Nederland oefent alvast voor militaire missie in Oekraïne, Kamer krijgt beperkt inzicht

VVD-minister Dilan Yeşilgöz-Zegerius (Defensie) heeft de Tweede Kamer ‘eenmalig’ ingelicht over een oefening voor een mogelijke Europese troepenmacht in Oekraïne. Normaal hoort de Kamer niets over oefeningen, blijkt uit de ambtelijke beslisnota. De regels voor het uitzenden van militairen gelden voor deze oefening niet. De planning voor de troepenmacht is volgens de nota al in een ‘vergevorderd stadium’.
De nota van de directeur-generaal Beleid van Defensie is van 23 oktober. Die ging als bijlage mee met de brief van 3 november, die Yeşilgöz samen met CDA-minister Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken) ondertekende. „Normaliter wordt de Kamer niet geïnformeerd over oefeningen”, staat in de nota. Omdat het kabinet de Kamer „waar mogelijk” op de hoogte wil houden over de coalitie, kreeg de minister het advies de Kamer „in dit geval” wel „eenmalig” in te lichten.
Het moment volgde de bondgenoten. De brief ging volgens de nota „in navolging van communicatie vanuit VK en FRA”, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, die de coalitie leiden. De Britse regering maakte de oefening dezelfde dag bekend.
Buiten de uitzendregels
Wil het kabinet militairen op een buitenlandse missie sturen, dan moet het de Kamer daar vooraf over inlichten. „Deze oefening valt niet onder het artikel 100 toetsingskader”, schrijven de ambtenaren: de regels voor zo'n uitzending gelden hier niet. Pas als de troepenmacht echt wordt ingezet en het kabinet besluit tot Nederlandse deelname, volgt meer informatie voor de Kamer.
Het kabinet belooft dan „een zorgvuldige procedure”, maar schrijft er in de brief bij dat het daarbij „de noodzakelijke snelheid, vertrouwelijkheid en operationele veiligheid” in acht zal nemen. Nederlandse deelname is volgens brief en nota nog „onder voorbehoud van politieke besluitvorming”.
Planning al ver
Nederland is volgens de nota „sinds het begin nauw betrokken bij het militaire planningsproces”. Die planning „bevindt zich in een vergevorderd stadium”. Volgens de brief staat de troepenmacht „klaar” om de Oekraïense krijgsmacht na het einde van de gevechten te land, in de lucht en op zee te versterken, op verzoek van Oekraïne.
Premier Rob Jetten maakte in juli al bekend dat Nederland zou meedoen aan oefeningen. Hoe de Nederlandse bijdrage eruit zou zien, zou „op korte termijn” worden bepaald, zei hij toen tegen het ANP.
Kosten uit eigen budget
De oefening heet Koalicja en loopt van 9 tot en met 22 november in het zuidoosten van Polen, ongeveer 100 kilometer van de Oekraïense grens. Volgens de Britse regering doen er ongeveer 2.800 militairen mee, onder leiding van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Hoeveel Nederlanders meegaan, met welk materieel en welke taak, staat niet in de brief. NieuwRechts schreef eerder over de oefening.
De kosten worden volgens de nota „door de defensieonderdelen zelf gedragen”. Een bedrag staat er niet in. Over de oefening kan vanwege vertrouwelijkheid en operationele veiligheid „beperkt openbaar” worden gecommuniceerd, staat in de nota.
Geen uitzending
Een oefening is geen inzet. Met de oefening is „geen sprake van daadwerkelijke activatie” van de troepenmacht, schrijft het kabinet. Die inzet hangt af van een staakt-het-vuren, dat volgens de nota „gezien de Russische onwil om serieus te onderhandelen niet in zicht is”.
De brief ligt bij de vaste Kamercommissie voor Defensie. De oefening in Polen begint op 9 november.



















































