Kabinet legt boeren strengere stikstofregels op, maar houdt vergunningen op slot

Het kabinet-Jetten wil de stikstofuitstoot fors terugdringen en legt daarvoor nieuwe verplichtingen op aan de landbouw. Vooral melkveehouders en boeren rond kwetsbare natuurgebieden krijgen te maken met strengere regels. Tegelijkertijd blijft onzeker wanneer zij weer makkelijker een natuurvergunning kunnen krijgen. Verschillende landbouworganisaties vrezen dat de maatregelen voor veel bedrijven financieel niet haalbaar zijn en dat boeren nog jaren in onzekerheid blijven.
De plannen werden dinsdag gepresenteerd door D66-landbouwminister Jaimi van Essen. Het kabinet wil de bestaande wettelijke stikstofdoelen vervangen door concrete doelen voor de uitstoot van schadelijke stoffen. Daarmee moet uiteindelijk weer ruimte ontstaan voor vergunningverlening, woningbouw en economische activiteiten. Maar de nieuwe stikstofaanpak roept ook vragen op over de kosten en de uitvoerbaarheid.
Hoge eisen, terwijl vergunningen vastzitten
De landbouw moet de ammoniakuitstoot in 2035 met 42 tot 46 procent hebben verminderd ten opzichte van 2019. Daarvoor komen onder meer nieuwe normen voor veehouderijen. Een van de meest besproken maatregelen is de voorgestelde grens van 0,164 kilo ammoniak per fosfaatrecht voor melkveehouders.
Boeren moeten daarvoor mogelijk investeren in schonere stallen, andere technieken of een aangepaste bedrijfsvoering. Maar juist zulke veranderingen kunnen een natuurvergunning vereisen. En die vergunningen zijn door de stikstofproblematiek nog altijd moeilijk te verkrijgen.
De Landbouwalliantie, waarin onder meer Agractie en verschillende sectororganisaties samenwerken, vreest dat boeren daardoor klem komen te zitten. Zij moeten aan nieuwe eisen voldoen, maar kunnen de daarvoor noodzakelijke aanpassingen niet altijd uitvoeren. Ook Stichting Stikstofclaim betwijfelt of de maatregelen daadwerkelijk voldoende ruimte opleveren voor nieuwe vergunningen, meldt Sterke Erven.
De organisaties waarschuwen bovendien dat hoge investeringskosten kunnen leiden tot het verdwijnen van landbouwbedrijven. Hoe groot die gevolgen worden, staat nog niet vast.
Strenge regels rond natuurgebieden
Voor boeren in de omgeving van kwetsbare Natura 2000-gebieden worden de veranderingen mogelijk nog ingrijpender. Het kabinet wil daar werken met zones waarin extra beperkingen gelden. In de voorgestelde landelijke regels staat onder meer een norm van 1,5 grootvee-eenheid per hectare, berekend op gebiedsniveau, en een maximum van 170 kilo stikstof per hectare per jaar.
Provincies mogen met eigen plannen komen die beter aansluiten op de plaatselijke omstandigheden. Die moeten wel aantoonbaar hetzelfde resultaat opleveren. Provincies krijgen daarvoor tot september 2028 de tijd. Als er geen goedgekeurd alternatief komt, gelden de landelijke regels.
Landbouworganisaties vrezen dat boeren daardoor lang moeten wachten voordat duidelijk wordt wat op hun bedrijf wel en niet mag. Het kabinet ziet het provinciale maatwerk juist als een manier om onnodig strenge maatregelen te voorkomen.
Minister Van Essen wil daarnaast per 1 juli 2027 een rekenkundige ondergrens invoeren. Daarmee moeten activiteiten die zeer weinig stikstofneerslag veroorzaken makkelijker een vergunning kunnen krijgen. De invoering hangt wel af van de juridische houdbaarheid en de verdere uitwerking van het maatregelenpakket.
BBB spreekt van 'failliet regeren'
Ook vanuit de politiek klinkt stevige kritiek. BBB-landbouwwoordvoerder Caroline van der Plas vindt dat het kabinet te weinig rekening houdt met de economische gevolgen voor boeren. Volgens haar zijn de voorgestelde ammoniaknormen voor veel veehouders onhaalbaar.
