Jinek zet D66-minister klem over woonbelofte: ‘Kunt u 100.000 woningen garanderen?’

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) kreeg maandagavond bij Eva Jinek herhaaldelijk dezelfde vraag voorgelegd: kan zij garanderen dat het kabinet ieder jaar 100.000 woningen realiseert, zoals premier Rob Jetten tijdens de verkiezingscampagne beloofde? Een duidelijk ja kwam er niet. Na meerdere pogingen antwoordde de minister uiteindelijk: “Wat ik garandeer is dat ik mijn uiterste best doe.”
Dat antwoord viel op, omdat Jetten tijdens de campagne juist veel stelliger was. In een fragment dat Jinek aan Boekholt-O’Sullivan liet zien, zei hij: “Een kabinet onder mijn leiding garandeert elk jaar 100.000 woningen erbij.” Jinek wees de minister daar vervolgens verschillende keren op. “Ik denk dat mensen erop rekenen dat u uw best doet. Mijn vraag is eigenlijk: kunt u het garanderen?”
Boekholt-O’Sullivan verwees naar problemen waarop het kabinet niet volledig grip heeft. Stikstof, het overvolle elektriciteitsnet en de beschikbaarheid van geschikte bouwlocaties kunnen projecten vertragen. Daarom wilde zij de harde garantie van haar partijleider niet herhalen. “Wat ik kan waarmaken is dat ik alles op alles zet met die hele sector”, zei ze.
Jinek blijft doorvragen
Jinek nam daar geen genoegen mee en legde de oorspronkelijke verkiezingsbelofte opnieuw naast het antwoord van de minister. “Het is een belofte die gedaan is. Kunt u het garanderen?” vroeg ze bij haar tv-programma Eva.
Toen opnieuw slechts de garantie volgde dat Boekholt-O’Sullivan haar “uiterste best” zou doen, constateerde Jinek kort: “Oké, dan aangetekend, dan weten we dat.”
Daarna kwam een tweede probleem op tafel. ABF Research, dat in opdracht van het ministerie prognoses opstelt, verwacht dat de woningproductie in 2027 dicht bij de grens van 100.000 komt, maar daarna weer afneemt. Het kabinet meldde zelf in juli dat de 100.000 woningen in 2027 voor het eerst sinds begin jaren negentig binnen bereik komen. Die prognose is onder meer gebaseerd op bestaande bouwplannen en al afgegeven vergunningen.
Boekholt-O’Sullivan erkende bovendien dat een eventueel succes in 2027 niet aan haar nieuwe actieplan kan worden toegeschreven. “Dat heeft dan niks met dit actieplan te maken. Dat is van vele ministers voor mij ingezet”, zei ze. Vanaf 2028 verwacht zij inderdaad weer een daling.
Dat is een belangrijke kanttekening bij het nieuwe woonoffensief dat het kabinet deze week met veel nadruk presenteerde. Het Actieplan Versnelling Woningbouw bevat vijftig maatregelen en moet het ontwerp- en vergunningstraject terugbrengen van gemiddeld acht naar vier jaar. Gemeenten en provincies krijgen daarnaast ruim 200 extra voltijdsbanen voor vergunningverlening. Het kabinet trekt tot 2035 7 miljard euro uit voor betaalbare woningbouw.
‘Had Jetten dit dan niet moeten beloven?’
Jinek trok vervolgens de politieke conclusie niet zelf, maar legde die als vraag aan de minister voor. Als het kabinet afhankelijk is van stikstof, vergunningen, netcongestie en marktpartijen én zijn eigen prognoses na 2027 alweer een daling laten zien, had Jetten die harde garantie tijdens de campagne dan eigenlijk wel moeten geven?
Boekholt-O’Sullivan week opnieuw uit naar de bredere ambitie. Volgens haar drukte Jetten op die knop omdat jaarlijks ongeveer 100.000 woningzoekenden geholpen moeten worden.
Jinek corrigeerde haar: “Nee, hij heeft gedrukt op de belofte: ik ga regelen dat er 100.000 woningen bijkomen per jaar. Daar heeft hij voor gedrukt.” Even later vroeg ze opnieuw of Jetten dat “misschien niet zo had moeten zeggen”.
De minister verdedigde het doel en wees erop dat de raming voor 2027 met ongeveer 99.700 woningen vrijwel op 100.000 uitkomt. Jinek reageerde: “En daarna neemt het alleen maar af.” Boekholt-O’Sullivan erkende dat: “En daarna neemt het af. En daarom hebben we dus nu dat actieplan.”
Minister spreekt zelf over ‘gebroken belofte’
Het scherpste moment volgde toen Jinek vroeg of het leven van de minister eenvoudiger was geweest als Jetten de harde garantie nooit had gegeven. Boekholt-O’Sullivan antwoordde met enige ironie: “Mijn leven was makkelijker geweest als heel veel mensen dingen niet zeggen.”
Jinek bracht het gesprek vervolgens terug naar het vertrouwen in politici. Grote beloften die niet worden waargemaakt, doen daar volgens haar iets mee.
Daar ging Boekholt-O’Sullivan opvallend ver in mee. “Ik begrijp ook heel goed dat als de cijfers achterblijven, dat dat voelt als een gebroken belofte. En dat is het natuurlijk in die zin ook.” Tegelijk hield ze vol dat het doel niet moet worden losgelaten, omdat er volgens haar nog mogelijkheden zijn om de productie verder op te voeren.
‘Nieuwe’ bouwlocaties bestonden al
Ook bij een ander onderdeel van het kabinetsplan ontbreekt enige nuance in de presentatie. Boekholt-O’Sullivan verwees bij Jinek naar vijf locaties die zij kort geleden had aangewezen en waar problemen als stikstof, bereikbaarheid en netcongestie volgens haar beter beheersbaar zijn.
Het Rijk presenteerde Deventer, Haarlem-Schalkwijk, Leeuwarden Middelsee-Spoordok, Maastricht Spoorzone en Weert Spoorzone begin september als vijf “nieuwe woningbouwlocaties” voor ongeveer 30.000 woningen. Nieuw is echter vooral hun status als nationaal grootschalige woningbouwlocatie. De onderliggende gebiedsontwikkelingen bestonden op alle vijf plekken al vóór de aanwijzing. De nieuwe status kan wel zorgen voor extra rijksregie en ondersteuning, waardoor bestaande plannen sneller kunnen worden uitgevoerd.
























































