VWS-minister erkent: ziekenhuizen starten abortusproef bij foetussen die mogelijk al levensvatbaar zijn

Verschillende Nederlandse ziekenhuizen gaan komend jaar vaker late zwangerschapsafbrekingen uitvoeren. Dat bevestigt minister Sophie Hermans van Volksgezondheid. Het gaat om abortussen tussen 22 en 24 weken zwangerschap. Per deelnemend ziekenhuis wordt gerekend op ongeveer vier ingrepen, zodat artsen en teams ervaring kunnen opdoen met deze zorg. Dit meldt AD.
Lees ook

Na CDA komt ook VVD in verzet tegen beleid Van Essen: 'Dit ondermijnt het vertrouwen'
In Nederland is abortus wettelijk toegestaan tot 24 weken zwangerschap. In de praktijk worden afbrekingen zo laat in de zwangerschap meestal uitgevoerd als daar een medische reden voor is. Vrouwen die zonder medische noodzaak tussen 22 en 24 weken willen afbreken, wijken nu geregeld uit naar het buitenland. De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie wil onderzoeken of die zorg vaker in Nederland kan worden aangeboden.
Hermans benadrukt dat het genoemde aantal van vier ingrepen per ziekenhuis geen doelstelling is. Het gaat volgens haar om een manier waarop ziekenhuizen onder begeleiding ervaring kunnen opdoen. Deelname is vrijwillig. Ook zorgmedewerkers met gewetensbezwaren hoeven niet mee te werken.
Foetussen mogelijk al levensvatbaar
Juist de zwangerschapsduur maakt het onderwerp gevoelig. Tussen 22 en 24 weken is een foetus al ongeveer 28 tot 30 centimeter lang en weegt die grofweg een halve kilo. De ledematen, het gezicht en de meeste organen zijn dan gevormd. De foetus beweegt, kan geluiden waarnemen en heeft een herkenbaar slaap-waakritme, al zijn onder meer de longen en hersenen nog sterk in ontwikkeling.
Rond deze termijn komt ook mogelijke levensvatbaarheid buiten de baarmoeder in beeld, al verschilt die kans sterk per zwangerschapsweek en medische situatie. Bij een zwangerschapsafbreking in deze fase kan bovendien nog sprake zijn van “een teken van leven”. Het kabinet ziet daarin vooralsnog geen reden om de verkenning te blokkeren, zolang ziekenhuizen binnen de bestaande wettelijke kaders blijven.
Ziekenhuizen blijven vooralsnog anoniem
Welke ziekenhuizen precies deelnemen, maakt Hermans niet bekend. Volgens haar hebben "verschillende ziekenhuizen belangstelling getoond". Wel is bekend dat het OLVG in Amsterdam dit voorjaar drie bijeenkomsten hield voor medewerkers over de mogelijke invoering van de ingreep.
Opvallend is dat het ministerie inmiddels spreekt van een "verkenning" en niet van een pilot. Eerder gebruikte het ministerie die laatste term zelf nog meerdere keren in een schriftelijke verklaring. Wat het praktische verschil tussen beide termen is, blijft onduidelijk.
De kwestie ligt politiek gevoelig. SGP en PVV stelden Kamervragen nadat bekend werd dat ziekenhuizen zich op de ingrepen voorbereiden. De SGP spreekt van "een ingrijpende verruiming van de abortuspraktijk" en noemt het "diep betreurenswaardig" dat het kabinet de verkenning niet stopzet.
Hermans bestrijdt dat sprake is van een verruiming. Volgens haar verandert de wet niet en komt er ook geen nieuwe medische richtlijn. Zij omschrijft het plan als "het verbeteren van de toegankelijkheid van bestaande zorg".
Juist de zwangerschapsduur maakt het onderwerp gevoelig. Tussen 22 en 24 weken komt de grens van mogelijke levensvatbaarheid dichtbij. Ook kan bij een zwangerschapsafbreking in die fase nog sprake zijn van "een teken van leven". Het kabinet ziet daarin vooralsnog geen reden om de verkenning te blokkeren, zolang ziekenhuizen binnen de bestaande wettelijke kaders blijven.




























