„Het kabinet zadelt veehouders op met totaal onhaalbare doelen en opdrachten. Bijvoorbeeld het door de strot duwen van de absurde norm voor de melkveehouderij, van 0,164 kilo ammoniak per fosfaatrecht”, stelt Van der Plas.
Zij wijst eveneens op de vastgelopen vergunningverlening. „Onze boeren worden simpelweg failliet geregeerd”, zegt ze. Volgens Van der Plas dreigt de nieuwe ammoniaknorm voor veel bedrijven de „doodsteek” te worden.
BBB verzet zich ook tegen de beperkingen rond natuurgebieden en de termijn waarbinnen provincies alternatieve plannen mogen indienen. Volgens de partij leidt die aanpak tot nog meer onzekerheid.
De kritiek vanuit de landbouwsector is overigens niet overal hetzelfde, meldt Sterke Erven. LTO Nederland en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) vinden dat het kabinet na overleg op enkele belangrijke punten verbeteringen heeft aangebracht. Tegelijkertijd noemen zij het pakket nog altijd ingrijpend. Beide organisaties willen meer zekerheid over de haalbaarheid van de normen, de beschikbare financiële steun en de vergunningverlening.
Kabinet belooft miljarden aan steun
Het kabinet erkent dat de maatregelen grote gevolgen hebben. Daarom wordt geld beschikbaar gesteld voor innovatie, schonere stallen, omschakeling en bedrijfsverplaatsing. Voor boeren in de zones rond kwetsbare natuurgebieden is volgens het kabinet meer dan 9 miljard euro beschikbaar.
Ook wil Van Essen afspraken maken met supermarkten, voedselproducenten en andere bedrijven in de landbouwketen. Die moeten boeren beter belonen voor duurzamere productie. Als vrijwillige afspraken onvoldoende opleveren, overweegt het kabinet wettelijke verplichtingen.
Volgens de minister moeten de nieuwe regels uiteindelijk duidelijkheid bieden. De landbouw krijgt vaste uitstootdoelen en boeren kunnen met financiële ondersteuning bepalen hoe zij hun bedrijf willen aanpassen. Het kabinet stelt dat natuurherstel noodzakelijk is om de vergunningverlening weer op gang te krijgen.
Toch blijven belangrijke onderdelen nog onuitgewerkt. Het is onder meer onduidelijk hoe snel nieuwe vergunningen daadwerkelijk beschikbaar komen en hoeveel boeren uit eigen middelen moeten investeren.
Ombudsman: overheid liet boeren jarenlang in onzekerheid
De discussie krijgt extra gewicht door een rapport van de Nationale ombudsman, dat op 4 november verscheen. Daarin concludeert Reinier van Zutphen dat de overheid de afgelopen jaren onvoldoende betrouwbaar is geweest tegenover boeren.
Landbouwbedrijven kregen volgens de ombudsman te maken met voortdurend veranderende regels, tegenstrijdige voorschriften en onduidelijke besluiten. Daardoor konden ondernemers moeilijk investeren of plannen maken voor de toekomst. De onzekerheid leidde ook tot spanningen en stress binnen boerengezinnen.
De ombudsman roept het ministerie op duidelijke langetermijndoelen vast te stellen, beter samen te werken met andere overheden en de kennis van boeren serieuzer te nemen. Volgens hem is een betrouwbare overheid noodzakelijk, juist wanneer boeren ingrijpende veranderingen moeten doorvoeren.
De nieuwe stikstofplannen moeten de komende maanden verder worden uitgewerkt en politiek worden behandeld. Voor veel boeren is daarmee nog niet duidelijk welke regels straks precies voor hun bedrijf gelden, hoeveel aanpassingen gaan kosten en wanneer zij weer een natuurvergunning kunnen krijgen.

















































