten en raffinaderijen vrezen dat productie uit Europa verdwijnt als de kosten te snel oplopen.
Brussel lijkt die zorgen nu deels te erkennen. De Commissie wil voorkomen dat industrie vertrekt naar landen met minder strenge klimaatregels. Tegelijk wil zij vasthouden aan het officiële doel: klimaatneutraliteit in 2050.
Hoekstra benadrukt dat het systeem bedoeld blijft om vervuilende sectoren schoner te maken. Sinds de invoering in 2005 zou de uitstoot van sectoren onder het emissiehandelssysteem bijna zijn gehalveerd, vooral door veranderingen in de energiesector.
Kritiek van klimaatkamp
De versoepeling ligt gevoelig. Klimaatgezinde landen, waaronder Scandinavische landen en Spanje, zijn kritisch. Zij vrezen dat het tempo van emissiereductie omlaag gaat op een moment dat Europa juist sneller zou moeten ingrijpen.
Die discussie speelt tegen de achtergrond van opnieuw hoge temperaturen. West-Europa beleefde in juni de warmste maand ooit gemeten. Het continent warmt ongeveer twee keer zo snel op als het wereldgemiddelde. Sinds het industriële tijdperk is Europa naar schatting ongeveer 3 graden opgewarmd, vooral door het verbranden van fossiele brandstoffen.
Toch gaat het voorstel minder ver dan sommige landen wilden. Italië, Polen en meerdere Midden- en Oost-Europese lidstaten hadden aangedrongen op nog meer ruimte voor fossiel afhankelijke industrieën.
Vluchten naar VS ontzien
Ook in de luchtvaart kiest Brussel voor een beperktere aanpak. Hoekstra bevestigt dat uitbreiding van het emissiehandelssysteem naar alle vluchten die vanuit de EU vertrekken, alleen gaat gelden voor vluchten die binnen 5.000 kilometer van de EU landen.
Dat betekent dat vluchten naar de Verenigde Staten buiten schot blijven. Daarmee voorkomt Brussel mogelijke spanningen met de Amerikaanse regering.
De voorstellen moeten nog worden onderhandeld met de EU-lidstaten en het Europees Parlement. Pas daarna wordt duidelijk hoe ver de versoepeling daadwerkelijk gaat.





















































