Amsterdamse D66-wethouder weigert fretten tegen rattenplaag vanwege stress bij ratten

Amsterdam kampt op verschillende plekken met rattenoverlast, maar gaat geen proef doen met fretten om ratten te vangen en te doden. Volgens D66-wethouder Alexander Scholtes, verantwoordelijk voor Gezondheid, is die aanpak 'minder diervriendelijk' dan de huidige werkwijze met klapvallen. Dat schrijft hij in antwoord op vragen van JA21, dat wilde dat Amsterdam het voorbeeld van Rotterdam zou volgen, meldt AT5.
Volgens Scholtes blijft de gemeente bij de bestaande aanpak. Die bestaat uit preventie en bestrijding van overlast. Als er moet worden ingegrepen, gebruikt Amsterdam klapvallen.
Geen proef met fretten
JA21 vroeg de wethouder om te kijken naar de inzet van fretten bij rattenbestrijding. In Rotterdam worden deze dieren al als proef gebruikt. Amsterdam wil die aanpak niet overnemen. Scholtes is daar duidelijk over. ‘Amsterdam gaat geen pilot doen met rattenbestrijding met fretten.’ Daarmee houdt de gemeente vast aan de huidige werkwijze.
Volgens de wethouder kan rattenoverlast wel degelijk gevolgen hebben. Hij schrijft dat overlast van ratten ‘vervelende gevolgen hebben voor de gezondheid’. Toch vindt hij de inzet van fretten geen geschikte oplossing.
Klapvallen volgens wethouder diervriendelijker
De wethouder stelt dat klapvallen diervriendelijker zijn dan het inzetten van fretten. Volgens hem komt dat onder meer door wat ratten meemaken tijdens een jacht met fretten. Daarbij zouden de dieren stress kunnen ervaren.
Scholtes wijst op ‘de stress bij het opjagen met fretten en bij het vervoeren van gevangen ratten’. De gemeente ziet daarom meer in de huidige inzet van klapvallen. Die worden gebruikt wanneer bestrijding van overlast nodig is.
Ook praktische bezwaren spelen mee. Voor de inzet van fretten zou een externe partij moeten worden ingehuurd. Dat kost geld en vraagt volgens Scholtes waarschijnlijk ook ‘ambtelijke begeleiding’.
Gemeente kiest vooral voor preventie
Volgens Scholtes levert preventie meer op dan extra bestrijding. Hij wijst erop dat Amsterdammers zelf maatregelen kunnen nemen. Zo kunnen zij hun kruipruimte controleren op gaten en kieren.
De wethouder noemt dat een eenvoudige aanpak. Volgens hem ‘kost weinig capaciteit en heeft een groter en langduriger effect dan bestrijding’. Daarmee legt de gemeente de nadruk op het voorkomen van rattenoverlast.
Scholtes schrijft verder dat het aantal meldingen per jaar schommelt. Volgens hem was er in 2022 en 2023 sprake van een daling. In 2024 en 2025 lag het aantal meldingen iets hoger.
Toch spreekt de wethouder niet van een duidelijke groei. ‘In 2022 en 2023 was er sprake van een afname. In 2024 en 2025 lag het aantal meldingen iets hoger. Daarmee is 2025 nagenoeg gelijk aan 2021. We spreken niet van een groei.’ Precieze cijfers noemt Scholtes in zijn antwoord niet.






















































