Donorbloed mogelijk vervuild door mRNA-vaccins: studies slaan alarm

Twee nieuwe studies zetten opnieuw vraagtekens bij bloedtransfusies met bloed van mensen die met de coronaprik zijn gevaccineerd. De onderzoekers beschrijven negen ongevaccineerde patiënten die na een transfusie ernstige medische problemen kregen. Onder hen is een Nederlandse vrouw die overleed na trombose en longembolieën. De auteurs pleiten daarom voor aanvullend onderzoek en screening van donorbloed.
Lees ook

Florida sleept Pfizer voor rechter om coronavaccins: 'Ze wisten dat het gevaarlijk was'
Tegelijk is er een belangrijke beperking: de studies bewijzen niet dat de klachten door vaccinbestanddelen in donorbloed zijn veroorzaakt. Bij de negen patiënten kon zelfs niet worden vastgesteld of het toegediende bloed daadwerkelijk van gevaccineerde donoren afkomstig was. De auteurs erkennen dat zelf expliciet.
De eerste studie verscheen op 8 september 2026. Drie dagen later volgde een tweede analyse, waarin Amerikaanse meldingen van mogelijke vaccinbijwerkingen werden onderzocht.
Negen ernstige gevallen na een transfusie
De eerste publicatie behandelt negen patiënten uit onder meer de Verenigde Staten, Schotland en Nederland. Zij waren volgens henzelf of hun familie niet tegen het coronavirus gevaccineerd en kregen na een bloedtransfusie problemen zoals trombose, ontstekingen rond het hart en orgaanfalen.
Een van de opvallendste gevallen betreft een baby met ernstige aangeboren afwijkingen. Volgens zijn ouders ontstond kort na een transfusie een stolsel bij een katheter in zijn been. Het stolsel breidde zich uit richting het hart. Het kind overleed later.
Maar de onderzoekers baseerden verschillende gevallen grotendeels op verklaringen van patiënten, familieleden, interviews, sociale media en mediaberichten. Ze schrijven dat zij laboratoriumuitslagen, scans, medische dossiers en autopsierapporten niet zelf hebben bevestigd. Er werd vanwege de kleine en uiteenlopende groep ook geen statistische analyse uitgevoerd.
In hun eigen beperkingen gaan de auteurs nog verder. Ze schrijven dat de vaccinatiestatus van het gedoneerde bloed „niet kan worden bewezen” en dat een casusreeks geen oorzakelijk verband kan aantonen. Ook wijzen ze erop dat patiënten die een bloedtransfusie nodig hebben doorgaans al ernstig ziek zijn, waardoor andere oorzaken voor complicaties mogelijk zijn.
De studie is volgens de auteurs daarom vooral bedoeld om een hypothese op te werpen die nader onderzocht moet worden.
Nederlandse vrouw overleed na bloedtransfusie
Een van de negen gevallen komt uit Nederland en was al jaren vóór deze nieuwe studies onderwerp van discussie. Het gaat om een 63-jarige vrouw met slokdarmkanker. Na bestralingen had zij bloedverlies en bloedarmoede gekregen. In januari 2023 ontving zij volgens de nieuwe studie ongeveer vier zakken rode bloedcellen uit de reguliere voorraad.
Ongeveer vijf dagen later werden een longembolie en trombose in haar been vastgesteld. Ze overleed later die maand. De onderzoekers beschrijven de longembolie als de gemelde directe doodsoorzaak.
Haar partner Jenny Marskamp vertelde in juni 2024 aan De Andere Krant dat het stel vooraf om bloed van ongevaccineerde donoren had gevraagd. Daar zou niet aan zijn meegewerkt. Marskamp diende na het overlijden een klacht in bij zowel het ziekenhuis als Sanquin. Volgens haar was de transfusie verantwoordelijk voor de stolsels. Dat verband is echter nooit officieel vastgesteld.
Sanquin reageerde al vóór dat artikel
Ook de volgorde van gebeurtenissen is van belang. Sanquin publiceerde ruim twee maanden vóór het artikel van De Andere Krant, een uitgebreide reactie op zorgen over gevaccineerd donorbloed. Sanquin reageerde destijds op een Japanse prepublicatie waarin wetenschappers voor mogelijke risico's waarschuwden en verder onderzoek en strengere controles voorstelden.
De bloedbank wees er toen op dat het Japanse stuk niet peer-reviewed was en dat de auteurs zelf geen bewijs leverden dat gevaccineerd donorbloed patiënten schaadt.
Sanquin schreef bovendien: „Tot op heden zijn er in Nederland en daarbuiten geen bloedtransfusies geweest die een gezondheidsprobleem hebben veroorzaakt die terug te voeren is op een corona-vaccinatie.”
De Japanse auteurs stelden daar tegenover dat juist onvoldoende bekend is over mogelijke overdracht van onder meer spike-eiwit en vaccin-mRNA via bloed. Zij wilden daarom onder meer vaccinatiestatus registreren en bloedproducten testen.
Tweede studie gebruikt VAERS
De tweede nieuwe studie, gepubliceerd op 11 september, kijkt niet rechtstreeks naar ontvangers van donorbloed. De onderzoekers analyseerden het Amerikaanse VAERS-systeem, waarin mogelijke klachten na vaccinaties worden gemeld.
Daar vonden zij bij coronavaccins veel hogere aantallen meldingen voor onder meer trombose, bloedingen en verschillende andere aandoeningen dan bij oudere vaccincategorieën. De auteurs spreken van veiligheidssignalen en gebruiken die bevindingen om hun hypothese over mogelijke risico's voor de bloedvoorraad te ondersteunen.
Maar VAERS kan op zichzelf geen oorzakelijk verband aantonen. Een melding betekent alleen dat een medische gebeurtenis na vaccinatie is gerapporteerd, niet dat het vaccin die gebeurtenis heeft veroorzaakt.
Ook de onderzoekers erkennen dit. Zij schrijven dat VAERS een passief meldsysteem is waarmee de werkelijke incidentie van bijwerkingen niet kan worden vastgesteld. Onder- en overrapportage, media-aandacht en verschillen tussen vaccins kunnen de cijfers beïnvloeden. De vergelijking met oudere vaccins moet daarom volgens hen voorzichtig worden geïnterpreteerd.
Nog belangrijker: die VAERS-analyse laat niet zien dat een vaccinbestanddeel via donorbloed naar een patiënt is gegaan en daar ziekte heeft veroorzaakt. De auteurs gebruiken de cijfers als ondersteuning voor een mogelijke biologische verklaring, niet als direct bewijs van transfusieschade.
Onderzoekers willen bloed gaan testen
De auteurs vinden de onzekerheid zelf reden om verder onderzoek te doen. Zij willen onder meer laten onderzoeken of bloedproducten kunnen worden getest op spike-eiwitten, vaccin-mRNA, plasmide-DNA en bepaalde eiwit- en fibrinestructuren.
Ook pleiten zij ervoor patiënten meer mogelijkheden te geven om eigen bloed te gebruiken of bloed van een specifieke donor te ontvangen.



















































