Kabinet blijft zwijgen over Nord Stream ondanks Duitse aanklacht tegen Oekraïner

Het kabinet weigert opnieuw politieke conclusies te trekken over de sabotage van de Nord Stream-pijpleidingen. Dat gebeurt terwijl de Duitse justitie inmiddels een Oekraïense militair heeft aangeklaagd en stelt dat de sabotage samen met andere Oekraïense militairen werd uitgevoerd 'namens Oekraïense overheidsdiensten'. Premier Rob Jetten en minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen willen echter eerst de Duitse rechtszaak afwachten.
Lees ook

NAVO-chef Rutte gaat rechtse verkiezingswinsten negeren: steun aan Oekraïne moet doorgaan
De Nord Stream 1- en 2-pijpleidingen werden in september 2022 door explosies beschadigd. Sindsdien zijn tientallen Kamervragen gesteld over de mogelijke daders en de gevolgen voor Nederland. Achtereenvolgende kabinetten weigerden daar een oordeel over te geven en verwezen steeds naar lopende onderzoeken in Denemarken, Zweden en Duitsland.
Duitse justitie komt met concrete aanklacht
Denemarken en Zweden beëindigden hun onderzoeken in 2024 zonder een verdachte te vervolgen. Duitsland zette het onderzoek wel voort. Dat leidde vorige maand tot een aanklacht tegen de Oekraïense militair Serhii K., die wordt verdacht van medeplichtigheid aan oorlogsmisdrijven.
Volgens het Duitse Openbaar Ministerie zou hij samen met andere Oekraïense militairen betrokken zijn geweest bij de sabotage. Daarbij zouden zij hebben gehandeld 'namens Oekraïense overheidsdiensten'. Deze week werd in Kroatië bovendien een vermeende handlanger aangehouden.
De nieuwe ontwikkelingen waren voor PVV-Kamerleden Maikel Boon, Geert Wilders en Raymond de Roon aanleiding om opnieuw vragen te stellen. Zij wilden onder meer weten welke gevolgen mogelijke betrokkenheid van Oekraïense overheidsdiensten moet hebben voor de Nederlandse steun aan Kiev. Ook vroegen zij of Oekraïne aansprakelijk moet worden gesteld voor Nederlandse schade als verantwoordelijkheid van staatsautoriteiten wordt vastgesteld.
Kabinet schuift oordeel verder vooruit
Op die vragen kwam geen inhoudelijk antwoord. Jetten en Berendsen gebruiken nu wel een nieuwe formulering: 'Het kabinet wacht de uitkomsten van de Duitse rechtsgang af.' Daarmee verschuift het moment waarop Den Haag een conclusie wil trekken opnieuw naar achteren.
Eerder zei het kabinet steeds dat eerst de resultaten van de onderzoeken moesten worden afgewacht. Nu het Duitse onderzoek tot een concrete aanklacht heeft geleid, wordt ook een rechterlijke procedure als voorwaarde genoemd. Een aanklacht betekent uiteraard nog geen veroordeling, maar het kabinet had eerder niet gezegd dat een uitspraak van een rechter noodzakelijk was.
Ook een interne beslisnota maakt duidelijk dat ambtenaren de beantwoording als voortzetting van de bestaande lijn beschouwen. Daarin staat: 'Beantwoording is in lijn met beantwoording van drie eerdere sets inzake hetzelfde onderwerp'. De Tweede Kamer moet dus opnieuw wachten. Alleen is inmiddels veranderd waarop precies wordt gewacht.
























































