Hoe komt het dat milieuactivisten zo weinig moeite hebben om de natuur te vernietigen?

Hoe komt het dat de zelfbenoemde milieuactivisten in Europa er zo weinig moeite mee hebben om het milieu te vernietigen? Deze tegenstrijdigheid bestaat al tientallen jaren. En hoewel ze nooit subtiel is geweest, is ze op geen enkel moment zo explosief geweest als vandaag. Toch zijn de Europese eco-elites er meesterlijk in geworden om dit te negeren. Voor hen waren windturbines onweerstaanbaar geworden: pompeuze, opzichtige symbolen van morele deugdzaamheid die aan ieders onwillige ogen werden opgedrongen. Er was iets totemistisch, liturgisch, aan die stalen monsters. Het duurde niet lang voordat het ene na het andere land in Europa ze accepteerde als profeten van een betere, schonere en groenere toekomst.
Die metalen constructies leken perfect. Ze kwamen goed tot hun recht op campagneposters. Ze gaven bezorgde stedelijke kiezers een goed gevoel. Ze boden de bureaucratische machine in Brussel zelfs een handige maatstaf om de vooruitgang te meten in haar zogenaamd ecologische kruistochten. Er was maar één probleem: veel van wat ten grondslag lag aan de windrevolutie berustte op spectaculaire vormen van ecologisch vandalisme, industriële verstoring en strategische naïviteit.






















































