Onderzoek: natuursubsidies ingezet voor waterprojecten, boeren raken klem

In Groningen worden natuursubsidies gebruikt om waterbergingsprojecten te financieren. Dat stelt het onderzoeksblog VierkRant na een uitgebreide analyse van projecten rond onder meer Lucaswolde en De Onlanden. Volgens de onderzoekers ontstaat daardoor een systeem waarin kosten verschuiven, projecten groter worden dan nodig en boeren uiteindelijk de gevolgen dragen.
Centraal in het onderzoek staat het Dwarsdiepgebied bij Lucaswolde. Dat gebied moet water opvangen bij hevige regenval. De overheid presenteert het project als noodzakelijk voor waterveiligheid. Maar volgens VierkRant ligt de nadruk in de praktijk anders. Een groot deel van de grond en het budget zou worden gebruikt voor natuurontwikkeling.
Volgens de onderzoekers is voor de waterberging zelf ongeveer 150 hectare nodig. Het totale projectgebied beslaat echter naar schatting 600 tot 800 hectare. Het grootste deel van het gebied krijgt dus een andere bestemming dan puur wateropvang. Ook financieel wijkt het beeld af van de officiële presentatie. Van de totale kosten, die worden geschat op 60 tot 80 miljoen euro, zou het merendeel naar natuur gaan.
De manier waarop dat wordt gefinancierd, vormt volgens VierkRant de kern van het probleem. Waterschappen hebben als taak om wateroverlast te voorkomen en betalen dat normaal uit de waterschapsbelasting. Maar wanneer een gebied ook wordt aangemerkt als natuur binnen het Natuur Netwerk Nederland, kan de provincie de grond aankopen met natuursubsidies. Die subsidies komen deels uit nationale en Europese middelen. Volgens de onderzoekers verdwijnen zo kosten uit het zicht van de waterschapsbegroting, terwijl ze alsnog door belastingbetalers worden gedragen.
Enorme kosten
De financiële impact is aanzienlijk. VierkRant vergelijkt het huidige project met een scenario waarin alleen waterberging wordt aangelegd. In dat geval zouden de kosten rond de 23 miljoen euro liggen. Door de combinatie met natuurontwikkeling loopt dat bedrag volgens de berekeningen op tot maximaal bijna 100 miljoen euro. Het verschil van tientallen miljoenen euro’s komt uiteindelijk terecht bij overheden en daarmee bij de belastingbetaler.
De gevolgen zijn niet alleen financieel. Ook de manier waarop grond wordt verworven ligt onder vuur. In eerste instantie wordt boeren gevraagd vrijwillig mee te werken en hun grond te verkopen. In Lucaswolde deed het grootste deel van de eigenaren dat ook. Maar een kleine groep weigerde. Voor hen volgde alsnog een onteigeningsprocedure. Volgens VierkRant speelde daarbij niet alleen waterveiligheid een rol, maar ook de druk om subsidies op tijd te benutten.
Voor boeren die blijven, ontstaan volgens het onderzoek nieuwe problemen. De aangelegde natuur is vaak gevoelig voor stikstof. Daardoor veranderen de regels voor bedrijven in de omgeving. Boeren die jarenlang onder dezelfde voorwaarden werkten, kunnen ineens minder ruimte krijgen voor hun bedrijfsvoering. Uitbreiding wordt lastiger en de waarde van hun bedrijf kan dalen. In sommige gevallen kan dat weer leiden tot nieuwe uitkooprondes.
De rol van de politiek
Het onderzoek plaatst ook vraagtekens bij de bestuurlijke verhoudingen rond deze projecten. De Groningse commissaris van de Koning is betrokken bij besluitvorming over natuur en onteigening, terwijl hij tegelijkertijd een ceremoniële functie vervult bij een organisatie die natuur beheert en subsidie ontvangt. Volgens VierkRant is dat een voorbeeld van hoe beleid en uitvoering in elkaar overlopen, zonder duidelijke scheiding van belangen.
Volgens de onderzoekers is Lucaswolde geen op zichzelf staand geval, maar onderdeel van een bredere werkwijze. Door waterveiligheid en natuurontwikkeling te combineren, ontstaan grotere projecten met meerdere financieringsbronnen. Dat maakt het voor bestuurders aantrekkelijk, maar volgens het blog ook minder transparant.
De kern van de kritiek is dat burgers en boeren niet helder krijgen waarvoor geld wordt uitgegeven en welke keuzes worden gemaakt. Waterberging en natuur worden samengevoegd, terwijl het volgens VierkRant om twee verschillende doelen gaat die apart zouden moeten worden afgewogen.
Het blog pleit daarom voor meer duidelijkheid in beleid en financiering. Waterprojecten zouden uit waterschapsmiddelen moeten worden betaald, terwijl natuurontwikkeling een expliciete politieke keuze moet zijn. Zonder die scheiding, zo stellen de onderzoekers, blijft het onduidelijk wie betaalt, wie beslist en wie de gevolgen draagt.




















































