OM blijft Woo-stukken over Sidney Smeets geheimhouden: rechtszaak op komst

Het conflict over Woo-documenten rond advocaat en voormalig D66-Kamerlid Sidney Smeets krijgt een juridisch vervolg. De verzoeker in de zaak is naar de rechtbank Rotterdam gestapt, omdat het Openbaar Ministerie volgens hem nog altijd onvoldoende openheid geeft over interne stukken. Ook zou het OM niet op tijd hebben beslist op zijn bezwaar. Daarom moet de rechter zich gaan buigen over de vraag: krijgt advocaat en voormalig D66-Kamerlid Sidney Smeets een voorkeursbehandeling bij het OM?
De rechtbank heeft de ontvangst van het beroepschrift, ook ingezien door NieuwRechts, inmiddels bevestigd. Daarmee belandt de kwestie opnieuw in een formele fase. Eerder weigerde het OM al grote delen van het Woo-verzoek openbaar te maken. De stukken die wél werden vrijgegeven, waren volgens de verzoeker zwaar gelakt.
De zaak draait om de vraag hoe het OM is omgegaan met aangiften en tegenaangiften rond Smeets. De verzoeker wil weten of semi-bekende personen anders worden behandeld dan gewone burgers.
Woo-verzoek grotendeels afgewezen
Het Woo-verzoek werd op 24 oktober 2025 ingediend. De verzoeker vroeg om documenten over de manier waarop het OM omgaat met smaad- en lasteraangiften, met bijzondere aandacht voor de kwestie rond Smeets.
Op 12 maart 2026 kwam het OM met een besluit. Een groot deel van het verzoek werd afgewezen. Andere stukken werden slechts deels verstrekt. Volgens de verzoeker ging het uiteindelijk om vijf documenten, waarin bovendien veel passages zwart waren gemaakt.
Daartegen maakte hij op 14 maart bezwaar. Op 6 mei volgde een hoorzitting. Daarna verlengde het OM de beslistermijn tot 16 juli, oftewel afgelopen donderdag. Volgens het nieuwe beroepschrift is er echter nog altijd geen besluit op bezwaar ontvangen.
‘Te ruime uitleg’ door OM
In het beroep stelt de verzoeker dat het OM de regels veel te ruim uitlegt. Het OM zou documenten weigeren onder de noemer “strafvorderlijke persoonsgegevens”. Volgens de verzoeker klopt dat niet.
Hij stelt dat zijn verzoek niet draait om de inhoud van concrete strafdossiers, maar om meta-informatie: hoe het OM bepaalde aangiften behandelt, welke afwegingen worden gemaakt en of er sprake kan zijn van ongelijke behandeling.
In het beroepschrift staat dat het vooral gaat om “de mogelijke ongelijke behandeling tussen semi-bekende personen zoals advocaat Sidney Smeets en gewone burgers”.
Volgens de verzoeker kan het OM zich daarom niet verschuilen achter een algemene weigering. Hij verwijst daarbij naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 oktober 2024, waarin een vergelijkbare brede weigering volgens hem werd vernietigd wegens onvoldoende motivering.
Lakkingen onder vuur
Ook de zwartgelakte passages blijven een belangrijk punt. In de vijf vrijgegeven documenten zijn volgens de verzoeker onnodig namen van ambtenaren, functionele e-mailadressen, concepten en persoonlijke beleidsopvattingen gelakt.
Hij vindt dat het publieke belang zwaarder weegt. Juist omdat het gaat om mogelijke rechtsongelijkheid, moet controle op het handelen van het OM mogelijk zijn.
Volgens hem ontbreekt een echte belangenafweging. Het OM zou te makkelijk kiezen voor afscherming, terwijl de Woo juist bedoeld is om overheidsoptreden controleerbaar te maken.
Zoekslag volgens verzoeker te mager
De verzoeker bekritiseert ook de manier waarop het OM naar documenten heeft gezocht. Volgens hem was de zoekslag te beperkt. Er zou vooral zijn gezocht op “betrokkene”, maar onduidelijk blijft welke parketten zijn benaderd en of ook is gezocht in WhatsApp- en sms-berichten.
Ook zou geen duidelijkheid zijn gegeven over correspondentie met de Nederlandse Orde van Advocaten. Juist die informatie kan volgens de verzoeker relevant zijn om te zien hoe het OM intern en extern over de kwestie heeft gecommuniceerd.
Daarmee schiet de motivering volgens hem tekort. Hij beroept zich op de Algemene wet bestuursrecht en de Woo.
Beroep wegens te laat beslissen
Naast de inhoudelijke bezwaren voert de verzoeker aan dat het OM te laat is met de beslissing op bezwaar. De termijn was volgens de brief verlengd tot 16 juli 2026. Omdat er geen besluit is ontvangen, vraagt hij de rechtbank het beroep ook te zien als beroep tegen niet tijdig beslissen.
Ook vraagt hij om een dwangsom. Verder wil hij dat de rechtbank het besluit van het OM vernietigt en het OM opdraagt opnieuw te beslissen, dit keer met inachtneming van de uitspraak.






















































