Expert: 'EU stuurt landbouw de verkeerde kant op'

Europa stuurt te veel op natuur en te weinig op economie in het landbouwbeleid. Daarvoor waarschuwt Dam Jaarsma, senior landbouwdeskundige en oud-directeur internationaal sociaal-economisch landbouwbeleid bij LTO Nederland, bij Nieuwe Oogst. Volgens hem is het Europese beleid steeds verder af komen te staan van de oorspronkelijke doelen: voldoende voedsel, een stabiel inkomen voor boeren en betaalbare prijzen voor consumenten.
Direct na de invoering van het Europese landbouwbeleid lag de nadruk op voedselzekerheid. Boeren moesten kunnen produceren tegen een redelijke prijs. Maar dat beleid had een keerzijde. Het leidde tot verborgen werkloosheid en langdurige armoede op bedrijven die niet rendabel konden worden.
Een koerswijziging was volgens Jaarsma onvermijdelijk, vertelt hij bij Nieuwe Oogst. Er kwam sanering voor onrendabele bedrijven en steun voor modernisering. Bedrijven met toekomstperspectief kregen rentesubsidies om efficiënter te worden. Productie hoorde plaats te vinden op de beste grond, terwijl minder geschikte grond een andere functie moest krijgen. Landbouworganisaties verzetten zich echter decennialang tegen het uit productie nemen van die zwakke grond.
Het Europese landbouwmodel
Door de regels van de Wereldhandelsorganisatie werd het in de jaren negentig steeds lastiger om subsidies rechtstreeks te koppelen aan landbouwproducten. Landbouworganisaties ontwikkelden daarom rond 1999 het Europese Landbouwmodel. De kern: boeren moesten niet langer worden beloond voor productie, maar voor hun bijdrage aan natuur, landschap en milieuvriendelijke werkwijzen.
In deze visie blijft het platteland bewoond en blijft landbouw kleinschalig. Grote bedrijven, zoals in de Verenigde Staten, zouden volgens de bedenkers niet passen bij het Europese landbouwbeeld. Maar volgens Jaarsma ontbreekt in dit model een cruciaal onderdeel: het uit productie nemen van onrendabele grond. Daardoor veranderen landbouwsubsidies in de praktijk vooral in natuursubsidies, niet in voedselsubsidies.
‘Duurzaamheid is ook economie’
Jaarsma ziet een hardnekkig misverstand in het huidige debat. “Voor velen heeft duurzaamheid alleen betrekking op natuur en milieu, voor ondernemers ook op een economisch verantwoord bedrijf.”
Hij wijst erop dat de Verenigde Staten veel meer aandacht hebben voor voedselzekerheid. Daar bestaat ongeveer 70 procent van de federale landbouwbegroting uit consumentenvoedselsubsidies. “Een vierkoppig gezin dat onder 130 procent van de armoedegrens zit, krijgt iedere maand 750 dollar,” schrijft hij. In Europa ligt die focus anders: beleid gaat vooral over natuur, klimaat en landschap, niet over voedselprijzen of consumentenbeleid.
Volgens Jaarsma kunnen onnodige subsidies en bijbehorende regelgeving beter worden ingezet voor innovatie en emissiereductie. Ook ziet hij mogelijkheden om dure grond af te prijzen, bijvoorbeeld voor biolandbouw of woningbouwprojecten.





















































