Bosma haalt uit naar identiteitspolitiek: 'Ons privilege bestaat er vooral uit dat we nog eeuwig moeten blijven betalen'

PVV-Kamerlid Martin Bosma heeft tijdens een debat stevig uitgehaald naar het Nederlandse slavernijbeleid, positieve discriminatie en de invloed van antiracismeorganisaties op de overheid. Volgens Bosma is de strijd tegen discriminatie doorgeslagen in beleid waarbij juist onderscheid wordt gemaakt op basis van huidskleur. Ook bekritiseerde hij premier Rob Jetten vanwege een ontmoeting met activist Jerry Afriyie. Bosma vindt dat de regering onvoldoende afstand neemt van radicale standpunten.
De PVV’er richtte zich in zijn bijdrage op de gevolgen van het Nederlandse slavernijbeleid. Volgens hem zijn onder invloed van Black Lives Matter en andere antiracismebewegingen grote bedragen beschikbaar gesteld voor projecten die de samenleving juist verder verdelen.
Daarbij wees hij op het fonds van 200 miljoen euro voor bewustwording rond het slavernijverleden, 30 miljoen euro voor een slavernijmuseum en de instelling van een Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Bosma betoogde dat de overheid hiermee een politieke agenda ondersteunt waarin Nederlanders op basis van hun afkomst tegenover elkaar worden geplaatst.
Aanleiding voor een deel van zijn kritiek was een recente ontmoeting van premier Rob Jetten met vertegenwoordigers van organisaties die zich bezighouden met het slavernijverleden. Volgens Bosma was daarbij ook activist Jerry Afriyie aanwezig. De PVV’er verwees naar stickers op diens laptop, waaronder volgens hem een afbeelding van de Hamas-vlag en een tekst waarin PVV’ers fascisten worden genoemd. Bosma vroeg waarom de premier met vertegenwoordigers in gesprek gaat die volgens hem dergelijke politieke boodschappen uitdragen. “Waarom gaat hij in gesprekken met mensen met dergelijke stickers?”, vroeg hij.
Bosma koppelde zijn kritiek vervolgens aan het bredere beleid rond het slavernijverleden. Volgens hem krijgen activistische organisaties te veel invloed op de politieke besluitvorming. Ook het diversiteitsbeleid van gemeenten kwam aan bod. Bosma wees specifiek naar Utrecht, waar bij bepaalde functies onder voorwaarden voorrang kan worden gegeven aan kandidaten die bijdragen aan een cultureel diverser personeelsbestand, wanneer sollicitanten gelijk geschikt zijn.
Volgens de PVV’er is dergelijk voorkeursbeleid een vorm van discriminatie. Hij vindt dat afkomst of huidskleur geen rol mag spelen bij de beoordeling van sollicitanten.





















































