Nederlandse stallen verdwijnen door stikstofbeleid naar Polen en Zweden

Nederland krimpt zijn veestapel in, maar over de grens draait de landbouw juist door. Complete stallen van stoppende boeren verdwijnen niet naar de sloop, maar naar landen als Polen, Zweden, Kroatië, Peru en Oekraïne. Daar worden ze opnieuw opgebouwd en weer gebruikt. Het stikstofbeleid haalt de productie hier weg, maar de vraag naar zuivel, vlees en landbouwtechniek blijft elders groeien.
Een van de ondernemers die daarvan profiteert, is Diederick voor de Poorte uit Alphen in Noord-Brabant. Hij handelt al jaren in gebruikte melkmachines via Holland Dairy Machines. Sinds kort verkoopt hij ook complete stallen via Holland Dairy Housing. Door de opkoopregeling komen steeds meer jonge, goed uitgeruste stallen beschikbaar. “Dankzij de opkoopregeling ben ik spekkoper in Nederland”, zegt Voor de Poorte tegen Sterke Erven.
Van Brabant naar Polen
Een voorbeeld is de stal van Jack Snepvangers uit Heimolen, bij Bergen op Zoom. Hij had een moderne ligboxenstal uit 2013, met 200 ligboxen, voergangen aan twee kanten en een complete technische inrichting. Snepvangers was piekbelaster, had geen opvolger en deed mee aan de opkoopregeling. Zijn stal werd niet gesloopt, maar verkocht aan een Poolse ondernemer. Alles ging mee.
“De stal is verkocht met alles erop en eraan: robots, stalinrichting, ventilatiesysteem, verlichting, buitengevels, alles ging op transport naar Polen”, vertelt Snepvangers bij Sterke Erven. “De stal is in Polen exact hetzelfde teruggebouwd. Een stikstofprobleem kennen zij niet.”
Hij kijkt met gemengde gevoelens naar het beleid. Zakelijk kwam de regeling voor hem goed uit, maar over het nut twijfelt hij. “Ik vraag me af hoe zinvol de opkoopregeling is, maar mij paste de regeling zakelijk heel goed. Hoe meer Nederlandse stallen er op de markt komen, hoe meer het balletje gaat rollen.”
Complete inventaris op transport
Voor de Poorte begon met handel in gebruikte melkwinningsinstallaties. Jarenlang werkte hij bij producent DeLaval. Daarna zag hij dat er wereldwijd veel vraag was naar Nederlandse melkstallen, melkrobots en andere techniek. “Handel in gebruikte melkstallen is mijn corebusiness, ik merkte dat er wereldwijd een enorme vraag naar is.”
In Nederland verkoopt hij vooral onderdelen of gebruikte stalinrichting voor renovaties. Maar 90 procent van zijn handel gaat naar het buitenland. Daar zijn melkinstallaties vaak duur of moeilijk verkrijgbaar. Tegelijk groeit in veel landen de zuivelconsumptie.
Bij stoppende Nederlandse boeren koopt hij inmiddels niet alleen de inventaris op, maar soms ook het stalgebouw zelf. Hij demonteert ligboxen, voerhekken, drinkbakken, ventilatiesystemen, robots en prefabconstructies. Daarna gaat alles op vrachtwagens richting een nieuwe eigenaar.
‘Jonge stallen worden afgebroken’
Volgens Voor de Poorte laat de opkoopregeling een opvallend effect zien. Juist jonge en moderne stallen komen op de markt. Die zijn vaak het meest waard en daardoor voor boeren aantrekkelijk om te verkopen.
“Door die regeling worden in Nederland mooie jonge stallen afgebroken”, zegt hij. “Juist voor die jonge stallen is het financieel het aantrekkelijkst om mee te doen. Dus de stallen die het best zijn qua dierenwelzijn en milieu worden in Nederland afgebroken.”
In het buitenland is dat juist interessant. Daar spelen stikstofregels vaak veel minder zwaar, of helemaal niet. Nederlandse stallen kunnen daar nog jaren mee.
Voor de Poorte noemt het beleid tegenstrijdig. “We hebben hier in Nederland de mond vol over duurzaamheid, dierenwelzijn en stikstof, dat is in andere landen veel minder een issue. Volgens mij zijn we zo rijk en welvarend dat we hier enorm zijn doorgeschoten in veel dingen.”
Productie verdwijnt, vraag blijft
De ondernemer ziet meer voorbeelden van beleid dat volgens hem weinig oplost. Productie verdwijnt uit Nederland, maar komt elders terug. Soms keren de producten uiteindelijk zelfs weer terug naar de Nederlandse markt.
