Nieuwe RIVM-metingen zetten vraagtekens bij stikstofberekeningen in duinen

Nieuwe metingen van het RIVM in het Noordhollands Duinreservaat laten een lage droge ammoniakdepositie zien. Dat is relevant, omdat eerder onderzoek in de duinen bij Den Haag al aantoonde dat het gebruikte depositiemodel daar ruim twee keer zoveel droge depositie berekende als werd gemeten. De nieuwe cijfers roepen daarmee opnieuw vragen op over de stikstofberekeningen voor duingebieden, meldt Sterke Erven.
Het RIVM meet sinds 2021 met een zogenoemde COTAG-mast in het Noordhollands Duinreservaat. Door technische problemen begint de bruikbare meetreeks pas in april 2023. De installatie meet hoeveel ammoniak rechtstreeks vanuit de lucht op bodem en planten terechtkomt. Het instituut publiceert de meetwaarden inmiddels, maar heeft nog geen volledige maand- en jaarcijfers vastgesteld omdat daarvoor langer moet worden gemeten.
Eerder al ruim twee keer te hoge uitkomst
De resultaten zijn vooral interessant door eerder onderzoek in het duingebied Solleveld bij Den Haag. Daar werden directe metingen vergeleken met DEPAC, de depositieroutine die ook in het landelijke OPS-model wordt gebruikt. Het RIVM schreef daarover zelf dat uit de vergelijking bleek dat de depositie door het model „met ruim een factor twee werd overschat”.
Bij dat onderzoek waren wel beperkingen. Door technische problemen was voor ongeveer 28 procent van het jaar bruikbare meetinformatie beschikbaar. Het kabinet stelde daarom eerder dat de Solleveld-metingen niet voldoende zijn om landelijke stikstofberekeningen direct aan te passen. Het RIVM is inmiddels met aanvullend onderzoek bezig.
De nieuwe Noord-Hollandse reeks is daarom van belang: opnieuw wordt rechtstreeks in duingebied gemeten hoeveel ammoniak daadwerkelijk droog neerslaat. Onderzoeker Wouter de Heij wijst erop dat de tot nu toe gemeten waarden laag uitvallen. Definitieve conclusies over een volledig jaar kunnen volgens het RIVM nog niet worden getrokken.
'Van Essen moet stikstofplannen opnieuw bekijken'
Landbouwjournalist Robert Ellenkamp (Sterke Erven) vindt dat minister Jaimi van Essen de nieuwe gegevens moet meenemen voordat nieuwe stikstofmaatregelen worden vastgelegd. Volgens hem bestaat het risico dat boeren een te zware reductieopgave krijgen wanneer de droge depositie in duingebieden structureel te hoog wordt berekend.
Dat raakt direct aan de geplande stikstofzones rond kwetsbare natuur. Gelderland werkt bijvoorbeeld al met stroken van 500 meter rond delen van vier Natura 2000-gebieden. Binnen die gebieden wil de provincie de uitstoot de komende tien jaar met 60 tot 70 procent terugbrengen.
BBB probeerde deze maand in de Tweede Kamer zulke zones landelijk te beperken tot maximaal 250 meter rond aantoonbaar overbelaste of stikstofgevoelige natuur. Die motie werd dinsdag verworpen met 42 stemmen voor.
De kern van de discussie ligt daarmee opnieuw bij de betrouwbaarheid van de berekeningen. Het RIVM erkent dat DEPAC in Solleveld de jaarlijkse droge ammoniakdepositie overschatte, maar benadrukt dat modellen op andere locaties ook te laag kunnen uitkomen. Zo werd bij recent onderzoek in een Veluws bos juist een onderschatting gevonden.
Voor de Noord-Hollandse duinen zijn daarom vooral langere meetreeksen nodig. Maar zolang nieuwe stikstofregels mede op berekende depositie worden gebaseerd, vergroten de nieuwe meetgegevens de druk om eerst vast te stellen hoe groot het verschil tussen model en werkelijkheid in de duinen werkelijk is.























































