Expertisecentrum lanceert mediarichtlijn om abortus positiever in beeld te brengen

Een nieuwe mediarichtlijn van Fiom zorgt voor discussie over taalgebruik rond abortus. Fiom is het Nederlandse expertisecentrum op het gebied van ongewenste zwangerschap, afstammingsvragen, donorconceptie en adoptie. In de richtlijn stelt Fiom dat abortus in de media ‘vaak onterecht neergezet als een beladen en omstreden onderwerp’ en dat berichtgeving ‘feitelijke, zorgvuldige en respectvolle’ moet zijn. Ook benadrukt de organisatie dat abortus ‘een veilige en veelvoorkomende medische ingreep met brede steun in de samenleving’ is. Dit zorgde voor ophef bij rechtse partijen die Kamervragen stelden over de mediarichtlijn.
De richtlijn is bedoeld voor journalisten en redacties en bevat adviezen over woordgebruik. Daarmee wil Fiom invloed uitoefenen op hoe abortus in het publieke debat wordt besproken. Juist dat punt leidt tot vragen over de rol van taal en de invloed daarvan op de beeldvorming.
Kritiek op sturing van taal
Er is kritiek op de inhoud van de adviezen. Volgens critici kan het vermijden van bepaalde woorden invloed hebben op hoe mensen naar abortus kijken. Zij vragen zich af of hiermee niet de morele lading van het onderwerp wordt afgezwakt.
Een belangrijk punt is het advies om niet te spreken over ‘pro-life’, maar over ‘anti-abortus’. Ook andere termen worden afgeraden. Het gaat om woorden als ‘baby’, ‘ongeboren kind’, ‘ongeboren leven’ en ‘meisjes of jongetjes’.
Volgens critici zijn dit termen die juist breed worden gebruikt. Zij vragen zich af of het wenselijk is dat zulke woorden verdwijnen uit het publieke debat. Daarbij speelt ook de vraag of dit nog als neutraal en feitelijk taaladvies kan worden gezien.
Termen en wetgeving
De discussie raakt ook aan bestaande wetgeving. De term ‘ongeboren leven’ komt namelijk voor in de Wet afbreking zwangerschap. Dit roept vragen op over de verhouding tussen de richtlijn en de wet.
Ook het advies om niet te spreken over ‘abortus plegen’ wordt besproken. Volgens Fiom kan die term de indruk wekken dat abortus een misdaad is. Tegelijk staat abortus wel in het Wetboek van Strafrecht en is het alleen toegestaan via een wettelijke uitzondering.
Daarnaast is er bij de rechtse partijen aandacht voor de onderbouwing van bepaalde standpunten. Zo wordt gevraagd op basis van welke bronnen Fiom stelt dat het ‘post-abortus syndroom’ niet bestaat. Daarmee staat ook de wetenschappelijke basis van de richtlijn ter discussie.
Kamervragen in Den Haag
De discussie heeft inmiddels geleid tot politieke actie. Diederik van Dijk (SGP), Femke Wiersma (BBB) en Mirjam Bikker (CU) hebben schriftelijke Kamervragen gesteld. Zij richten zich tot minister Sophie Hermans.
De Kamerleden willen onder meer weten of de richtlijn met overheidssubsidie tot stand is gekomen. Ook vragen zij of het ministerie deze adviezen wil gebruiken. Daarnaast staat de vraag centraal hoe ruimte blijft bestaan voor verschillende opvattingen in het debat over abortus.




















































