Nederland stuurde misleidende stikstofcijfers naar Brussel: landbouw zwaarder belast dan werkelijkheid

De Europese Commissie heeft misleidende cijfers ontvangen over de rol van de Nederlandse landbouw bij watervervuiling. Dat blijkt uit onderzoek van Stichting Agri Facts. Terwijl Nederlandse overheden die cijfers niet gebruiken voor beleid, zijn ze wél doorgestuurd naar Brussel. Daar speelden ze een rol in een gevoelig dossier: de vraag of Nederland opnieuw toestemming krijgt om meer mest uit te rijden.
De kern van de discussie zit in de manier waarop stikstof in het water wordt toegerekend. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) komt meer dan de helft van de stikstof in het oppervlaktewater uit de landbouw. Maar die conclusie is gebaseerd op een rekenmethode waarbij ook natuurlijke bronnen worden meegerekend, stelde Stichting Agri Facts eind vorig jaar. Denk aan kwel uit de bodem en stoffen die van nature al in de grond zitten.
PBL rekent natuurlijke vervuiling mee als landbouw
Volgens Staf ontstaat hierdoor een vertekend beeld. Wat in landbouwgebied wordt gemeten, wordt automatisch aan de landbouw toegeschreven. Ook als de bron natuurlijk is. Het PBL bevestigde eerder dat deze methode bewust wordt toegepast, maar gaf daar in eerste instantie geen duidelijke uitleg bij.
Daardoor leek het alsof alle stikstof die aan landbouw wordt toegeschreven, ook daadwerkelijk door boeren wordt veroorzaakt. Dat beeld vond snel zijn weg naar politiek, media en Europese instellingen.
Nederlandse overheden gebruiken andere cijfers
In Nederland zelf wordt met andere data gewerkt. Minister Vincent Karremans schreef op 12 maart 2026: “Alle waterbeheerders in Nederland (Ministerie IenW, provincies en waterschappen) houden rekening met natuurlijke achtergrondconcentraties.”
Dat betekent dat natuurlijke bronnen wél apart worden meegewogen. Waterschappen en provincies bevestigen dat zij hun beleid baseren op analyses van Wageningen University & Research (WUR), waar een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen landbouw en natuurlijke processen. Vorige maand erkenden ambtenaren tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer dat de waterkwaliteit in Nederland stap voor stap verbetert.
Volgens Wetterskip Fryslân hanteert het PBL simpelweg een andere indeling. Daar worden natuurlijke en menselijke bronnen samen onder ‘landbouw’ geplaatst. Beleidsmatig wordt daar in Nederland dus niet op gestuurd.
Toch doorgestuurd naar Brussel
Opvallend is dat deze cijfers wél zijn gebruikt in de rapportage aan de Europese Commissie. In de zogenoemde Nitraatrapportage wordt gesteld: “De grootste bron voor stikstof en fosfor is de uit- en afspoeling (diffuse belasting) vanuit de bodem in de landbouwgronden (50 procent).”
Daarbij werd niet vermeld dat ook natuurlijke achtergrondconcentraties in dat percentage zitten. Daardoor ontstaat voor Brussel het beeld dat de helft van de vervuiling direct door landbouw wordt veroorzaakt.
Dat had directe gevolgen. Eurocommissaris Jessica Roswell gebruikte deze cijfers om Nederland kritisch aan te spreken. Volgens haar was 50 procent van de stikstof in Nederlandse wateren afkomstig uit de landbouw. Op basis daarvan werd duidelijk dat er geen ruimte was voor derogatie, de regeling die boeren toestaat meer mest uit te rijden.
Verschil met eerdere cijfers
Het verschil is groot. In december 2025 gaf toenmalig minister Wiersma nog aan dat de landbouw ongeveer 31 procent bijdraagt aan stikstof in oppervlaktewater in het landelijk gebied. Het PBL komt door de gekozen rekenmethode uit op ruim 50 procent.
Inmiddels heeft het PBL de website aangepast en een toelichting toegevoegd. Maar die uitleg ontbrak op het moment dat de cijfers politiek en internationaal werden gebruikt.
Politieke keuze achter de cijfers
De manier van rekenen is niet alleen technisch, maar ook politiek. Volgens eerdere toelichting van het PBL worden natuurlijke bronnen bewust aan de landbouw toegeschreven om normen niet te hoeven versoepelen. Daardoor ontstaat een extra opgave, die bij de landbouw wordt neergelegd.
Volgens Europese regels is het namelijk mogelijk om normen aan te passen als vervuiling aantoonbaar natuurlijk is. Sommige regio’s doen dat ook. Andere kiezen ervoor om die ruimte niet te benutten.




















































