Bosma haalt uit: ‘Er is maar één ding erger dan Ongehoord Nederland en dat is D66’

PVV-Kamerlid Martin Bosma heeft tijdens een commissiedebat over de landelijke publieke omroep stevig uitgehaald naar zowel Ongehoord Nederland als D66. Hij maakte duidelijk dat hij weinig opheeft met de omroep, maar verzette zich tegelijk fel tegen de manier waarop die uit het bestel dreigt te verdwijnen. ‘Voor het goede oordeel, ik walg van Ongehoord Nederland. Het kan me gestolen worden. Ze hebben er een bende van gemaakt’, zei Bosma.
Het debat vond donderdag plaats in de Tweede Kamer. Op de agenda stond onder meer de besluitvorming over aspirant-omroep Ongehoord Nederland en de toekomst van het publieke omroepbestel. ‘Altijd leuk om weer een paar uurtjes over de Titanic te mogen praten.’ Bosma noemde de situatie uitzonderlijk omdat het de tweede keer is sinds 1941 dat een omroepvereniging buiten werking wordt gesteld.
Bosma spreekt van ‘afrekening’
Hoewel Bosma scherpe kritiek had op Ongehoord Nederland, richtte hij zijn pijlen vooral op D66. ‘Maar er is maar één ding erger dan Ongehoord Nederland en dat is D66’, zei hij. Volgens hem is ‘het killen van Ongehoord Nederland’ een ‘keiharde afrekening in het links-liberale circuit’. Hij vroeg vervolgens: ‘Mag de selectieve D66-cancelcultuur overwinnen?’
Bosma betoogde daarna dat mensen met afwijkende politieke opvattingen volgens hem worden buitengesloten. Daarbij verwees hij onder meer naar PVV’ers. ‘Mensen van de PVV, 20 jaar een van de grootste partijen van Nederland, worden overal buiten de deur gehouden’, zei hij. Hij sprak daarbij van ‘een beroepsverbod’.
Kritiek op benoemingen rond NPO
Een groot deel van zijn kritiek is daarom ook op de benoemingen bij organisaties rond de publieke omroep. Bosma stelde dat daarbij politieke netwerken een grote rol spelen. Hij sprak daarbij van ‘ons kent ons’. Volgens Bosma zat de NPO ‘vol met politieke vriendjes’.
Ook richtte hij zich op de voorzitter van het Commissariaat voor de Media, Amma Asantewaa Asante. Asante is betrokken bij de linkse partij BIJ1. Dat is volgens Bosma relevant omdat twee van de drie argumenten om Ongehoord Nederland uit het bestel te halen van het Commissariaat afkomstig waren. ‘De minister doet dus blind wat het Commissariaat zegt’, zei hij.
Bosma sloot zijn bijdrage af met kritiek op de publieke omroep als geheel. Hij vroeg de minister hoe hij niet langer aan de NPO hoefde mee te betalen. ‘Waar kan ik mijn abonnement op de NPO opzeggen? Wie moet ik bellen? Wat is het mailadres? Hoe kom ik van de NPO af?’





















































