Fidesz kiest opnieuw voor Orbán ondanks zware verkiezingsnederlaag

Viktor Orbán blijft voorzitter van Fidesz, ondanks de historische verkiezingsnederlaag van zijn partij in april. Op het partijcongres kreeg hij 729 van de 737 stemmen van de afgevaardigden. Er was geen tegenkandidaat. Daarmee blijft Orbán voorlopig de dominante figuur binnen Fidesz, ook nu de partij voor het eerst sinds 2006 de macht is kwijtgeraakt.
De nederlaag kwam hard aan binnen de partij. Fidesz verloor van de Tisza-partij van de Hongaarse premier Péter Magyar. Die partij behaalde een constitutionele supermeerderheid in het parlement. Na de nederlaag bood Orbán kort aan om op te stappen als partijleider, maar de partijtop wees dat af en vroeg hem te blijven.
Orbán waarschuwt voor nieuwe regering
Na zijn herverkiezing bedankte Orbán de partijleden voor hun vertrouwen. Hij zei dat de bouw van een soeverein Hongarije zijn levensmissie blijft. Volgens Orbán heeft een meerderheid van de Hongaren na zestien jaar Fidesz-bestuur ‘de wapens neergelegd’ en toegestaan dat ‘liberalen terugkeren aan de macht’.
De voormalige premier waarschuwde dat de nieuwe regering het land zou openstellen voor ‘migratie en buitenlandse invloed’. Volgens hem moet Fidesz zich daarom opnieuw organiseren als sterke oppositiepartij. Hij nam ook verantwoordelijkheid voor de verkiezingsnederlaag. Tegelijk maakte hij duidelijk dat hij de politiek niet verlaat.
Zelfkritiek binnen Fidesz
Orbán gaf een harde analyse van het verlies. Volgens hem sloeg de campagneboodschap van Fidesz onvoldoende aan bij kiezers. Ook had de partij de kracht van Tisza en de hoge opkomst onderschat. Daarnaast werkte de traditionele mobilisatie van Fidesz minder goed dan de nieuwe campagnemethoden van de oppositie.
Vooral online ging het volgens Orbán mis. Hij sprak van een ‘catastrofale nederlaag’ in de digitale wereld. Ook gaf hij toe dat Fidesz de strijd om jonge kiezers had verloren. Dat noemde hij een persoonlijke mislukking.
Roep om vernieuwing
Orbán erkende ook dat zijn regering niet de economische groei had gebracht die kiezers verwachtten. Dat gebeurde ondanks maatregelen voor gezinnen, pensioenen en wonen. Tegelijk stelde hij dat beschuldigingen over corruptie tegen Fidesz grotendeels onbeantwoord bleven. Ook wees hij op de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne en het sanctiebeleid van de Europese Unie.
Binnen de partij klinkt nu ook de roep om vernieuwing. Orbán wil dat jongere leden, vooral dertigers en veertigers, meer verantwoordelijkheid krijgen. Daarom vroeg hij bewust om een mandaat van slechts één jaar. Na afloop bleef hij strijdvaardig. Op sociale media schreef hij: ‘Ik trek mij nooit terug.’






















































