Kabinet blijft miljarden klaarzetten voor groene waterstof die niet van de grond komt

Van de zeven grote projecten die in 2022 samen 783,5 miljoen euro subsidie kregen om waterstof te maken met stroom, zijn er vier gestopt. Dat schrijft D66-minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei) in antwoorden op Kamervragen van Mona Keijzer. Geen van de installaties is in bedrijf. Toch blijft 1,3 miljard euro gereserveerd voor nieuwe waterstofsubsidies.
Het gaat om de tweede ronde van een Europees programma voor grote innovatieprojecten, de IPCEI Waterstof. Nederland verdeelde in december 2022 783,5 miljoen euro over zeven projecten met samen 1.150 megawatt aan elektrolysers, installaties die met stroom waterstof maken. Volgens het overzicht van de minister is daarvan 550 megawatt gestopt en 0 megawatt in bedrijf.
Gestopt zijn twee projecten van HyCC (H2ermes en H2Fifty), Haddock van Ørsted en HyNetherlands van Engie. Bij Engie was 113 miljoen euro verleend; de subsidie is uiteindelijk vastgesteld op 1.887.986 euro. Bij de andere drie gestopte projecten werd niets uitgekeerd.
Drie projecten over
De drie projecten die doorgaan, krijgen samen ruim 439 miljoen euro. Shell kreeg 150 miljoen euro voor Holland Hydrogen 1. Dat zou eind juni 2025 klaar zijn en is nu „grotendeels gereed”. Air Liquide kreeg twee keer ongeveer 145 miljoen euro. Het project ELYgator in Terneuzen is een jaar uitgesteld tot eind 2027. Curthyl op de Maasvlakte schoof op naar september 2028 en heeft „nog geen FID genomen”: er is nog geen definitief besluit om te investeren.
Van die 439 miljoen euro is volgens de minister nog bijna 290 miljoen euro niet uitbetaald, maar wel toegezegd.
‘Binnen tien jaar concurrerend’
De subsidies waren gebaseerd op een verwachting die niet uitkwam. „Ten tijde van de beoordeling van de aanvragen voor de IPCEI Waterstof was de consensus dat elektrolyseprojecten binnen tien jaar concurrerend zouden zijn met fossiele alternatieven”, schrijft Van Veldhoven. Rapporten uit die tijd gingen uit van een prijs van ongeveer 2 euro per kilo waterstof in 2030.
Twee jaar later was dat beeld al gekanteld. Toenmalig Klimaatminister Sophie Hermans schreef de Kamer in december 2024 in een brief: „Over de gehele keten vallen de kosten hoger uit dan verwacht.” En: „Het wordt daardoor moeilijker de ambitie van 4 gigawatt elektrolyse in 2030 te realiseren.”
Toch een nieuwe ronde
Het kabinet gaat ondertussen door. In twee latere subsidieregelingen voor waterstof, de OWE, is samen 952 miljoen euro toegekend. Ook daar is vrijwel niets gebouwd: van de 610 megawatt uit de tweede ronde is 0 megawatt in bedrijf. Dit najaar volgt een derde ronde, waarvoor 780 miljoen euro is gereserveerd.
Daarnaast resteert volgens de minister nog ongeveer 1,3 miljard euro in het Klimaat- en Energiefonds „voor het realiseren van de bindende EU-waterstofdoelen”. Wanneer waterstof zonder subsidie kan, weet het kabinet niet. „Het is niet te voorspellen”, schrijft Van Veldhoven.
Geld vloeit terug
Dat projecten stoppen, kost de schatkist niet automatisch geld. Wie niet bouwt, krijgt de subsidie niet of moet die terugbetalen, en het geld gaat terug naar het fonds. In de nieuwe ronde krijgen bedrijven ten minste vijf jaar om te bouwen. Een eerste onafhankelijke evaluatie is volgens de minister al naar de Kamer gestuurd.
De drie overgebleven projecten moeten uiterlijk in 2029 klaar zijn. Pas daarna is volgens de minister te zien hoeveel waterstof en hoeveel minder CO2-uitstoot de subsidie werkelijk heeft opgeleverd.
















































