Protesterende vrouwen zijn geen uiting van haat, maar juist van liefde
De honderden vrouwen die in Loosdrecht de straat op gingen om te protesteren tegen de komst van een AZC, was een daad van anti-feminisme. Dat schreef zelfbenoemd feminist en Dolle mina, Anne Buunk, in de Volkskrant. Maar hoe kan dat, als de kern van het – echte – feminisme juist is dat vrouwen hun recht op vrijheid en veiligheid en dat van hun kinderen kunnen verdedigen?
De Dolle Mina’s van weleer zouden zich omdraaien in hun graf als ze het stuk van hun nazaat, klinisch neuropsycholoog Anne Buunk, in de ooit zo vrijgevochten Volkskrant hadden gelezen. Want in plaats van de Loosdrechtse vrouwen te roemen voor hun verzet tegen de bedreiging van de verworvenheid om zonder gevaar te kunnen gaan en staan waar zij willen, betichtte zij hen van ‘haat’. Hun protest tegen het AZC dat, zonder inspraak en tegen de democratische wil van de inwoners, in hun leefomgeving wordt neergezet, is geen strijd voor de vrouwenrechten, maar zorgt slechts voor verdeeldheid, betoogt Buunk. Want het ‘ware feminisme’ streeft naar ‘vrijheid en veiligheid voor iedereen’. Wat in theorie inderdaad klopt, maar laat het nou juist de praktijk van het hedendaagse feminisme zijn, die precies die kern van deze maatschappelijke beweging volstrekt is kwijtgeraakt. Want de utopische inclusiviteitswereld waarin geprivilegieerde fair weather feministen zoals Anne Buunk leven is niet de wereld waarin de meeste vrouwen en meisjes zich tegenwoordig moeten bewegen. Helemaal niet als je ’s avonds na de hockeytraining langs een AZC vol getraumatiseerde jonge mannen, uit culturen waar ze überhaupt nog nooit van vrouwenrechten gehoord hebben, naar huis moet fietsen.

















































