Kabinet komt met extra klimaatmaatregelen nu doelen uit zicht raken

Het kabinet-Jetten bereidt nieuwe klimaatmaatregelen voor. Aanleiding is een nieuwe raming van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waaruit blijkt dat Nederland zijn klimaatdoelen voor 2030 en 2040 waarschijnlijk niet haalt.
Volgens het PBL is de kans dat Nederland in 2030 uitkomt op 55 procent minder uitstoot dan in 1990 kleiner dan 5 procent. Ook voor de jaren daarna ligt Nederland volgens het planbureau „ver uit koers”.
Klimaatminister Stientje van Veldhoven (D66) spreekt van een „slecht rapportcijfer”, meldt De Telegraaf. Toch wil het kabinet de doelen niet naar beneden bijstellen. Volgens de minister liggen veel afspraken vast in Europees beleid. „We moeten in Nederland meer doen om de klimaatdoelen in zicht te houden”, zegt Van Veldhoven.
Nieuwe maatregelen in voorjaar
Het kabinet wil daarom in het voorjaar van 2027 met extra maatregelen komen. Welke dat precies worden, is nog niet bekend.
Van Veldhoven wijst erop dat het kabinet al meer geld uittrekt voor windenergie op zee. „We geven bijvoorbeeld twee keer zoveel uit aan windparken op zee in vergelijking met het vorige kabinet.”
Daarnaast worden plannen voorbereid voor 2040. Daarbij kijkt het kabinet onder meer naar nieuwe windparken, biobrandstoffen en waterstof voor de industrie.
Toch is de opgave groot. De uitstoot daalt nog wel, maar veel langzamer dan nodig. Vooral de afgelopen drie jaar is volgens het PBL weinig vooruitgang geboekt.
Een deel daarvan ligt buiten directe controle van het kabinet. Energieprijzen en het weer kunnen bijvoorbeeld grote invloed hebben op het verbruik en daarmee op de uitstoot.
Stroomnet loopt achter
Ook de energie-infrastructuur vormt een probleem. Nederland heeft meer stroom- en warmtenetten nodig om verdere elektrificatie mogelijk te maken, maar de aanleg daarvan loopt vertraging op. Tegelijk is Nederland sinds het afbouwen en sluiten van de gaswinning in Groningen veel afhankelijker geworden van energie uit het buitenland.
In 2025 kwam de importafhankelijkheid uit op 77 procent. Bijna de helft van alle ingevoerde energie kwam van buiten Europa. Het PBL verwacht dat die afhankelijkheid richting 2030 weer afneemt tot ongeveer 67 procent. Dat komt vooral door meer binnenlandse productie van wind- en zonne-energie en door het groeiende gebruik van warmtepompen.
Datacenters slokken besparing op
Een opvallend probleem zit bij datacenters. Huishoudens isoleren woningen en stappen vaker over op warmtepompen, maar een flink deel van die energiebesparing dreigt volgens het PBL verloren te gaan door het snel stijgende stroomgebruik van datacenters.
Ook het verkeer verandert. Meer bestelwagens, vrachtwagens en bussen worden elektrisch. Daarnaast stappen steeds meer automobilisten over op een elektrische auto. Brandstofauto's worden ondertussen waarschijnlijk duurder in gebruik. Het PBL verwacht hogere prijzen door nieuwe regels en het verder bijmengen van biobrandstoffen.
Over de grens tanken helpt klimaatcijfers
Dat Nederlanders daardoor vaker over de grens tanken, levert voor de Nederlandse klimaatboekhouding een opmerkelijk voordeel op.
De nationale CO2-uitstoot van wegverkeer wordt namelijk berekend op basis van de hoeveelheid brandstof die in Nederland wordt verkocht, niet op basis van waar Nederlandse auto's daadwerkelijk rijden.
„Dit heeft directe gevolgen voor de gerapporteerde CO2-uitstoot, aangezien deze gebaseerd is op de hoeveelheid in Nederland verkochte brandstof en niet op het daadwerkelijke verbruik”, schrijft het PBL.
Daardoor kan tanken in België of Duitsland de Nederlandse uitstoot op papier laten dalen, zonder dat een automobilist daadwerkelijk minder kilometers rijdt of minder brandstof verbruikt.
Ondanks zulke boekhoudkundige effecten blijft het algemene beeld volgens het PBL somber. Nederland ligt niet op koers voor zijn klimaatdoelen. Het kabinet kiest er daarom niet voor de ambities te verlagen, maar bereidt juist nieuwe maatregelen voor.
























































