Europese Commissie breidt controle op WhatsApp verder uit

De Europese Commissie heeft eergisteren besloten om WhatsApp aan te merken als een zogenoemd ‘zeer groot online platform’. Daarmee valt de berichtendienst onder het strengste toezicht van de Digital Services Act (DSA). Volgens Brussel is dat een technische stap, maar critici zien opnieuw een uitbreiding van de Europese greep op het digitale domein.
Aanleiding is de functie ‘Channels’. Deze eenrichtingskanalen hebben inmiddels meer dan 45 miljoen maandelijkse gebruikers binnen de Europese Unie. Daarmee overschrijdt WhatsApp de drempel die in de DSA is vastgelegd. Het gevolg is dat het platform in de hoogste risicocategorie terechtkomt.
Die status brengt zware verplichtingen met zich mee. WhatsApp moet uitgebreide risicoanalyses uitvoeren, meer transparantie bieden en verdergaande maatregelen nemen rond inhoud. Meta, het moederbedrijf, krijgt vier maanden de tijd om aan de regels te voldoen. De deadline ligt halverwege mei 2026.
Brussel sust zorgen, maar twijfel blijft
De Europese Commissie probeert de impact te relativeren. Volgens de Commissie blijven privéberichten buiten schot. Alleen ‘Channels’ zouden onder het nieuwe toezicht vallen. Commissievoorzitter Henna Virkkunen benadrukt dat het om publieke verspreiding gaat en niet om persoonlijke communicatie.
Toch roept dat weinig vertrouwen op volgens critici. Eerdere ervaringen leren dat eenmaal ingevoerd toezicht niet altijd beperkt blijft tot het oorspronkelijke doel. De grenzen kunnen ongemerkt opschuiven, zonder breed publiek debat of duidelijke controle.
De kern van de discussie zit in het begrip ‘systemische risico’s’, zoals dat in de DSA wordt gebruikt. Dat begrip gaat verder dan illegale inhoud. Het omvat ook vaag omschreven dreigingen voor democratie, verkiezingen en fundamentele rechten. Platforms moeten zulke risico’s zelf opsporen en beperken, onder direct toezicht van de Commissie.
Vrijheid van meningsuiting onder druk
Daarmee verandert de rol van techbedrijven. Zij worden feitelijk poortwachters van het publieke debat. Ze moeten bepalen welke uitingen mogelijk als risico worden gezien, op basis van politieke criteria die zij niet zelf hebben vastgesteld. Dat gebeurt bovendien via processen die grotendeels ondoorzichtig zijn.
Voor critici is dat het punt waarop vrijheid van meningsuiting conditioneel wordt. Niet omdat iets verboden is, maar omdat platforms uit voorzorg gaan filteren en beperken.




















