“De legbatterijen moesten hier weg vanwege dierenwelzijn. Die zijn geëxporteerd naar Oekraïne en de eieren daaruit komen nu verwerkt weer terug naar Nederland”, zegt Voor de Poorte.
Ook noemt hij een mestkalverenstal waarvan de inrichting naar Kroatië gaat. “Daar kan het wél. Wie houdt wie dan voor de gek?”
Volgens hem gebeurt hetzelfde met techniek die in Nederland met veel regels is omgeven. “Emissiearme vloeren heb ik ook geëxporteerd, maar die leggen ze daar als gewone roostervloer. Wij verbieden in Nederland dingen, dan halen we hier de productie weg, en gaat het naar landen waar dit geen issue is.”
Kopers uit heel de wereld
De vraag komt uit alle windstreken. Voor de Poorte krijgt volgens eigen zeggen vrijwel wekelijks buitenlandse kopers over de vloer. Zij komen kijken naar complete stallen of melkstallen.
Onlangs vloog een Kroatische koper over om de inrichting van een mestkalverenstal te bekijken. Ook reed Voor de Poorte twee dagen met Zweedse kopers langs stallen in Wijhe, Afferden en Wissenkerke. In Wissenkerke stond een stal met 400 ligboxen. Als de prijs en de dakconstructie passen, kan die stal straks in Zweden staan.
Ook buiten Europa is vraag. In Peru leverde Voor de Poorte drie melkstallen aan Sjeng Hoofsloot, een Nederlander die ten zuiden van Lima 1.500 koeien melkt. Hoofsloot koppelde de drie Nederlandse melkstallen aan elkaar.
“Dit werkt prima en we zijn erg tevreden over de hele deal”, zegt Hoofsloot. “Terwijl Nederland robotiseert omdat personeel er schaars en duur is, is het hier in Peru precies andersom. Robots hebben we niet nodig.”
In Peru zijn arbeidskrachten goedkoop en zijn vergunningen volgens Hoofsloot geen groot probleem. “De overheid is al blij dat we de lokale economie stimuleren met onze bedrijvigheid. We produceren mest en bieden werkgelegenheid. Hier is dierlijke mest goud, die kan onze fruitteelt goed gebruiken.”
Oekraïne en Polen in trek
Ook in Oekraïne ziet Voor de Poorte kansen, al maakt de oorlog alles ingewikkelder. In het westen van het land zijn al grote draaimelkstallen geleverd. Een Oekraïense klant kocht volgens hem al meerdere grote melkstallen.
“Als de oorlog voorbij is, zie ik veel potentie in Oekraïne”, zegt hij. “Er lopen nu al programma’s voor wederopbouw van de landbouw van Oekraïne. Als de oorlog voorbij is, komt dit vrij.”
Polen is nu al een belangrijke markt. Recent gingen drie grote stallen met honderden ligboxen die kant op. Ook varkensstallen en pluimveestallen zijn gewild.
Doorstart over de grens
Voor de Poorte benadrukt dat hij geen materiaal vernietigt, maar juist hergebruikt. Stallen uit de opkoopregeling krijgen volgens hem een tweede leven. “Wij recyclen bouwmateriaal en stalinterieur dat nog lang niet is afgeschreven en voorkomen vernietiging ervan.”
Voor stoppende boeren kan dat financieel aantrekkelijk zijn. Vaak hebben zij al een contract met een sloper getekend. Alles wat nog kan worden verkocht, is meegenomen. Soms neemt Holland Dairy Housing het hele demontageproces over. “Wij demonteren stallen van vloer, muren tot nok”, zegt Voor de Poorte. “In principe laden we alles op.”
Volgens hem komt er voorlopig genoeg aanbod. Veel boeren zijn boven de vijftig en hebben geen opvolger. Door stikstofbeleid en opkoopregelingen groeit het aantal stoppers. Tegelijk stijgt in het buitenland de vraag.
Daarmee ontstaat een wrange situatie. Nederland haalt productie weg uit eigen land, terwijl dezelfde stallen elders weer worden opgebouwd. “Terwijl we in Nederland de landbouw afbreken, geven ze in het buitenland juist gas”, zegt Voor de Poorte. “Dat is wrang en tegelijk een kans.”




















































