Rapport: VN-functionarissen met geld uit Qatar, China en Rusland vallen Westen aan

VN-functionarissen worden volgens een nieuw rapport van UN Watch gesteund met geld uit Qatar, China en Rusland, terwijl zij binnen de Verenigde Naties Amerika, Israël en andere landen in het Westen aanvallen. De organisatie stelt dat meerdere VN-rapporteurs hun mensenrechtenmandaat gebruiken voor politieke strijd in plaats van onafhankelijke controle. Vooral westerse democratieën en Israël zouden vaak doelwit zijn. Tegelijk zouden autoritaire regimes minder scherp worden aangepakt.
Het rapport heet From Watchdogs to Ideologues. UN Watch onderzocht dertien thematische rapporteurs van de VN-Mensenrechtenraad. Volgens de organisatie is het systeem veranderd van waakhond in ideologisch instrument. Oud-VN-chef Kofi Annan noemde de speciale rapporteurs in 2006 nog ‘het kroonjuweel van het VN-mensenrechtensysteem’. Volgens UN Watch is dat kroonjuweel nu aangetast door politisering en gebrek aan verantwoording.
Geld uit autoritaire landen
Een centraal punt in het rapport is de financiering. UN Watch schrijft dat sommige VN-rapporteurs geld ontvingen van landen die zelf vaak onder vuur liggen vanwege mensenrechtenschendingen. Daarbij worden China, Rusland en Qatar expliciet genoemd. Volgens het rapport tast zulke steun de onafhankelijkheid van VN-experts aan.
Vooral Alena Douhan, VN-rapporteur voor eenzijdige dwangmaatregelen, wordt genoemd. Zij zou 1,3 miljoen dollar hebben ontvangen van China, Rusland en Qatar. Volgens UN Watch bracht zij alleen bezoeken aan autoritaire staten, onder omstandigheden die leken op staatspropaganda. Haar werk zou vooral westerse sancties aanvallen, terwijl de rol van corruptie, repressie en wanbestuur in die landen minder aandacht kreeg.
Aanvallen op Amerika en het Westen
UN Watch spreekt van een ‘wijdverbreid patroon van antiwesterse ideologische vooringenomenheid’. Volgens de organisatie worden de Verenigde Staten en andere westerse landen vaak neergezet als bron van wereldwijd onrecht. Misstanden in autoritaire regimes als China, Rusland, Iran, Venezuela, Noord-Korea en Cuba zouden veel minder vaak centraal staan.
Het rapport noemt meerdere voorbeelden. Ben Saul zou de Verenigde Staten een ‘dystopie’ hebben genoemd. Balakrishnan Rajagopal zou Amerika een ‘schurkenstaat’ hebben genoemd. Ook zou Saul de Verenigde Staten hebben omschreven als een ‘gangsterstaat’. Volgens UN Watch gaat het daarbij niet om neutrale mensenrechtenanalyse, maar om politieke taal.
Israël vaak doelwit
Een groot deel van het rapport gaat ook over Israël. Volgens UN Watch is de politieke vooringenomenheid daar het duidelijkst zichtbaar. Sinds de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober 2023 zouden VN-rapporteurs 148 verklaringen tegen Israël hebben uitgebracht. Dat is volgens het rapport veel meer dan over andere grote conflicten.
Ter vergelijking noemt UN Watch 64 verklaringen over de oorlog van Rusland tegen Oekraïne. Over Soedan ging het om 24 verklaringen. Over Myanmar waren het er 62 en over Ethiopië 5. Volgens de organisatie laat dat zien dat Israël opvallend vaak wordt uitgekozen als doelwit.
Twijfels over bewijs en toezicht
UN Watch stelt ook dat de bewijsnormen binnen het systeem zijn verzwakt. Rapporteurs zouden regelmatig werken met anonieme bronnen, niet-gecontroleerde ngo-rapporten en onbewezen claims. Die krijgen daarna via VN-kanalen alsnog gezag. Daardoor kunnen beschuldigingen volgens het rapport worden witgewassen via de autoriteit van de Verenigde Naties.
Ook de controle op geldstromen is volgens UN Watch gebrekkig. De rapporteurs zijn formeel onbetaald, maar krijgen wel steun voor hun werk. Externe financiering wordt volgens het rapport niet altijd helder verantwoord. Daardoor blijft onduidelijk wie invloed uitoefent op hun agenda’s en rapporten.




















































