Hongersnood in Gaza? VN-onderzoek zet grote vraagtekens bij eerdere bewering

Een nieuw voedingsonderzoek onder leiding van UNICEF zet vraagtekens bij een belangrijk onderdeel van de eerdere hongersnoodverklaring voor Gaza. Uit nieuwe metingen blijkt dat acute ondervoeding onder onderzochte kinderen veel lager ligt dan de grens die wordt gebruikt voor de zwaarste hongersnoodclassificatie. Oud-minister Ronald Plasterk en PVV-Kamerlid Martin Bosma vragen zich daarom af of Nederlandse media terugkomen op hun eerdere berichtgeving over honger in Gaza.
Het onderzoek werd uitgevoerd onder coördinatie van de Nutrition Cluster, het door UNICEF geleide samenwerkingsverband dat de voedingstoestand in Gaza volgt. Daarbij zijn onder meer gewicht, lengte en de omtrek van de bovenarm van kinderen gemeten.
Volgens de Britse krant The Jewish Chronicle zijn de resultaten vooral opvallend omdat ze nieuw licht werpen op de methode waarmee in augustus 2025 hongersnood werd vastgesteld.
Ondervoeding tussen 0,2 en 0,8 procent
Bij het nieuwe onderzoek is onder meer gekeken naar de verhouding tussen gewicht en lengte, aangeduid als WHZ. Dat is een internationaal gebruikte maatstaf om acute ondervoeding bij kinderen vast te stellen.
De gemeten percentages acute ondervoeding op basis van deze methode lagen volgens de krant in verschillende delen van Gaza tussen 0,2 en 0,8 procent. Voor de oorlog lag het cijfer volgens dezelfde analyse op ongeveer 0,8 procent.
The Jewish Chronicle vergelijkt de cijfers daarnaast met percentages van 2,9 procent in Egypte en 2,0 procent in Jordanië. De krant concludeert op basis daarvan dat de gemeten acute ondervoeding in Gaza volgens deze specifieke maatstaf opvallend laag is.
Dat betekent niet automatisch dat er in Gaza geen honger, voedseltekorten of individuele gevallen van ernstige ondervoeding bestaan. De cijfers gaan over een specifieke indicator voor acute ondervoeding bij kinderen. Wel roepen de uitkomsten volgens de krant vragen op over een belangrijke aanname achter de eerdere classificatie van hongersnood.
Discussie over eerdere hongersnoodverklaring
Daar draait de analyse van onderzoeker en data-analist Mark Zlochin om. Voor de zwaarste IPC-classificatie, fase 5 ‘Famine’, geldt onder meer een drempel voor acute ondervoeding onder jonge kinderen. Bij gebruik van WHZ gaat het om minstens 30 procent.
Toen in augustus 2025 de hongersnoodclassificatie werd afgegeven, waren volgens Zlochin geen geschikte WHZ-gegevens beschikbaar. Daarom werd gebruikgemaakt van een andere meetmethode: de omtrek van de bovenarm, oftewel MUAC.
Daarbij speelde een belangrijke aanname. Op basis van internationale gegevens werd ervan uitgegaan dat WHZ ongeveer twee keer zoveel gevallen van acute ondervoeding zou vinden als MUAC. Een MUAC-percentage van 15 procent kon daardoor worden gebruikt als equivalent van de WHZ-grens van 30 procent. Juist die aanname komt door het nieuwe onderzoek onder druk te staan.
Verhouding blijkt in Gaza anders
Uit de nieuwe metingen blijkt dat WHZ in Gaza niet ongeveer twee keer zo hoog uitvalt als MUAC. Het tegenovergestelde gebeurde: in alle onderzochte gebieden kwam het percentage op basis van WHZ juist lager uit dan bij metingen via de bovenarm.
Volgens Zlochin raakt dat rechtstreeks aan de statistische onderbouwing van de classificatie uit 2025. Hij stelde destijds al dat de gebruikte verhouding grotendeels was gebaseerd op onderzoek uit Afrikaanse landen en niet zonder meer op Gaza kon worden toegepast.
De nieuwe cijfers geven hem volgens de onderzoeker gelijk. Hij schrijft dat de centrale aanname van het IPC daarmee onjuist blijkt te zijn.
Dat is een stevige conclusie. De nieuwe studie kan echter niet op zichzelf aantonen dat alle eerdere berichtgeving over voedseltekorten of honger in Gaza onjuist was. Een officiële IPC-hongersnoodclassificatie berust bovendien niet uitsluitend op ondervoeding, maar ook op voedselconsumptie en sterfte. De gegevens kunnen wel aanleiding zijn om opnieuw te kijken naar de specifieke ondervoedingsberekening die destijds werd gebruikt.
Plasterk wil rectificaties zien
In Nederland heeft oud-minister Ronald Plasterk inmiddels gereageerd. Hij vindt dat media die eerder veel aandacht besteedden aan de beschuldigingen over uithongering nu ook aandacht moeten geven aan de nieuwe cijfers. „De media pakten groot uit over het verhaal dat Israël Gaza zou uithongeren. Nu dat door een VN-onderzoek volledig weerlegd wordt gaan we zien of er gerectificeerd wordt.”
Dat de kwestie volgens Plasterk „volledig weerlegd” is, gaat overigens verder dan wat uit de beschreven voedingscijfers alleen kan worden vastgesteld. Het onderzoek richt zich op ondervoeding en de verhouding tussen verschillende meetmethoden.
Ook PVV-Kamerlid Martin Bosma richt zijn pijlen op de Nederlandse media. Hij roept specifiek de leiding van het NOS Journaal op om te reageren op de nieuwe informatie. „Hier moet de top van de journalistiek toch op reageren. Kom op, hoofdredactie van het Journaal: laat eens iets van jullie horen!”
Hier moet de top van de journalistiek toch op reageren.
— Martin Bosma (@Martinbosma_pvv) August 14, 2026
Kom op, hoofdredactie van het Journaal: laat eens iets van jullie horen! https://t.co/BV20WawZRm
























































