Nieuwe box 3-wet onder vuur: minister wil terug naar de tekentafel

Minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) wil de nieuwe box 3-wetgeving aanpassen. Dat heeft hij verteld tegen RTL Nieuws. Volgens de minister is er iets misgegaan bij de totstandkoming van de wet. ‘Ik denk dat de wet zo niet door kan,’ aldus Heinen.
De wet regelt hoe belasting wordt geheven over vermogen, zoals spaargeld en beleggingen. Heinen zegt begrip te hebben voor de kritiek. ‘Ik denk dat hier gewoon iets niet goed is gegaan en de huidige wet moet aangepast worden.’ Hij benadrukt dat hij nog tijd heeft, omdat de wet pas in 2028 in werking moet treden.
De minister heeft hierover al overleg gehad met zijn staatssecretaris. ‘We hebben samen ook gezegd: laten we even terug naar de tekentafel, het gesprek aangaan, de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en kijken hoe we de wet kunnen aanpassen.’ Of dat een volledig nieuwe wet wordt of slechts aanpassingen, is nog niet duidelijk. ‘We gaan het gesprek gewoon aan.’
Hervorming ligt bij de Eerste Kamer
De hervorming van box 3 ligt momenteel bij de Eerste Kamer. De Tweede Kamer stemde vorige week in met het voorstel. Dat gebeurde ondanks duidelijke twijfels over uitvoerbaarheid en mogelijke neveneffecten.
Voor de wet stemden onder meer D66, VVD, GroenLinks/PvdA, CDA, SP, Denk en Volt. Tegenstanders waarschuwden dat de Belastingdienst problemen kan krijgen met de uitvoering. Opvallend is dat de evaluatieperiode is verkort. De wet wordt al na drie jaar beoordeeld, en niet pas na vijf jaar. Dat wijst op onzekerheid over de werking in de praktijk.
De kern van de hervorming is dat vanaf 2028 belasting wordt geheven over het werkelijke rendement. Niet alleen rente en dividend tellen mee, maar ook waardestijgingen van beleggingen zoals aandelen en obligaties. Ook papieren winsten worden belast, zelfs als de belegging nog niet is verkocht.
Nieuwe systematiek en overgangsperiode
Het nieuwe stelsel wordt een vermogensaanwasbelasting genoemd. Daarbij kijkt de fiscus jaarlijks naar de waardeontwikkeling van beleggingen. Voor vastgoed en belangen in start-ups geldt een andere aanpak. Daar wordt gewerkt met een vermogenswinstbelasting. Belasting wordt dan pas geheven bij verkoop. Bij vastgoed komt daar jaarlijks belasting bij over huurinkomsten of via een vaste vastgoedbijtelling van 3,35 procent.
Er blijven vaste regels gelden. Kosten zijn aftrekbaar. Verliezen mogen worden verrekend met toekomstige winsten, met een drempel van 500 euro per jaar. Over de eerste 1.800 euro rendement geldt een vrijstelling. Het tarief blijft 36 procent. De eigen woning blijft in box 1.
De wet is nog niet definitief. De Eerste Kamer moet uiterlijk medio maart instemmen om invoering per 2028 mogelijk te maken. Tot die tijd gelden overgangsregels. In 2026 en 2027 mogen belastingplichtigen kiezen tussen forfaitair rendement of werkelijk rendement.



















































