Waterkwaliteit laat duidelijke verbetering zien, erkennen ambtenaren

Bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat groeit het vertrouwen dat de kwaliteit van het Nederlandse water stap voor stap verbetert. Dat bleek deze week tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer over het achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Ambtenaren spreken van voorzichtig optimisme. De cijfers laten vooruitgang zien, al is het einddoel nog niet bereikt.
Volgens het ministerie wordt inmiddels ongeveer 83 procent van alle waterkwaliteitsdoelen gehaald. Het gaat om zo’n 100.000 doelen binnen in totaal 140 normen. Die normen gelden samen voor 745 waterlichamen in Nederland, zoals rivieren, meren en grondwater. De verwachting is dat dat percentage de komende jaren verder zal stijgen.
“Onze verwachting is dat er de komende twee jaar meer doelen worden behaald”, zegt Liz van Duin, directeur Waterkwaliteit en Grote Wateren bij het ministerie. Ze wijst erop dat veel maatregelen pas met vertraging effect hebben. Dat zogenoemde na-ijleffect speelt een belangrijke rol. Daarnaast komen er nog nieuwe maatregelen bij, onder meer via de versnellingsagenda om in 2027 aan de Europese doelen te voldoen.
Strenge meetmethode werkt tegen Nederland
Op papier voldoet op dit moment nog geen enkel Nederlands waterlichaam volledig aan de Kaderrichtlijn Water. Dat komt door het zogenoemde ‘one out, all out’-principe. Als één norm niet wordt gehaald, geldt het hele waterlichaam als onvoldoende. Dat geeft volgens het ministerie een vertekend beeld.
“Dat is iets anders dan zeggen dat we over twee jaar niet aan de eisen zouden voldoen”, legt Van Duin uit. “We halen nog niet alle doelen, maar de vraag is altijd: waar ligt dat aan?” Soms spelen oorzaken mee waar Nederland maar beperkt invloed op heeft, zoals vervuiling die via het buitenland binnenkomt of de aanwezigheid van exoten, bijvoorbeeld rivierkreeften. Dat zijn volgens het ministerie legitieme verklaringen voor het niet halen van bepaalde normen.
Verantwoording per stroomgebied
Het ministerie werkt daarom samen met waterschappen, provincies en gemeenten aan een gedetailleerde verantwoording per waterstroomgebied. Daarbij wordt gekeken naar de oorzaken van eventuele overschrijdingen. “Het kan zijn dat je niet overal alle normen haalt, maar dat je toch voldoet aan de Kaderrichtlijn Water”, aldus Van Duin.
Of dat voldoende is om een inbreukprocedure vanuit de Europese Commissie te voorkomen, kan zij nog niet met zekerheid zeggen. Wel klinkt er vertrouwen. “De gesprekken met de Europese Commissie zijn constructief”, zegt ze. “We verwachten dat Nederland een heel eind zal komen.”
Een belangrijk knelpunt blijft vervuiling die vanuit andere landen Nederland binnenkomt. In zulke gevallen moet een lidstaat samen met het betreffende land naar oplossingen zoeken. Vooral met Duitsland zijn de contacten daarom intensief. Die samenwerking is nodig om grensoverschrijdende waterverontreiniging structureel aan te pakken.



















































