Subsidieclubs hoeven geen eigen geld op te halen: kabinet wijst landelijke grens af

VVD-staatssecretaris Eric van der Burg (Binnenlandse Zaken) voert geen subsidiegrens in voor maatschappelijke organisaties die bijna helemaal op overheidsgeld draaien. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. Kamerlid Mona Keijzer en VVD-Kamerlid Arend Kisteman wilden weten of rijkssubsidie alleen nog naar organisaties kan gaan die minstens een kwart van hun inkomsten zelf ophalen. Volgens Van der Burg moet elke minister dat zelf bekijken.
Lees ook

D66-minister weigert onderzoek naar buitenlandse financiers Gaza-protesten ondanks Kamermotie
De brief ging op 2 november naar de Kamer, een dag voor de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken. De motie van Keijzer en Kisteman werd op 22 juli aangenomen. Die vroeg om vóór die begrotingsbehandeling duidelijkheid over drie dingen: de gevolgen van een vacaturestop bij het Rijk, het doorlichten en verminderen van adviesorganen, en een subsidiegrens van 25 procent eigen inkomsten.
Keijzer stelde eerder dit najaar ook vragen over subsidie aan Amnesty International, dat meedeed aan pro-Palestijnse demonstraties.
Over de subsidiegrens is Van der Burg kort. „Een vaste subsidievoorwaarde rijksbreed vaststellen zoals in de motie van de leden Keijzer en Kisteman wordt gevraagd, ligt daarom niet in de rede”, schrijft hij. Subsidievoorwaarden verschillen volgens hem per doel, per doelgroep en naar de mate waarin een organisatie van subsidie afhangt. „Een wens tot het aanpassen van subsidievoorwaarden dient met de betreffende vakminister te worden opgenomen.”
Ambtenaren: ‘niet wenselijk’
In de ambtelijke beslisnota van 1 oktober staat het iets scherper. Een rijksbrede subsidievoorwaarde is volgens die samenvatting „niet wenselijk”, omdat vakministers hun subsidies zelf uitwerken. Het standpunt is afgestemd met het ministerie van Financiën, dat verantwoordelijk is voor het subsidiestelsel van het Rijk.
De nota lag er dus al een maand voordat de Kamer de brief kreeg. Hoeveel rijkssubsidie nu naar organisaties gaat die minder dan een kwart van hun inkomsten zelf verdienen, staat niet in de brief en niet in de nota. Een overzicht daarvan heeft het kabinet niet gemaakt.
Geen algemene vacaturestop
Ook een algemene vacaturestop bij het Rijk ziet Van der Burg niet zitten. Zo'n stop raakt volgens hem alle functies tegelijk, ook die waar juist een tekort aan mensen is. Het risico is dat „talent, kennis, expertise, vernieuwing en uitvoeringscapaciteit verloren gaan op plaatsen waar deze juist nodig zijn”, schrijft hij. Ook zou de overheid afhankelijker kunnen worden van externe inhuur.
De staatssecretaris kiest voor een selectieve vacaturestop, waarbij elk ministerie zelf bepaalt waar mensen weg kunnen. Over de stand van zaken hoort de Kamer pas bij de Voorjaarsnota. Het kabinet wil 25.000 ambtenarenbanen schrappen.
Wel een lijst, geen aantal
Over de adviesorganen herhaalt Van der Burg dat het kabinet het aantal adviescolleges en externe adviescommissies „substantieel” wil terugbrengen. Hoeveel er verdwijnen, en welke, staat niet in de brief. Wel stuurde hij een lijst mee van externe adviescommissies die buiten de vaste wet voor adviescolleges vallen, met 1 oktober als peildatum.
Regeringscommissarissen, die de motie ook noemde, tellen volgens Van der Burg niet als adviesorgaan. Het zijn ambtenaren met een speciale opdracht binnen een ministerie. „Er zijn geen vergelijkbare adviesstructuren bekend”, schrijft hij.
Per ministerie regelen
Formeel voldoet de brief aan de motie, die het kabinet vroeg de Kamer te informeren óf zo'n subsidiegrens kan. Wie de subsidiegrens alsnog wil, moet volgens de staatssecretaris bij elke minister apart aankloppen.


















































